Nieuwsbrief

Wijs op werk #51: De beste techniek die je niet doet

Een jaar of tien geleden stond ik in een leeg vergaderzaaltje, handen in de zij, borst vooruit, benen wijd. Twee minuten lang. Als een superheld die zijn kostuum vergeten was.

Ik voelde me behoorlijk belachelijk.

Het heette power posing, en het was toen hét ding. Neem vlak voor een spannend moment een brede, “krachtige” houding aan, en je lichaam zou zich vullen met testosteron, je cortisol zou dalen, en je stapte de vergadering binnen als een alfa. De wetenschap leek solide. Er was een TED-talk met miljoenen views. Dus ja, daar stond ik dan, te poseren voor een presentatie. Eén keer. Daarna dacht ik: never mind, en ben ik gewoon gaan presenteren zoals altijd.

Achteraf bleken vooral de spectaculaire hormonale en gedragsmatige effecten niet betrouwbaar te repliceren. Mijn gêne had blijkbaar een fijnere neus voor bewijs dan mijn goede voornemens.

Ik moest daaraan terugdenken toen ik deze week een overzicht doornam, waarin 82 populaire zelfhulptechnieken werden beoordeeld op de kwaliteit van het beschikbare onderzoek. Bovenaan wat het in meta-analyse na meta-analyse waarmaakt. Onderaan de kristallen, de detoxkuren, de astrologische planning. Power posing bungelt ergens in de twijfelzone.

Mijn eerste reflex was, ik geef het toe, nogal zelfvoldaan. Ik liep de lijst af en vinkte gerustgesteld af: geen 369-methode, geen subliminale audio, geen genezende frequenties. Braaf. Goed bezig, Edelhart.

Tot ik beter keek. En toen werd het ongemakkelijker.

Want de technieken met het stérkste bewijs zijn precies degene die ik het slechtst volhoud. Mediteren staat hier boven in de lijst, met (bescheiden maar) redelijk consistente effecten. Ik doe het met een app, tien minuten, en in drukke weken (precies wanneer ik het het hardst kan gebruiken) laat ik het vallen. Er bestaat een bekende uitspraak dat je elke dag een halfuur zou moeten mediteren. Behalve als je het te druk hebt. Dan minstens een uur. Hahaha, ja, eh dat doe ik dus niet.

Dingen met zwakker bewijs houd ik daarentegen wél trouw vol. Mijn tienduizend stappen bijvoorbeeld (ja, een volledig willekeurige grens, uitgevonden door een producent van stappentellers)? Dagelijks bijgehouden sinds augustus 2012.

Nu, de vraag is niet alleen óf iets werkt, maar of jíj het volhoudt. En neen, volhouden is geen werkzaamheid, I know. Een matige gewoonte wordt niet plots sterk omdat je ze aanhoudt. Maar zonder volhouden blijft zelfs de werkzaamste techniek louter theoretisch. Een redelijk werkende gewoonte die je jaren aanhoudt, levert uiteindelijk meer op dan een uitstekende die je na drie weken opgeeft.

En dan is er nog een derde factor: de context. Neem slaaprestrictie: je tijd in bed drastisch inkorten tot je slaap weer indikt. Sterk onderbouwd, eerste keus zelfs – als je écht aan slapeloosheid lijdt. Pas het toe op wie gewoon te weinig slaapt door een pasgeborene of een te volle agenda, en je geeft het juiste medicijn aan de verkeerde patiënt.

(Eén techniek doe ik trouwens wél consistent én ze staat hoog op de lijst: het dankbaarheidsdagboek. Meer dan tien jaar, drie dingen per dag. Als je uit dit hele stuk één ding meeneemt, neem dat.)

Diezelfde spanning zie je op de werkvloer. Want een organisatie doet soms aan zelfhulp op schaal. Veerkrachttrainingen, mindfulness-apps, workshops, challenges. En veel te vaak wordt niet gekozen op bewijs, maar op wat goed klinkt in een aankondiging. De bedrijfsversie van twee minuten breed staan voor de spiegel.

Ik schreef in een eerdere nieuwsbrief over de kamerplant die je blijft begieten in een kast zonder licht. Dit is dezelfde fout, maar dan met bewijs. Dus voor je de volgende welzijnsinterventie lanceert, stel drie vragen. Werkt ze voor het probleem dat je wilt oplossen? Is ze na de kick-off nog vol te houden? En pakt ze iets in het werk aan, of vraagt ze medewerkers alleen om zich beter aan dat werk aan te passen?

In ieder geval, ik ga straks dus niet twee minuten breed voor de spiegel staan. Wel tien minuten stil op een stoel. Morgen zien we weer verder.


Deze week zette ik zes artikels online:

1. PFAS-bloedtest heeft geen klinische meerwaarde – Volgens het KCE helpt een individuele PFAS-test niet bij medische beslissingen, ook niet bij zwangerschap, borstvoeding of risicoberoepen.

2. Langdurig verzuim wordt duurder voor werkgevers – Werkgevers vanaf vijftig medewerkers betalen sinds 2026 mee aan de ziekte-uitkering. De regering wil die bijdrage verlengen en koppelen aan de verzuimscore van het bedrijf.

3. Klassieke re-integratie werkt niet altijd bij long covid – Bij een deel van de patiënten verergert inspanning de klachten. Een stapsgewijze werkhervatting kan dan juist tot terugval leiden.

4. Mentale klachten kosten vooral vóór de uitval – Ongeveer 75% van de kosten ontstaat terwijl medewerkers nog werken, door productiviteitsverlies. Dat deel blijft vaak onzichtbaar voor werkgevers.

5. De OXY-brand toont het verschil tussen gebrek en oorzaak – Na de dodelijke brand stelde de arbeidsinspectie veiligheidsgebreken vast. Of die de brand veroorzaakten, moet het onderzoek nog uitwijzen.

6. Werkgevers activeren hun hitteplan vaak te laat – De overheid wil haar hitteplan beter afstemmen over verschillende sectoren. Ook werkgevers moeten hun eigen hittebeleid tijdig en gestructureerd activeren.


Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.