Mocht ik vanavond doodvallen, dan merk je daar de eerste twee weken niets van.
Op LinkedIn toch niet. (Thuis hoop ik op een iets snellere reactie.) Elke werkdag zou er nog een artikel van mij verschijnen, over een arrest, een studie of een wetswijziging, alsof er niets aan de hand was. Twee weken lang zou ik mijn eigen ghostwriter zijn.
Dat komt doordat ik in batches schrijf. Door de week kom ik van alles tegen: een rapport, een vraag op het werk, een boek. Daar gaat een vlaggetje bij. In het weekend of in een vakantie schrijf ik dat allemaal uit, uren aan een stuk, soms hele dagen. Vijf à tien artikels op een weekend, een enkele keer vijftien. Daarna plan ik ze in, één per werkdag, weken vooruit. (Af en toe twee op één dag, per ongeluk; zo overzichtelijk is die planning nu ook weer niet.)
Deze zomer stond ik zo bijna twee maanden voor op mezelf.
Dat gaf me best een comfortabel gevoel. Mocht ik ziek worden, een overvolle week hebben, een weekend dat aan andere dingen opgaat: het deed er niet toe, de machine draaide. Bring it on.
Tot collega’s me begonnen aan te spreken over mijn artikels. Ik knik dan geïnteresseerd en zoek intussen koortsachtig waar het over ging. Eén keer wist ik niet eens meer dat ik het geschreven had. Mijn eigen artikel.
En overtuigend is dat knikken blijkbaar ook niet echt. “Hij weet zelf niet meer waar zijn eigen artikels over gaan!” zei een collega lachend tegen een andere. Ik stond erbij.
Je moet begrijpen, voor wie het die ochtend leest, is zo’n stuk nieuw. Ik schreef het zes weken eerder, als nummer zoveel in een rij van vijftien. Dus wie erop reageert, praat tegen iemand die er al lang niet meer in zit; niet ideaal.
Er hangt nog een tweede prijs aan. Wat ik vandaag boeiend vind, wil ik vandaag delen. Zes weken later hebben anderen dezelfde bron ook gevonden, heeft de krant erover geschreven, en kom ik aandraven met nieuws dat geen nieuws meer is.
Ik behandel(de) mijn artikels alsof je ze kunt invriezen. En voor sommige kan dat ook. De bespreking van een thesis van een preventieadviseur is stoofvlees: die komt er na zes weken even goed uit, misschien zelfs beter. Een reactie op het nieuws van deze week is sla, en dat komt iets minder smakelijk uit de diepvries.
Ik vries nog iets anders in. In januari zijn het weer functioneringsgesprekken, en dan ben ik degene die iemand aanspreekt over iets van maanden geleden.
Want zo’n gesprek is ook een batch. Een jaar lang zet een leidinggevende vlaggetjes: dat liep goed, dat kon beter, daar moeten we het eens over hebben. En dan komt alles in één keer, op een ingepland uur. De opmerking over die vergadering in april. Het compliment voor dat dossier van voor de zomer.
Aan de overkant van de tafel zit iemand te knikken. Ik weet dus maar al te goed hoe dat knikken voelt. Je hoort iets over je eigen werk en je moet eerst opgraven wat het ook alweer was. Tegen dat je het gevonden hebt, is het gesprek al twee punten verder.
En het komt te laat om er nog iets mee te doen. Wie in april hoort dat die vergadering anders had gekund, pakt de volgende anders aan. Wie het in januari hoort, heeft intussen acht maanden op dezelfde manier vergaderd. Een compliment van zes maanden oud blijft welkom, alleen smaakt het wat naar diepvries…
Die vlaggetjes werken bij een leidinggevende zoals bij mij. Wie iets noteert voor later, is er voorlopig van af: het staat ingepland, dus het komt in orde. En dat vaste moment heeft zijn verdienste. Zonder dat moment krijgen sommige medewerkers nooit een gesprek, en dat is uiteraard nog erger.
Alleen stelt zo’n planning vooral de planner gerust. Een gesprek kan zowel stipt op het afgesproken uur beginnen én tegelijkertijd maanden te laat komen.
Begrijp me niet verkeerd, dit is geen pleidooi om het functioneringsgesprek af te schaffen. Er is genoeg dat prima bewaart: waar iemand naartoe wil, wat die wil leren, wat er aan de job moet veranderen. Maar wat over dinsdag gaat, haalt januari niet.
Ik heb me voorgenomen om minder ver vooruit te schrijven. Wat geen datum draagt, mag nog steeds op voorraad. De rest schrijf ik dichter bij de dag waarop jij het leest (ook als er daardoor misschien eens een werkdag zonder artikel zal voorbijgaan).
En evenzeer wil ik in januari aan die tafel zo weinig mogelijk nieuws te vertellen hebben.
Deze week zette ik acht artikels online:
- Steunzolen in veiligheidsschoenen: de arbeidsarts beslist – Een werkgever hoeft geen medisch attest van de huisarts te vragen wanneer een medewerker aangepaste steunzolen nodig heeft. De arbeidsarts beoordeelt de medische noodzaak, de leverancier bewaakt de conformiteit van de veiligheidsschoen.
- Bureaucratie weegt zwaarder dan werkdruk – Volgens een UGent-bevraging ervaart 58% van de Belgische werknemers bureaucratie, tegenover 50% die een zware werklast meldt. Drie op de tien zitten in de risicozone voor burn-out. Werknemers verwachten meer van aangepast werk dan van stresscursussen.
- De bewaartermijn bepaalt u meestal zelf – De Codex legt voor slechts enkele welzijnsdocumenten een concrete bewaartermijn vast: tien jaar voor arbeidsongevallensteekkaarten, veertig jaar voor asbestregisters. Voor preventieplannen, jaarverslagen en veel andere documenten moet de organisatie zelf een verdedigbare termijn bepalen.
- Twee doden bij de ontmanteling van een fabriek – Bij een Amerikaanse fabriek kwamen twee werknemers om nadat restchemicaliën zonder geschreven procedure werden samengevoegd. Het veiligheidsregime was al afgebouwd, terwijl de gevaarlijke stoffen nog aanwezig waren. Een fabriekssluiting vraagt een eigen risicoanalyse.
- Het veiligheidshek werd aangepast, het valgevaar bleef – Na een dodelijk arbeidsongeval bij een West-Vlaamse aardappelverwerker werd de machinebeveiliging verbeterd. Maar bij terugkerende storingen moesten werknemers nog altijd op de transportband klimmen. De technische oorzaak werd aangepakt, de gevaarlijke taak bleef bestaan.
- 133 reviews verklaren de genderkloof in ziekteverzuim niet – Van 133 onderzochte reviews gingen er slechts twaalf werkelijk over de oorzaken van het hogere ziekteverzuim bij vrouwen. Geen van de gangbare verklaringen blijkt overtuigend bewezen. Wie verzuimcijfers vergelijkt, moet ook rekening houden met functiegroep, frequentie en duur.
- Bij AI begint veiligheid vóór de aankoop – Een nieuw onderzoekskader onderscheidt zeven fasen in de levenscyclus van AI-systemen. Bij aangekochte toepassingen liggen de eerste vier al vast bij de leverancier. Daarom moeten trainingsdata, prestaties en veiligheidstests vóór de aankoop beoordeeld worden.
- Werkstress verstoort de slaap van vijftigplussers – Een Britse studie volgde 45 werknemers tussen 50 en 66 jaar met slaapsensoren. Ze sliepen doorgaans zeven tot acht uur, maar hun nachten werden vaak onderbroken. Werkdruk en werk-privébalans hingen samen met de slaapkwaliteit. De oplossing ligt niet alleen in slaaptips, maar ook in de werkorganisatie.