Van de 1.136 bestuurders met diabetes in een recente bevraging beschikt 22% niet over een aangepast rijbewijs. Zij rijden juridisch gezien zonder geldig rijbewijs. De cijfers komen van Diabetes Liga, Association du Diabète en Vias institute, die de resultaten op 18 augustus publiceerden. België telt ongeveer een miljoen mensen met diabetes, en een deel van hen rijdt elke werkdag voor het werk.
Lees ook: Vermijdbare drama’s
De verplichting geldt vanaf de diagnose, ongeacht type of behandeling
Wie de diagnose diabetes krijgt, moet binnen vier werkdagen een aangepast rijbewijs aanvragen. Dat geldt voor elk type diabetes en voor elke behandeling. Het rijbewijs moet daarna om de vijf jaar vernieuwd worden, en om de drie jaar voor wie beroepsmatig rijdt (groep 2).
In de bevraging denkt 18% dat een aangepast rijbewijs niet nodig is. Nog eens 27% meent dat de regel alleen geldt bij bepaalde types, vanaf een bepaalde leeftijd of bij complicaties. Het moment van de diagnose verklaart een deel van die onwetendheid: iemand krijgt dan veel informatie tegelijk te verwerken.
Lees ook: Veel werknemers verzwijgen chronische gezondheidsproblemen op het werk
Alleen wie beroepshalve rijdt, passeert daarvoor langs de arbeidsarts
Voor beroepschauffeurs (rijgeschiktheid groep 2) zit de controle ingebed in het gezondheidstoezicht. De huisarts of endocrinoloog stelt een rijgeschiktheidsadvies op, en op basis daarvan levert de arbeidsarts het rijgeschiktheidsattest af. Om de drie jaar keert dat moment terug. Bij complexe situaties volgt een doorverwijzing naar CARA, het rijgeschiktheidscentrum van Vias institute.
Alle andere medewerkers regelen dit zelf bij de gemeente. De vertegenwoordiger, de technicien, de thuisverpleegkundige en de manager met een bedrijfswagen vallen buiten dat systeem. In de meeste organisaties is die groep een veelvoud van het aantal beroepschauffeurs. Uw organisatie heeft er vandaag geen zicht op.
Lees ook: Rijden voor het werk: tussen concentratie, angst en beleid
43% van de bevraagden denkt dat een ongeldig rijbewijs zonder gevolgen blijft
Dat cijfer komt uit dezelfde bevraging. 40% weet dat de verzekering bij een ongeval mogelijk niet tussenkomt. 17% denkt zelfs nooit verzekerd te zijn.
Voor de bestuurder gaat het over een boete en over discussie met de autoverzekeraar. Voor de organisatie ligt de vraag anders. Het ongeval gebeurt tijdens een verplaatsing die u vraagt, met een voertuig dat u ter beschikking stelt. Wat dat betekent voor de dekking van uw vloot, staat niet in dit onderzoek.
Lees ook: Werkgerelateerde verkeersongevallen: veel slachtoffers, weinig beleid
Het onderwerp valt tussen wagenparkbeheer en gezondheidstoezicht in
Fleet volgt voertuigen op, het gezondheidstoezicht volgt medewerkers in een veiligheidsfunctie. De geldigheid van een gewoon rijbewijs zit in geen van beide processen. Vier beslissingen sluiten dat gat, zonder dat u medische informatie opvraagt.
- Laat wie een bedrijfswagen of dienstvoertuig gebruikt bij toewijzing en bij elke vervanging schriftelijk bevestigen dat het rijbewijs geldig is.
- Leg vast wie de opvolging draagt: fleet, HR of de interne preventiedienst.
- Vraag uw verzekeraar schriftelijk wat een ongeldig rijbewijs doet met de dekking van dienstverplaatsingen.
- Zorg dat leidinggevenden weten langs welke weg twijfel over rijgeschiktheid bij de arbeidsarts terechtkomt.
De bevestiging gaat over de geldigheid van een document. Diagnoses blijven buiten dat proces. Houd dat onderscheid strikt aan, ook in de formulering van het formulier.

De regelgeving rond rijden met diabetes bestaat al lang en is individueel afdwingbaar. De bevraging laat zien dat de kennis erover bij een groot deel van de betrokkenen ontbreekt. Organisaties dragen daar een stuk van mee, omdat een aanzienlijk deel van dat rijden voor hun rekening gebeurt. Voor welke groepen medewerkers weet uw organisatie vandaag met zekerheid dat het rijbewijs geldig is?
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.