Artikel

Driekwart van de kosten van mentale klachten betaalt uw organisatie al voordat iemand uitvalt

De rekening voor mentale belasting op het werk loopt niet pas op bij de ziekmelding. Volgens de Nederlandse HSK Monitor Werk en mentale gezondheid 2026 ontstaat ongeveer 75% van de kosten al in de periode ervoor, door productieverlies terwijl mensen nog gewoon aan het werk zijn. In België verschuift het meeste van wat daarna komt (na de eerste maand ziekte) naar het ziekenfonds. Dat betekent dat het duurste deel van de kost juist het deel is dat de werkgever volledig zelf draagt, en het minst in beeld heeft.

De zichtbare uitvalskost is in België kleiner dan het Nederlandse cijfer suggereert

De HSK Monitor rekent voor dat uitval een organisatie zo’n 250 tot 400 euro per persoon per dag kost, en dat een afwezigheid door mentale klachten gemiddeld 250 dagen duurt. Zo kom je op ongeveer 60.000 euro per dossier. Dat cijfer verdient een kanttekening voor Belgische lezers, want het rust op het Nederlandse systeem, waarin de werkgever het loon tot twee jaar grotendeels blijft doorbetalen.

In België ligt de directe uitvalskost anders. Bij een bediende betaalt de werkgever dertig dagen gewaarborgd loon aan 100%. Bij een arbeider een trapsgewijs dalend bedrag over diezelfde maand. Daarna neemt het RIZIV de uitkering over. Sinds 1 januari 2026 komt daar voor grotere werkgevers wel een solidariteitsbijdrage bij, 30% van de ziekte-uitkering in de tweede en derde maand. Een fractie van een fractie vergeleken met loondoorbetaling. Het gros van de loonkost na maand één wordt in België gecollectiviseerd. De 60.000 euro is dus geen Belgisch getal.

Wat de werkgever wél volledig zelf draagt, verandert niet aan de landsgrens

De kern van het HSK-onderzoek gaat niet over die uitvalsfase, maar over wat eraan voorafgaat. Driekwart van de kost ontstaat vóór de ziekmelding, in productieverlies van mensen die nog aan het werk zijn maar onder een last die hun functioneren belemmert. Die post staat in geen enkel systeem, Belgisch of Nederlands, op de rekening van de collectiviteit. Die betaalt de werkgever zelf, elke dag, zonder factuur.

Dat maakt de verhouding in de Belgische context zelfs schever dan de Monitor voor Nederland schetst. Waar de zichtbare uitvalskost hier na de eerste maand grotendeels wegvalt naar het ziekenfonds, blijft de onzichtbare kost van verminderd functioneren volledig bij de werkgever. Het deel dat die kan afwentelen is klein en zichtbaar; het deel dat die draagt is groot en ongemeten.

De omvang van de betrokken groep maakt dat concreet. In het onderzoek gaf 54% van de werkenden aan het afgelopen jaar mentale klachten te hebben ervaren die het werk hinderden. Die mensen komen grotendeels gewoon opdagen. Hun verminderde output staat nergens geregistreerd. Daardoor lijkt het probleem kleiner dan het is.

Vier op de tien zwijgen, en dat is een organisatiekeuze

Het onderzoek legt bloot waarom vroeg ingrijpen in de praktijk zelden lukt. 42% van de werknemers bespreekt mentale klachten helemaal niet op het werk. De redenen die zij noemen zijn geen individuele terughoudendheid, maar een oordeel over de omgeving: het gevoel dat er geen ruimte is om erover te praten, en een gebrek aan vertrouwen dat er iets mee gebeurt. Vrouwen geven twee keer zo vaak als mannen aan bang te zijn voor negatieve gevolgen voor hun beoordeling of loopbaan.

Dat sluit aan bij wat het kwalitatieve onderzoek van prof. Evelien Brouwers e.a. eerder aantoonde, dat ik in een vorig artikel besprak: werknemers zien hun psychische klachten zelden als de kern van het probleem, en veel vaker als een gevolg van hoe het werk is georganiseerd. De HSK-cijfers zetten daar een getal op. Van wie klachten ervaart, wijst bijna 8 op de 10 het werk aan als deels of volledige oorzaak. De signalen zitten dus in de eigen werkorganisatie. De reden dat ze de werkgever niet bereiken zit daar ook.

Leidinggevenden willen wel, maar hebben het mandaat niet

De cijfers over leidinggevenden zijn het duidelijkst voor wie over beleid beslist. Ruim de helft ziet regelmatig signalen van mentale overbelasting in het team. Toch voert meer dan een derde het gesprek pas wanneer de klachten al zijn verergerd of tot uitval hebben geleid. Slechts een kwart van de medewerkers ervaart dat hun leidinggevende signalen vroeg oppikt.

Het onderzoek verklaart die kloof niet vanuit onwil. Leidinggevenden zien preventie als hun verantwoordelijkheid, maar voelen zich er niet voor toegerust: ze melden te weinig budget en middelen, te weinig tijd en te weinig ruimte. Het rapport vat het samen als een organisatieprobleem, niet als een competentieprobleem van de individuele manager: de organisatie moet het makkelijker maken om eerder in te grijpen, in het traject vóór het verzuim. Zolang dat mandaat en die middelen ontbreken, blijft de vroege fase, de fase waarin driekwart van de kost ontstaat, onbeheerd.

De wetgever heeft er intussen zelf een prijskaartje aan gehangen

Dat vroeg ingrijpen loont, is niet langer alleen een aanname van dienstverleners met belang bij de conclusie. Ruim twee derde van de leidinggevenden gelooft dat investeren in mentale gezondheid financieel meer oplevert dan het kost. Zulke rendementscijfers vragen om nuance, maar sinds 2026 spreekt ook de Belgische wetgever mee: de solidariteitsbijdrage werd expliciet ingevoerd om werkgevers financieel te prikkelen richting preventie en snellere werkhervatting. Wie de vroege fase onbeheerd laat, betaalt dat vanaf nu ook een stukje rechtstreeks terug via de RSZ.

Voor wie op beleidsniveau beslist, komt de logica neer op enkele concrete keuzes:

  • Geef leidinggevenden een expliciet tijds- en budgetmandaat voor gesprekken en vroege interventie, zodat preventie niet concurreert met operationele targets maar er deel van uitmaakt.
  • Maak een onafhankelijk aanspreekpunt beschikbaar buiten de hiërarchische lijn. Werknemers noemen gesprekken met een externe professional als een van de meest effectieve maatregelen, net omdat de angst voor gevolgen binnen de lijn de belangrijkste reden tot zwijgen is.
  • Meet de fase vóór uitval. Zolang u alleen verzuim registreert, stuurt u op het kleinste en meest gecollectiviseerde deel van de kost. Signalen als aanhoudende vermoeidheid, dalende betrokkenheid en verloop horen op de directietafel, niet alleen op die van HR.

Slot

Het belang van mentale gezondheid wordt breed erkend, terwijl de middelen om er vroeg op in te grijpen zelden vrijgemaakt worden. Het onderzoek is Nederlands, en het bedrag van 60.000 euro is dat ook. Maar de kern ervan geldt in België des te sterker: het deel van de kost dat de werkgever kan afwentelen op de collectiviteit is klein en zichtbaar, het deel dat die zelf draagt is groot en ongemeten. De vraag die overblijft is hoeveel productieverlies de werkgever vandaag betaalt zonder dat het ergens op een lijn staat.

Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.