
In Nederland verloren 27 voormalige deelnemers aan een re-integratieproject hun rechtszaak om schadevergoeding na blootstelling aan chroom-6. Niet omdat hun klachten onwaarschijnlijk waren, maar omdat ze ze niet individueel konden bewijzen. De uitspraak van de Hoge Raad is een pijnlijke herinnering aan hoe hoog de lat ligt om gezondheidsschade juridisch te onderbouwen.
Een re-integratieproject met een giftige nasmaak
Tussen 2004 en 2010 namen zo’n 800 uitkeringsgerechtigden verplicht deel aan tROM, een re-integratieproject van de gemeente Tilburg. Ze werkten aan de restauratie van oude treinstellen van het Nederlands Spoorwegmuseum, op het terrein van NedTrain. Daar kwamen ze in contact met chroom-6, een kankerverwekkend metaal dat vroeger veel werd gebruikt in roestwerende verf.
Jaren later bleek uit RIVM-onderzoek dat deelnemers inderdaad aan risico’s waren blootgesteld: persoonlijke beschermingsmiddelen ontbraken of werden verkeerd gebruikt. In 2019 en 2020 bevestigde nieuw onderzoek dat blootstelling aan chroom-6 kan leiden tot ernstige ziekten zoals longkanker, chronische longziekten en allergisch astma.
De gemeente Tilburg, NedTrain en het Spoorwegmuseum kwamen overeen een tegemoetkoming van € 7.000 netto te betalen aan iedere betrokkene. Enkele deelnemers vonden dat onvoldoende en stapten naar de rechtbank. Ze eisten een schadevergoeding voor hun gezondheidsproblemen en voor de angst om ziek te worden.
Van rechtbank naar Hoge Raad: de strijd om bewijs
De rechtbank gaf hen aanvankelijk gelijk, maar in hoger beroep draaide het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch de beslissing terug. Volgens het hof hadden de eisers hun vorderingen alleen collectief onderbouwd. Ze hadden niet per persoon aangetoond wanneer ze werkten, welke taken ze uitvoerden, hoe ze werden blootgesteld en welke gezondheidsklachten daaruit volgden.
Het hof eiste dat elke betrokkene individuele gegevens en medische bewijzen voorlegde. Zonder dat detailniveau kon geen enkele aansprakelijkheid worden vastgesteld. De eisers gingen nog in cassatie bij de Hoge Raad, maar die bevestigde in september 2025 het oordeel: de klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
Een juridisch logische, maar menselijk harde conclusie
Deze uitkomst stond in de sterren geschreven: wie onvoldoende bewijst dat schade het gevolg is van werk, krijgt geen schadevergoeding. De Hoge Raad volgde deze redenering en wees het cassatieberoep af op basis van artikel 81, lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie, wat betekent dat de zaak geen nieuwe rechtsvragen opriep.
Voor de betrokkenen blijft het bitter. Het valt immers niet uit te sluiten dat sommigen wél ziek werden door chroom-6, maar gewoon niet over de juiste documenten beschikten. De advocaat-generaal noemde het terecht een “onbevredigende uitkomst”: het recht heeft zijn grenzen, ook wanneer de intuïtie schreeuwt dat er onrecht is aangedaan.
Wat kunnen we hiervan leren?
-
Documenteer alles. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen moet traceerbaar zijn per werknemer: wie, wanneer, waarmee, hoe lang. Zonder die informatie wordt aansprakelijkheid vrijwel onmogelijk te bewijzen.
-
Vertrouw niet blind op “projectpartners”. De tROM-zaak toont dat meerdere organisaties verantwoordelijkheid kunnen dragen, maar dat geen enkele partij zich mag verschuilen achter een ander.
-
Zorg dat PBM’s niet enkel beschikbaar zijn, maar effectief gebruikt worden. Het RIVM stelde vast dat ze vaak ontbraken of verkeerd werden toegepast. Preventie stopt niet bij de kast met maskers.
-
Bouw een cultuur van melding en medische opvolging. Werknemers moeten gezondheidsklachten vroeg kunnen signaleren en laten registreren, ook in tijdelijke of gesubsidieerde projecten.
Reflectie: tussen recht en rechtvaardigheid
Deze zaak legt de spanning bloot tussen juridische precisie en menselijke rechtvaardigheid. Waar het recht bewijs verlangt, werkt de realiteit van blootstelling vaak met onzekerheid, tijdsverloop en onvolledige dossiers. Voor wie in welzijn of preventie werkt, is dit een aansporing om die hiaten te voorkomen, niet pas achteraf te repareren.