
Ik zat (lang, lang geleden) als coördinerend arbeidsarts in een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk. Een vergadering, ergens in een industriële site, met de gebruikelijke agenda. Eén punt gaf behoorlijk wat animo: een asbestkoord. Het zat als afdichting in een machine, en elk jaar werd die machine stilgelegd voor een grondige reiniging. Op dat moment kwam het koord even bloot te liggen.
De vraag aan mij: Moeten we extra voorzorgsmaatregelen nemen? Moeten de medewerkers medisch opgevolgd worden? Is dit niet gevaarlijk?
Ik begreep de bezorgdheid. Ik begreep ze ook niet. Het objectieve risico van dat koord, in die context, was verwaarloosbaar. Ondertussen werkten dezelfde medewerkers dagelijks met solventen en drukinkten waarvan de blootstellingsrisico’s vele malen groter waren. Daar werd zelden over gesproken in dezelfde toon.
Maar het woord “asbest” doet iets met mensen wat “diisocyanaten” of “vluchtige organische verbindingen” niet doen. Asbest heeft een gezicht. Het heeft schandalen, gerechtszaken, slachtoffers met namen, foto’s van longen op het nieuws. Het zit in ons collectief geheugen als hét voorbeeld van industrieel onrecht. En dus kleurt elk asbestkoord, hoe goed ook ingekapseld, in dat narratief.
Daniel Kahneman noemde dat de beschikbaarheidsheuristiek. We schatten de kans op iets in op basis van hoe makkelijk we er een voorbeeld bij kunnen oproepen. Na het uitbrengen van Steven Spielbergs Jaws hadden dagtoeristen meer schrik voor witte haaien bij het pootjebaden dan voor een auto-ongeluk op de weg naar de kust; terwijl het risico op dat laatste een factor tienduizend hoger lag. Vliegen voelt enger dan autorijden. En een asbestkoord voelt enger dan een dampkast vol oplosmiddelen.
Ik vertel hiermee op zich niets nieuws. Voor een preventieadviseur is dat ook dagelijkse kost. Je leert ermee omgaan: cijfers tonen, context geven, geruststellen waar het kan, alarm slaan waar het moet.
Maar deze week verscheen het eerste globale rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie over psychosociale risico’s op het werk. Wereldwijd meer dan 840.000 doden per jaar. Hart- en vaatziekten en psychische stoornissen door werkomstandigheden. Meer doden dan door asbest. Hè?!
Nou, ok. De erkenning van het risico is er op zich wel degelijk. Er is een wettelijk kader. Er zijn psychosociale risicoanalyses, vertrouwenspersonen, welzijnsenquêtes. Op papier behandelen organisaties psychosociale risico’s al jaren met dezelfde ernst als fysieke. Maar de reflex is anders.
Wanneer een spreekwoordelijk asbestkoord opduikt, gaat er een schok door de organisatie. Vergaderingen worden bijeengeroepen. Externe experten worden ingeschakeld. Medewerkers worden geïnformeerd. Wanneer een team maandenlang onder structurele overbelasting werkt, of wanneer een afdeling drie burn-outs op een jaar telt, is er meestal ook actie; maar dan procedureel. Een gesprek met de vertrouwenspersoon. Een verwijzing naar het EAP. Misschien een follow-up enquête. Allemaal correct. Allemaal traag. En allemaal zonder dat gevoel van dringendheid dat een asbestkoord automatisch opwekt.
Het verschil zit niet in wat we wéten, maar in wat we voelen. En in een organisatie volgen budgetten, prioriteiten en aandacht uiteindelijk dat gevoel, niet de cijfers.
Waarom? Een deel van het antwoord is de beschikbaarheidsheuristiek opnieuw, maar nu in spiegelbeeld. Asbest heeft beelden. Stress heeft geen poster. Een asbestslachtoffer is herkenbaar; een burn-outslachtoffer ziet eruit als iemand die “het even moeilijk heeft”. Dat maakt psychosociale risico’s onzichtbaar voor wie alleen kijkt naar wat opvalt.
Maar er speelt nog iets. Een asbestkoord zit in een machine. Het is iets daar buiten, dat je kan inkapselen, vervangen, monitoren. Een psychosociaal risico zit in de manier waarop je organisatie werkt. In de planning. In de span of control. In de cultuur van bereikbaarheid. Het inkapselen van een psychosociaal risico betekent dat je de manier waarop je leiding geeft, plant, prioriteert, ter discussie stelt. Een stuk meer beladen als actie dan een asbestkoord vervangen.
Dus zoeken we het probleem liever bij de werknemer. Hoe verhogen we hun veerkracht? Welke training rond stressmanagement kunnen we aanbieden? Welke app installeren we op hun telefoon? Sarah Lazarus vatte die reflex gevat samen op X: Did I “kill a plant” or did the plant not have what it takes to thrive in this fast-paced environment?
Veerkrachttrainingen hebben hun plaats, absoluut. Maar als je een hele afdeling een mindfulness-cursus aanbiedt en de planning blijft onhoudbaar, dan ben je een kamerplant aan het gieten in een kast zonder licht.
De ILO-cijfers zijn deze week even nieuws geweest. Volgende week zijn ze het niet meer. Maar voor wie een organisatie leidt, blijft de vraag staan: welk risico krijgt in jouw organisatie de behandeling die het verdient, en welk risico krijgt de behandeling die het voelt te verdienen?
Het asbestkoord is allang vervangen. De kamerplant nog niet.
—
Overzicht van deze week
Deze week verschenen vijf artikels op mijn LinkedIn-pagina.
- Intensiteit telt: hoe een kleine dosis inspanning beschermt tegen acht chronische aandoeningen – Een grootschalige studie in het European Heart Journal nuanceert het klassieke advies “meer bewegen is beter”. Niet alleen volume, maar ook intensiteit blijkt te beschermen tegen acht chronische aandoeningen. Relevant voor wie nadenkt over werkbaarheid en duurzame inzetbaarheid.
- Psychosociaal risico doodt meer mensen dan asbest: wat de nieuwe ILO-cijfers betekenen voor uw preventiebeleid – De ILO publiceert haar eerste globale rapport over de psychosociale werkomgeving: meer dan 840.000 doden per jaar via hart- en vaatziekten en psychische stoornissen. Evenveel als sommige van de meest gevreesde fysieke arbeidsrisico’s.
- WhatsApp op de werkvloer is geen vrijzone: de GBA trekt een duidelijke grens – Een leidinggevende deelt screenshots van privégesprekken in een werkgroep. De Gegevensbeschermingsautoriteit waarschuwt: algemene GDPR-maatregelen volstaan niet als je geen specifiek beleid hebt voor informele communicatiekanalen.
- De burn-outcijfers stijgen. Maar wat moet jij er nu mee? – De Nederlandse NEA 2025 meldt 21% burn-outklachten, tegenover 13% in 2015. De media spreekt van een epidemie. Maar klopt dat beeld? Een nuchtere blik op wat de cijfers wel en niet zeggen, en wat dat betekent voor preventieadviseurs en HR-professionals.
- Klimaatverandering als nieuwe trigger voor beroepsastma: wat preventieadviseurs nu al kunnen doen – Verlengd pollenseizoen, intensere onweersbuien, bosbranden, schimmelgroei in slecht geventileerde gebouwen: een literatuurstudie in JOEM brengt systematisch in kaart hoe klimaatverandering het plaatje van beroepsgebonden luchtwegaandoeningen verandert.
Hieronder vind je alle vijf artikels van deze week, in chronologische volgorde.