Nieuwsbrief

Wijs op werk #63: Ik behelp me wel

Ik loop de hele dag rond met oortjes in. In vergaderingen, aan tafel, tijdens een gesprek met een klant. Wie ze opmerkt, denkt misschien dat ik ondertussen stiekem naar een audioboek luister.

Zat je de voorbije jaren al eens tegenover me? Dan heb je ze waarschijnlijk niet eens gezien. Het zijn hoorapparaten. Ik draag ze al zeven jaar, en momenteel test ik een nieuw paar, omdat de oude af en toe weigeren op te starten. Veel verschil hoor ik niet (wat voor een hoorapparaat wellicht een wat eigenaardige recensie is). Ze zijn duur. Ze zijn het waard.

Want ze doen veel meer dan versterken. Terwijl ik in de tuin werk, loopt er een audioboek rechtstreeks in mijn oren. Telefoneren gebeurt in stereo. Wordt het rondom me te luid, dan zet ik ze via een app stiller, of helemaal uit. Wat ooit een beperking was, voelt vandaag als een geheime superkracht.

Ik ben hardhorig, altijd geweest; het zit in de familie. Als kind verstond ik vaak de helft van wat er gezegd werd en vulde ik de rest aan. Een educated guess, meestal juist. Heel af en toe compleet ernaast, met de bijbehorende hilariteit (van anderen). Bij mondelinge examens fluisterden professoren hun vragen, zodat de rest van de zaal niet kon meeluisteren. Ik dus ook niet.

Rond 1999 liep dat systeem vast. Stagejaar, in Oostende. Om te beginnen was er het West-Vlaams. (Ook met perfecte oren had iemand uit Vlaams-Brabant daar zijn werk aan gehad.) Daarbovenop chirurgen met een mondmasker, waardoor het liplezen wegviel dat ik al jaren onbewust deed. Ze gaven dringende opdrachten en raakten gefrustreerd als ik die niet meteen uitvoerde. Ik verstond simpelweg niet wat ze vroegen. Come again?

Dus probeerde ik toen al hoorapparaten. Alleen moet je daar weken aan wennen. Een brein dat jarenlang een stillere wereld gewoon was, moet opnieuw leren wat het mag negeren: elk ritselend blad papier, elke voetstap in de gang. Die weken had ik niet, midden in een stage waarin ik al te weinig verstond. Na een tijdje gaf ik ze terug. Ik behelp me wel.

Twintig jaar.

En het lukte, grotendeels. Ik raadde goed, en wie goed raadt, merkt zelf niet meer dat hij raadt. Anderen merkten het wel. Ik had geen idee hoe luid ik de vaatwasser uitlaadde; de rest van het huis wel. Als mijn vrouw ’s avonds moe was en stiller sprak, verstond ik haar niet, en moest zij haar stem verheffen voor een doodgewoon gesprek. Ik behielp me. Zij behielp zich mee.

Het was uiteindelijk ook zij die me overtuigde om het opnieuw te proberen. Dit keer zonder chirurgen eromheen. Na een paar weken was ik gewend. Voor haar was het verschil meteen merkbaar, voor mij even later ook: in vergaderingen hoef ik niet meer te raden.

Was het toestel van 1999 slechter? Ja, wellicht wel. Maar wat het de das omdeed, was de timing. Ik had een hulpmiddel beoordeeld voor het de kans kreeg om te werken, op een plek waar ik het hard nodig had en net daarom geen ruimte had om eraan te wennen.

Elke preventieadviseur kent de gehoorkappen die rond de nek hangen in plaats van over de oren. Ze beschermen tegen lawaai, maar maken het ook moeilijker om een collega te verstaan of te horen hoe een machine draait. Soms is dat een kwestie van wennen, soms is er een ander type of een andere werkwijze nodig. Maar als niemand de tijd neemt om uit te zoeken wat er schort, blijven ze rond de nek hangen.

Bij een aangepaste werkpost presteert iemand de eerste week regelmatig minder dan voorheen. Veel aanpassingen kosten eerst meer dan ze opbrengen, en net die weken vergeten we in te plannen. Dus wordt er geoordeeld in week één, door iemand die er net dan geen tijd voor heeft.

Wat dan volgt, heb ik vaak gehoord en zelf ook gezegd: ik behelp me wel. Het klinkt zelfstandig. Een leidinggevende hoort het graag, want wie zich behelpt, vraagt niets. Maar dat behelpen verhuist mee. Naar de collega die alles twee keer moet zeggen. Naar het team dat stilletjes overneemt. Naar wie de vaatwasser hoort.

Een organisatie die een aanpassing invoert, voor één medewerker of voor een hele afdeling, plant dus best niet alleen het hulpmiddel in, maar ook de weken waarin het tegenvalt. En bij “ik behelp me wel” hoort altijd een vervolgvraag: wie helpt er dan mee?

Ik heb er twintig jaar over gedaan om mijn hoorapparaten de tijd te geven die ik ze in 1999 niet gaf.


Deze week zette ik zeven artikels online:

  1. Zeven op de tien elektrische ongevallen treffen geen elektricien – Ongeveer 70 procent van de elektrische incidenten op Amerikaanse bouwplaatsen treft niet-elektriciens. Tijdelijke installaties, wisselend materieel en gebrekkige communicatie vergroten het risico. Elektrische veiligheid is dus een verantwoordelijkheid van de hele werf.
  2. Preventie door de bedrijfsarts begint bij de werkgever – Nederlandse bedrijfsartsen besteden gemiddeld 14 procent van hun werktijd aan preventie, tegenover 69 procent aan verzuimbegeleiding. Hoewel 96 procent preventie als kerntaak ziet, bepaalt vooral de steun van de werkgever hoeveel tijd ze eraan kunnen besteden.
  3. Veel werk, weinig zeggenschap: 14 procent meer hartsterfte – Werknemers met hoge taakeisen en weinig autonomie vertonen 14 procent meer cardiovasculaire sterfte. Dat blijkt uit een studie bij 18.463 werknemers, met meer dan 23 jaar opvolging. Het verband is significant, maar bewijst geen causaliteit.
  4. COVID-vaccinatie: zorgpersoneel blijft prioritair – De Hoge Gezondheidsraad beveelt ook voor 2026-2027 jaarlijkse vaccinatie aan voor zorgpersoneel met direct patiëntcontact. Toch liet vorig seizoen slechts 12 tot 16 procent zich vaccineren. De uitdaging ligt vooral bij de lage opkomst.
  5. Wie de site niet mag verlaten, pauzeert niet – Een nachtverpleegkundige die als enige verpleegkundige verantwoordelijk bleef voor 105 bedden, had recht op een betaalde pauze. Het Arbeidshof van Luik kende haar ruim 9.400 euro bruto achterstallig loon en toeslagen toe. Een pauze is geen vrije tijd als de werknemer beschikbaar moet blijven.
  6. Reinigen is het gevaarlijkste moment van de machinecyclus – Vier zware arbeidsongevallen tonen hetzelfde patroon: werknemers benaderen bewegende machineonderdelen omdat ze aannemen dat de installatie stilstaat. Ontbrekende afscherming, onverwacht herstarten en onvoldoende beveiliging maken reiniging tot een bijzonder risicovolle taak.
  7. Jaarlijks attest bij invaliditeit en hogere werkhervattingspremie – Een nieuw wetsontwerp verplicht vanaf het tweede ziektejaar jaarlijks een medisch attest en verhoogt de werkhervattingspremie van 1.725 naar 3.000 euro. Ook komt er een boete voor frauduleuze attesten. De meeste maatregelen zijn gepland voor 1 november 2026, maar het parlement moet de tekst nog goedkeuren.

Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.