Artikel

Veel werk, weinig zeggenschap: 14 procent meer hartsterfte na 23 jaar

Werknemers met hoge taakeisen en weinig autonomie hebben 14 procent meer kans om te sterven aan een hart- of vaatziekte. Dat verband blijft zichtbaar over een opvolging van meer dan 23 jaar. De cijfers komen uit een studie die op 7 september 2026 verscheen in het Scandinavian Journal of Work, Environment & Health. Een team onderzoekers bracht daarvoor vier cohorten samen uit Italië, Duitsland en de Verenigde Staten.

Het gaat om 18.463 werknemers, 444.767 persoonsjaren en 842 sterfgevallen door hart- en vaatziekten. Alle deelnemers waren bij de start aan het werk, tussen 30 en 60 jaar oud, en vrij van hart- en vaatziekten. Hoge job strain is gedefinieerd volgens het model van Karasek: hoge taakeisen samen met weinig regelruimte.

Lees ook: Werkgerelateerde hart- en vaatziekten: risico's herkennen en aanpakken

De meeste studies over werkstress volgen mensen tien jaar; deze volgde ze meer dan twintig

Dat verschil bepaalt wat er te zien valt. Wie op zijn veertigste gemeten wordt, sterft zelden binnen tien jaar aan een hartaandoening. Kortlopend onderzoek mist die gevallen systematisch. De mediane opvolgduur lag hier tussen 23,1 en 28,5 jaar per cohort.

Na correctie voor leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en beroepsklasse bedroeg de risicoratio 1,14 (95%-BI 1,01-1,27). Corrigeren voor roken, bloeddruk, diabetes en BMI bracht de schatting naar 1,09, en het verband werd niet-significant. De auteurs zien die factoren deels als tussenschakels: werkdruk beïnvloedt leefstijl en bloeddruk, en die beïnvloeden op hun beurt het hart. Voor totale sterfte vonden ze geen verband.

De onderzoekers legden hun resultaat ook naast vier eerdere studies met een opvolging van twintig jaar of meer. Alle vier rapporteerden schattingen boven 1, al liepen de opzet en de meetmethode te ver uiteen om ze samen te poolen.

Lees ook: Meer inspanning dan waardering? De impact van psychosociale werkstress op depressie en hartziekte

Taakeisen wegen zwaarder dan de mate van autonomie

Apart bekeken kwam de schatting voor hoge taakeisen op 1,14. Voor veel autonomie tegenover weinig autonomie kwam ze op 1,02. Meer regelruimte op zich ging dus niet samen met minder sterfte. Geen van beide schattingen is significant, en de combinatie voorspelt beter dan elke dimensie afzonderlijk.

Bij arbeiders lag de schatting hoger dan bij bedienden en kaderleden: 1,25 tegenover 1,05. Het interval bij arbeiders loopt van 0,84 tot 1,86, dus dat verschil is statistisch niet hard. Bij mannen was het verband wel significant (1,15), bij vrouwen niet (1,11), met een breder interval.

De onderzoekers splitsten de persoonstijd in de periode vóór en na 65 jaar. Vóór 65 kwam de risicoratio op 1,24, erna op 1,10. Beide schattingen zijn afzonderlijk niet significant, en ze verschillen ook statistisch niet van elkaar. De blootstelling stopt bij de laatste werkdag, de gemeten oversterfte niet.

Lees ook: Niet de werkdruk, maar het gebrek aan autonomie: Europese studie onder zes miljoen werknemers

De schade valt buiten de periode waarin organisaties meten

Hier zit de beleidsvraag. Een afweging over werkdruk steunt doorgaans op verzuim, verloop en productiviteit. Die cijfers bewegen binnen één tot drie jaar. De sterfte in deze studie valt twintig tot dertig jaar later, grotendeels bij mensen die de organisatie allang verlaten hebben. Wie enkel stuurt op wat binnen het boekjaar zichtbaar wordt, ziet dit deel van de gevolgen dus nooit.

Voor wie over werkorganisatie beslist, volgen hieruit drie concrete keuzes.

  • Splits taakeisen en beslissingsruimte apart uit in de psychosociale risicoanalyse, en rapporteer per functiegroep in plaats van per vestiging. Een globale welzijnsscore verbergt net de groepen waar beide samenvallen.
  • Ga na of arbeidersfuncties werkelijk in de meting zitten. Bevragingen via mail en intranet bereiken productie, logistiek en onderhoud structureel minder goed.
  • Leg vast wie de werkdruk mag bijstellen. Bezettingsnormen, planningsmarges en deadlines liggen zelden bij de dienst die het welzijnsbeleid schrijft.

De studie heeft beperkingen, en toont geen causaliteit aan. Desalniettemin: hoge eisen in combinatie met weinig zeggenschap gaan samen met meer cardiovasculaire sterfte, over een termijn die langer is dan een loopbaan bij één werkgever.