De Hoge Gezondheidsraad (HGR) blijft een jaarlijkse COVID-19-vaccinatie sterk aanbevelen voor zorgpersoneel met direct patiëntcontact. In de praktijk liet het voorbije seizoen slechts 12 tot 16 procent van de Belgische zorgmedewerkers zich vaccineren, afhankelijk van de registratiebron. Dat staat in HGR-advies 9934 voor het seizoen 2026-2027, dat de raad op 7 oktober 2026 valideerde en dat op 13 oktober gepubliceerd werd. Voor wie in een zorgorganisatie het vaccinatiebeleid mee vormgeeft, ligt de opdracht dus minder bij de doelgroepen en meer bij de opkomst.

Een nieuw vaccin, dezelfde leeftijdsgrens
Het vaccin van dit seizoen is aangepast aan de XFG-variant. Het Europees Geneesmiddelenbureau koos die samenstelling eind mei 2026, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie LP.8.1 bleef verkiezen en XFG aanvaardbaar noemde. België volgt de Europese lijn. Op de Belgische markt is Comirnaty het breed beschikbare XFG-vaccin, kosteloos verdeeld via de programma’s van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap.
De HGR houdt de leeftijdsgrens voor de jaarlijkse herfstdosis op 65 jaar, terwijl buurlanden optrekken: Nederland naar 70 jaar, Duitsland naar 75 jaar en het Verenigd Koninkrijk vanaf het najaar van 2027 naar 80 jaar. De raad steunt op Belgische ziekenhuisdata: 65-plussers waren tussen juni 2024 en juni 2026 goed voor 64 procent van de opgenomen COVID-19-patiënten, bij 19 procent van de bevolking. In die cijfers ziet de HGR geen knik die 70 jaar als logischere grens aanwijst.
Er bestaat geen Belgische kosteneffectiviteitsstudie die de grens van 65 jaar onderbouwt, en de HGR schrijft dat ook uitdrukkelijk. De grens is een bewuste keuze voor bereik en gelijke toegang. De vaccinatiegraad bij 65-plussers lag in 2024-2025 op 54,0 procent in Vlaanderen, tegenover 22,8 procent in Brussel en 20,2 procent in Wallonië. Een hogere grens zou een groep schrappen die het programma vandaag wel bereikt. De raad wil de grens voor 2027-2028 herbekijken zodra een economische evaluatie door het KCE beschikbaar is.
Lees ook: Herfstvaccinatie tegen covid: lessen vanuit het voorgaande jaar
Ook onder de 65 jaar valt een deel van het personeel onder de aanbeveling
Voor de arbeidsgeneeskundige praktijk is de groep van 50 tot 64 jaar met minstens één comorbiditeit de belangrijkste. Zij krijgen dezelfde jaarlijkse aanbeveling als 65-plussers. De lijst omvat onder meer chronische long-, hart-, nier- en leveraandoeningen, ernstig astma, diabetes type 1 en 2, ernstige psychiatrische aandoeningen en een BMI vanaf 40. Daarnaast zijn immuungecompromitteerde personen op elke leeftijd, zwangeren met een risicofactor en huisgenoten van ernstig immuungecompromitteerde personen prioritair.
Gezonde volwassenen van 18 tot 64 jaar zijn geen prioritaire groep. De HGR benadrukt dat dit geen advies tegen vaccinatie is: wie wil, kan na een individuele risicobeoordeling met een zorgverlener nog altijd gevaccineerd worden. Een algemene COVID-campagne voor een gezonde beroepsbevolking volgt dus niet uit dit advies.
Mijn eigen vertaalslag naar de praktijk: consultaties in het kader van het gezondheidstoezicht in september en oktober zijn een geschikt moment om werknemers met een chronische aandoening op de aanbeveling te wijzen.
Lees ook: Onzichtbare risico’s, zichtbare oplossing: vaccinatie op het werk
Waarom zorgpersoneel prioritair blijft, en waar het bewijs dun is
Internationaal is de positie van zorgpersoneel minder eenduidig dan de Belgische aanbeveling doet vermoeden. Duitsland beveelt een jaarlijkse dosis aan als beroepsindicatie. Frankrijk en Nederland doen dat voor zorgverleners in contact met kwetsbare patiënten, ter bescherming van die patiënten. De WHO-adviesgroep SAGE plaatst gezondheidswerkers in een facultatieve categorie en vond voor de Omicron-periode geen studies naar de effectiviteit tegen overdracht door zorgverleners. Het Britse JCVI laat zorgpersoneel voor 2026-2027 weg, omdat arbeidsgeneeskundige programma’s buiten zijn kosteneffectiviteitsmethode vallen, en verwijst naar initiatieven van werkgevers.
De bescherming tegen infectie is bovendien korter dan die tegen ernstige ziekte. In een Europees huisartsennetwerk daalde de geschatte effectiviteit tegen symptomatische infectie van 73 procent na twee tot vier weken naar 54 procent na één tot twee maanden, met zeer brede betrouwbaarheidsintervallen. Wel was SARS-CoV-2 in Europese cohorten van zorgpersoneel de belangrijkste infectieuze oorzaak van ziekteverzuim. Dat gegeven beschrijft de ziektelast; het toont op zich niet aan hoeveel verzuim vaccinatie voorkomt.
Wie medewerkers wil overtuigen met de belofte dat hun prik bewoners of patiënten tegen besmetting beschermt, claimt daarmee dus meer dan de huidige evidentie draagt. Let op, dat is mijn lezing van het advies, geen conclusie van de HGR zelf. Een eerlijkere boodschap legt de nadruk op persoonlijke bescherming op korte termijn, op de timing vlak voor de seizoenspiek en op minder kans op ernstige ziekte bij wie zelf risicofactoren heeft.
Oktober is het moment, bij voorkeur samen met de griepprik
De HGR adviseert vaccinatie vanaf september, bij voorkeur in oktober (het advies van de HGR komt dus wederom een beetje laat). In drie opeenvolgende seizoenen viel de COVID-golf in september en oktober. In 2025-2026 piekten de huisartsconsultaties begin oktober, bij een duidelijk lagere intensiteit dan de jaren voordien. De griepgolf komt doorgaans later, vanaf ten vroegste december en doorgaand zelfs pas in februari-maart.
Gelijktijdige toediening van het griep- en het COVID-vaccin tijdens hetzelfde bezoek, in een andere arm, geniet de voorkeur. Ook RSV-, pneumokokken- en zostervaccins mogen tegelijk worden gegeven. Het advies noemt de huisarts, de apotheek en de arbeidsgeneeskundige consultatie uitdrukkelijk als plaatsen voor die gecombineerde afspraak. Het combinatievaccin mCombriax, dat griep en COVID-19 in één injectie bundelt, is dit seizoen niet beschikbaar in België omdat het niet aan XFG is aangepast.
Lees ook: Vaccinatiestrategie 2025-2026 HGR: Griep én COVID-19 verdienen blijvende aandacht
Wat preventieadviseurs en arbeidsartsen nu kunnen doen
De campagne loopt al, dus de ruimte zit vooral in organisatie en communicatie.
- Ga met de directie na via welke route medewerkers met patiëntcontact in oktober beide vaccins in één afspraak kunnen krijgen, en wie die route intern bekendmaakt.
- Stem de boodschap af op wat het bewijs draagt: persoonlijke bescherming op korte termijn en minder kans op ernstige ziekte bij risicofactoren. Gebruik het argument van overdracht naar patiënten voorzichtig.
- Wijs werknemers van 50 tot 64 jaar met een chronische aandoening en immuungecompromitteerde werknemers tijdens het gezondheidstoezicht op de aanbeveling.
- Neem de gecombineerde griep- en COVID-campagne op in het jaaractieplan rond biologische agentia en bespreek na de winter in het CPBW welke drempels medewerkers ervoeren.
Een sterke aanbeveling die weinig medewerkers bereikt
Het advies voor 2026-2027 houdt de doelgroepen grotendeels gelijk en maakt de onderbouwing explicieter dan voorheen. De HGR kiest bij de leeftijdsgrens voor bereik boven marginale efficiëntie, en zegt dat ook. Voor zorgorganisaties blijft de vraag waarom een sterke aanbeveling bij hoogstens één op zes medewerkers aankomt. Is patiëntbescherming, het argument dat de sector jarenlang centraal zette, vandaag nog het beste vertrekpunt om dat te veranderen?
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.