Artikel

Zes betwiste dossiers, één beslissende factor: wat de organisatie had bewaard

Het afgelopen jaar besprak ik in deze reeks zes betwiste dossiers over beroepsziekten en arbeidsongevallen. Vier gingen over een ziekte, twee over een ongeval. De medische kant werd telkens door een deskundige beslecht. In vijf van de zes ging het echte geschil over de blootstelling, en daar besliste wat er ooit over de werkpost was genoteerd.

Een uitbener won omdat zijn werkgever wist hoeveel ton vlees zijn ploeg verwerkte

Een Franse uitbener werkte achttien jaar in de vleessector, waarvan negen maanden in België. Het arbeidshof van Brussel kende hem op 29 juni 2026 een Belgische beroepsziekte toe aan 33% blijvende arbeidsongeschiktheid. De gerechtsdeskundige liet zich bijstaan door een ingenieur. Die stelde vast dat een ploeg van zeven uitbeners samen 700 ton vlees per week verwerkte.

Dat cijfer stond in de productieadministratie van de werkgever. Het zat niet in een risicoanalyse en niet in een gezondheidsdossier. Zonder dat gegeven was de blootstelling over achttien jaar en twee landen niet te reconstrueren geweest.

27 Nederlandse werknemers verloren omdat niemand had genoteerd wie wanneer waar stond

Tussen 2004 en 2010 werkten ongeveer 800 uitkeringsgerechtigden in een Nederlands re-integratieproject aan de restauratie van oude treinstellen. Ze kwamen daarbij in contact met chroom-6. Onderzoek van het RIVM bevestigde later dat beschermingsmiddelen ontbraken of verkeerd werden gebruikt. Toch verloren 27 van hen in september 2025 hun zaak bij de Hoge Raad.

Het gerechtshof eiste dat elke betrokkene per persoon aantoonde wanneer die werkte, welke taken die uitvoerde en hoe de blootstelling verliep. Dat detailniveau bestond niet. De advocaat-generaal noemde de uitkomst zelf onbevredigend. De collectieve onderbouwing was sterk, de individuele ontbrak.

Deze dossiers landen vier tot vijftien jaar na de feiten

De termijnen zijn geen uitzondering in deze zes zaken. Het chroom-6-dossier werd beslecht vijftien jaar na het einde van de blootstelling. Een intrekking van een erkenning uit 2013 kwam pas in 2026 voor het arbeidshof. Een verzwikte enkel uit oktober 2021 werd in mei 2026 erkend, na vier jaar procedure. Bij huidkanker door uv-straling telt zelfs de hele loopbaan, met een drempel van 20.000 blootstellingsuren.

Het gezondheidsdossier zelf blijft bewaard, want daar gelden wettelijke termijnen. Het probleem zit bij het materiaal daarnaast. Tonnages, ploegsamenstelling, cyclustijden en lijnsnelheden zitten in systemen die om heel andere redenen worden vervangen. Bij een fusie of een ICT-migratie verdwijnen die zonder dat iemand het merkt, omdat niemand ze als bewijsmateriaal beschouwt.

In de overheidssector vangt een vermoeden op wat elders de registratie moet doen

Eén dossier week af, en dat is ook leerzaam. Bij een politie-inspectrice met dertig jaar interventiedienst gold artikel X.III.4 van het Mammoetbesluit. Werk bij een overheidsinstelling wordt tot bewijs van het tegendeel geacht blootstelling te hebben opgeleverd. Fedris moest dat vermoeden weerleggen en slaagde daar niet in.

In de privésector bestaat die vangnetregel niet. Wie in beide sectoren adviseert, moet die nuance kennen voor er een aanvraag vertrekt. In het uitbenersdossier ging het bovendien om een lijstziekte, code 1.606.51. Zodra ziekte en blootstelling vaststaan, is het oorzakelijk verband onweerlegbaar. Fedris kon daardoor alleen op die twee punten aanvallen, en probeerde ze allebei.

Wie het eigen bewijs laat liggen, verliest ook met een goed argument

Twee dossiers illustreren de andere kant. Een ziekenhuis verweet een medewerker dat ze geen rechtstreekse getuige had laten verklaren, terwijl naam en adres van die getuige in de eigen aangifte stonden. De verzekeraar ondervroeg die persoon nooit. Het hof draaide het verwijt om.

Bij de teruggedraaide erkenning gebeurde iets vergelijkbaars. Fedris had de blootstelling in 2013 zelf erkend en sprak pas acht jaar later van een vergissing. Het arbeidshof vond het onredelijk om de volledige bewijslast dan nog bij de werknemer te leggen en nam genoegen met aannemelijkheid, op grond van artikel 8.6 van het Burgerlijk Wetboek. Dat is een bruikbaar argument wanneer je een medewerker begeleidt in een oud dossier.

Wat dit oplevert voor uw eigen praktijk

  • Leg bij elke aanvraag de blootstelling meteen concreet vast: welke post, welke periode, welke frequentie, welke machines, en wie dat kan bevestigen. Dat is het materiaal dat een deskundige jaren later leest.
  • Bepaal in het jaaractieplan welke werkposten kwantitatieve belastinggegevens krijgen, en agendeer die lijst in het CPBW.
  • Vraag bij aanwerving in zwaar belastende functies de loopbaanblootstelling uit. Blootstelling bij vorige werkgevers en in andere landen telt mee.
  • Ga bij een fusie of systeemwissel na welke productiegegevens verdwijnen, en leg vast wat bewaard blijft.

De diagnose stond in vijf van deze zes dossiers vrij snel vast. Wat jaren aansleepte, was de vraag of iemand kon aantonen waaraan de betrokkene precies had blootgestaan. Vanaf welke functies is kwantitatieve belastingregistratie in uw organisatie verdedigbaar (en waar wordt het administratie om de administratie)?

Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.