Nieuwsbrief

Wijs op werk #58: Het hoofd op het scherm

Maandagochtend: hoofdpijn, verstopte neus. Het hele weekend had ik het al voelen aankomen. Niets dramatisch, vond ik zo. En ik had een belangrijke meeting met mijn team. Dus reed ik naar het werk.

Diezelfde ochtend vroeg een van mijn teamleden of hij van op afstand mocht deelnemen. Hij was ook verkouden en wou niemand aansteken. Hij zei er zelf bij dat hij besefte dat het niet zo evident was, voor net die vergadering.

Natuurlijk mocht dat, antwoordde ik. Vanuit mijn stoel. Met mijn eigen verstopte neus. In een zaal vol collega’s.

Ik dacht het meteen zelf. Een collega zei het even later gewoon hardop: ge had beter het voorbeeld van uw collega gevolgd. In uw kot gebleven, in plaats van ons hier aan te steken.

Gelijk had ze.

De dagen erna heb ik mijn agenda dan maar naar Teams verhuisd. Tot donderdag. Grote vergadering waarin ik zelf een belangrijk onderwerp moest brengen, normaal fysiek, en tegen dan zat ik in volle Barry White-modus: die lage, resonerende verkoudheidsstem. (Iemand opperde dat dit hét moment was om een podcastreeks op te nemen. Ik heb een genre voorgesteld dat we hier verder niet uitwerken.)

En toch, en toch… die ochtend twijfelde ik.

Want er zit ook een keerzijde aan thuisblijven. Wie op afstand meedoet, beschermt de anderen en zet zichzelf tegelijk een beetje buiten de groep. Je mist het zinnetje van vlak voor de vergadering begint, en het gesprek in de gang erna waar de helft van de nuance zit. Mijn collega merkte het die maandag ook: volgen lukt, erbij zitten niet.

Ik heb het uiteindelijk toch van op afstand gedaan. En het ging hoor. De zaal was er logistiek op voorzien; had dat niet gekund, dan was ik gegaan met een mondmasker op. Ook geen pretje, maar dat draag je nu eenmaal voor iemand anders.

Niemand van mijn collega’s heeft die donderdag gemerkt dat ik erover getwijfeld had. Ze zagen een hoofd op een scherm, ergens boven de tafel, en that’s it.

Verzuim kennen we tot achter de komma. Presenteïsme, ziek aanwezig zijn, is een oud begrip in mijn vak, maar het staat in geen enkel dashboard. De twijfel die eraan voorafgaat al helemaal niet.

Ondertussen is het advies simpel: blijf thuis als je ziek bent. Mij kost het niets om dat te zeggen. Niemand twijfelt aan mijn inzet, mijn afwezigheid wordt nergens stilletjes genoteerd, mijn mailbox wacht wel. Ik ben bovendien arts, ik hoor dit te weten. En desalniettemin stond ik donderdagochtend nog te twijfelen.

Reken dan eens uit hoe die afweging eruitziet voor iemand die drie maanden in dienst is. Voor iemand in een team waar elk gat opvalt. Voor iemand die volgende maand een evaluatiegesprek heeft.

En dan is er nog dat ene detail van die maandag. Mijn collega heeft het gevráágd. Hij vroeg toestemming om zijn collega’s niet ziek te maken.

Ik ga hier geen procedure van maken; het laatste wat dit nodig heeft, is een formulier. Maar er zit een verschil tussen “het mag” en “het kost je niets”. Het eerste hebben we geregeld. Het tweede niet.

Wie heeft er bij jullie deze week gevraagd of ze van op afstand mochten meedoen? En wat heeft het hun gekost dat ze het uiteindelijk deden?


Deze week zette ik zes artikels online:

  1. Richtlijnen over werk tijdens de zwangerschap: helder geformuleerd, zelden onderbouwd – Van 31 internationale richtlijnen over werk en zwangerschap zijn er maar vier methodologisch voldoende sterk. De meeste lezen helder, maar maken niet duidelijk hoe hun aanbevelingen tot stand kwamen en bieden nauwelijks hulpmiddelen voor toepassing in de praktijk.
  2. Valgevaar op de bouwplaats: vier jaar op rij de helft van alle inbreuken – Bij een bliksemactie op Belgische bouwplaatsen ging 49% van de vastgestelde inbreuken over vallen van hoogte. Dat aandeel blijft al vier jaar vrijwel onveranderd, ondanks bekende en vaak eenvoudige preventiemaatregelen.
  3. Een op de vijf bestuurders met diabetes rijdt zonder geldig rijbewijs – 22% van de bevraagde bestuurders met diabetes heeft geen aangepast rijbewijs en rijdt juridisch dus zonder geldig rijbewijs. Voor organisaties is vooral relevant dat veel medewerkers beroepsmatig rijden zonder dat dit via het gezondheidstoezicht wordt opgevolgd.
  4. Uw bedrijfsfeest is een werkplek, ook voor wie die dag verlof heeft – Een werknemer die na een bedrijfsfeest verongelukte, bleek op de arbeidsweg te zijn, ook al had hij die dag verlof en nam hij vrijwillig deel. Doorslaggevend was dat de werkgever het kader van het feest bepaalde en daardoor gezag bleef uitoefenen.
  5. Een derde van de flexibele uurroosters wordt volledig door de werkgever bepaald – Van de Europese werknemers met wisselende uren heeft 34% geen enkele zeggenschap over die uren. Wie weinig regelmaat heeft, rapporteert bovendien veel vaker problemen met werk-privébalans, stress en slaap.
  6. Seksuele intimidatie in de horeca: de gast is de meest genoemde bron – In een Weense bevraging meldde 72% van de horecamedewerkers seksuele intimidatie te hebben meegemaakt of gezien. De gast werd het vaakst als bron genoemd, terwijl zes op de tien meldingen volgens respondenten zonder zichtbaar gevolg bleven.

Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.