De arbeidsinspectie heeft op de Brusselse OXY-werf veiligheidsgebreken vastgesteld, zes dagen na de brand waarbij zes arbeiders om het leven kwamen. De werf mag pas herstarten nadat die gebreken zijn verholpen. Het arbeidsauditoraat van Brussel meldde tegelijk dat het onderzoek nog weken zal duren. Voor preventieadviseurs is de eerste vaststelling meteen de belangrijkste: gebreken vaststellen is iets anders dan een oorzakelijk verband aantonen, en beide zaken lopen hier gelijktijdig.

De feiten zoals ze nu vaststaan
Op dinsdag 14 juli 2026 kwam de oproep om 7.50 uur binnen bij de Brusselse brandweer voor een brand op de tweede verdieping van de OXY-toren aan het De Brouckèreplein. In het gebouw was een grondige renovatie aan de gang, met ongeveer 250 werknemers op de werf. De brand op de eerste en tweede verdieping raakte snel onder controle, maar vlammen bereikten de liftschacht, waardoor het vuur zich uitbreidde tot verdieping -2. De zes slachtoffers werden aangetroffen in de liftcabine die voor personenvervoer werd gebruikt; in de andere schacht lag enkel bouwmateriaal. Eén kabel was gebroken en de cabine stortte naar beneden. Twee arbeiders liepen zware brandwonden op en verkeerden dagenlang in levensgevaar.
Ter kalibratie: volgens de Fedris-cijfers over 2024 telde België dat jaar 78 dodelijke arbeidsongevallen. Eén gebeurtenis eist hier dus bijna een tiende van een volledige jaarbalans op.
De liften waren nieuw geplaatst en werden tijdens de werken al gebruikt
Volgens de arbeidsauditeur ging het om liften die in het kader van de renovatie waren geïnstalleerd en die al tegelijk in gebruik waren. Of de brand aan de liften ontstond dan wel van elders oversloeg, is nog onduidelijk.
In een opgeleverd gebouw hoort een lift deel uit te maken van een brandveiligheidsketen. De Belgische basisnormen brandpreventie schrijven voor dat de liftkooi bij brand, na een signaal van de branddetectie-installatie of via een manuele oproepvoorziening, naar het aangeduide bordes wordt gebracht zodat de inzittenden kunnen uitstappen, waarna de lift uit normale dienst wordt gehaald. Dezelfde logica zit in de Europese norm EN 81-73, die het gedrag van liften bij brand beschrijft.
Die keten veronderstelt een werkende branddetectie, een correcte koppeling en een opgeleverde installatie. Tijdens een renovatiefase zijn die drie voorwaarden zelden gelijktijdig vervuld, terwijl de lift ondertussen wel al mensen verplaatst. Wie op de eigen werven kijkt, vindt dit patroon vaker dan verhoopt. De definitieve installatie wordt in gebruik genomen zodra ze rijdt, de bijhorende veiligheidsvoorzieningen volgen bij de oplevering.
Ongevallen concentreren zich tegen het einde van een werf
Federaal secretaris Dirk Coninckx van ACV Bouw wees er bij de herdenking op dat arbeidsongevallen vaker voorvallen tegen het einde van een werf. En dat ook voor de OXY-werf de oplevering in zicht kwam. Hij benoemde de toenemende druk op bouwwerven, inclusief boetes bij laattijdige oplevering, zonder al een verband met dit ongeval te leggen.
Die observatie is bekend en zelden vertaald in de risicoanalyse. Een veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld bij aanvang. In de slotfase draaien afwerking, technieken, testen en indienststelling door elkaar, vaak met de hoogste bezetting van het hele project. Op dezelfde werf brak in april 2024 al een eerdere brand uit, toen zonder slachtoffers.
Dit sluit aan bij wat ik eerder schreef over generieke risicoanalyses die de concrete werksituatie niet dekken, en bij de boekbespreking over leren van ongevallen: een oorzaak aanduiden is niet hetzelfde als begrijpen hoe een systeem faalde.
Wat je op je eigen werven kunt nagaan
De brand roept vragen op die niemand vandaag kan beantwoorden. De vragen die je wel zelf kunt beantwoorden, gaan over je eigen dossiers:
- Inventariseer welke definitieve installaties al in gebruik zijn terwijl hun veiligheidsvoorzieningen nog niet operationeel zijn (liften, trappenhuizen, rookafvoer, sprinklers). Leg per installatie schriftelijk vast wie de vrijgave geeft en onder welke voorwaarden.
- Neem het gebruik van liften tijdens de uitvoeringsfase expliciet op in het veiligheids- en gezondheidsplan en in het noodplan van de werf (artikel 28 van het KB Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen van 25 januari 2001), met een uitdrukkelijk verbod bij alarm en een benoemd alternatief.
- Controleer de verticale doorvoeringen per verdieping. Een schacht die tijdens de werken open staat, gedraagt zich als een schoorsteen. Wijs aan wie de tijdelijke afdichtingen plaatst en wie ze wekelijks nakijkt.
- Test of het alarm elke verdieping bereikt, inclusief de niveaus onder maaiveld. Op een werf met honderden aanwezigen en meerdere werktalen is dit het punt waar evacuatie in de praktijk vastloopt.
- Zorg dat de aanwezigheidsregistratie in enkele minuten uitleesbaar is na evacuatie. Checkinatwork is een fiscaal-administratief instrument en geen evacuatiemiddel; wie ontbreekt, moet je zonder omweg kunnen bepalen.
- Agendeer de opleverfase apart in het CPBW of de coördinatiestructuur. Bespreek expliciet of het tempo van de laatste weken nog gedekt is door de bestaande risicoanalyse.
Tot slot
Het onderzoek naar de OXY-brand loopt nog weken en zal moeten uitmaken of de vastgestelde gebreken samenhangen met wat er die ochtend gebeurde. Ondertussen ligt er een vraag op tafel die op elke grote renovatiewerf speelt en die geen onderzoeksresultaat nodig heeft: op welk moment gaat een installatie over van bouwobject naar veilig gebruiksmiddel, en wie beslist dat.
Welke definitieve installaties draaien op jouw werven al voordat hun brandveiligheidsvoorzieningen in dienst zijn, en staat er vandaag ergens op papier wie daarvoor de vrijgave heeft gegeven?
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.