Het Hof van beroep Gent aanvaardde op 23 december 2025 de herstelling van een computerbril van 800 euro als beroepskost van een vennootschap. Een multifocale bril van 1.600 euro werd in dezelfde zaak verworpen. Doorslaggevend was dat de eerste bril specifiek was aangepast aan beeldschermwerk en dat de zaakvoerder dagelijks uren achter een scherm werkte. Accountant Pieter Devloo bracht het arrest onder de aandacht op LinkedIn. Voor medewerkers in loondienst verandert het niets, al trekt het hof wel dezelfde grens als de welzijnsregelgeving.

Het arrest beslecht een fiscale bewijsvraag over de bril van een bedrijfsleider
De inzet van de zaak was fiscaal. Het hof keek naar de aard van de bril en naar het aangetoonde beroepsgebruik. Dat de zaakvoerder de computerbril ook privé droeg, deed daar geen afbreuk aan. De multifocale bril sneuvelde omdat die voor algemeen gebruik diende en de noodzaak van een tweede bril voor het werk niet was aangetoond.
De grens ligt bij het gebruik van de bril, in beide stelsels
Titel 2 van boek VIII van de codex regelt het werken met beeldschermapparatuur. Een speciaal correctiemiddel is daar alleen aan de orde wanneer het uitsluitend verband houdt met het betrokken werk. Voorwaarde blijft dat een gewone bril of leesbril het beeldschermwerk niet mogelijk maakt. Die dagdagelijkse correctie schaft de medewerker zelf aan. Het hof kwam langs de fiscale weg bij dezelfde tweedeling uit: wat ook buiten het werk dienst doet, is privé.
Een beeldschermbril kan wel degelijk multifocaal zijn
Het onderscheid zit in het gebruik en niet in de constructie van het glas. Wie schermwerk afwisselt met lezen op papier, heeft twee afstanden nodig. Bij klantencontact aan een balie komt het verzicht daarbij. Opticiens leveren daarvoor degressieve glazen, ook kantoor- of ruimteglazen genoemd: een breed kijkveld op schermafstand, met een beperkt bereik daarbuiten. Zo’n glas is multifocaal en tegelijk onbruikbaar in het verkeer, en dat maakt het verdedigbaar als speciaal correctiemiddel. Een volwaardig progressief glas dekt alle afstanden en blijft de bril van de medewerker zelf.
Sinds 2016 stelt geen enkel onderzoek de vraag nog vanzelf
Het verplichte periodieke gezondheidstoezicht voor beeldschermwerk verdween op 1 januari 2016. In de plaats kwam een specifieke risicoanalyse om de vijf jaar, indien nodig aangevuld met een bevraging over de werkomstandigheden. De mogelijkheid om een beeldschermbril aan te vragen bleef wel bestaan. Wie zelf niets vraagt en niet in die bevraging opduikt, blijft dus met de klachten zitten. De spontane raadpleging bij de arbeidsarts is daarvoor de open deur.
Lees ook: Beeldschermwerk vanaf 01/01/2016: vijf dingen die je als werkgever moet weten
De volgorde beslist: eerst de eigen bril, dan de oogtest
Een medewerker met vermoeide ogen schaft eerst zelf een gewone bril of leesbril aan. Houden de klachten daarna aan, dan volgt een oogtest bij de arbeidsarts. Die test gebeurt met dat dagdagelijkse correctiemiddel op, en die vaststelling hoort in het dossier. Blijkt een aangepaste correctie noodzakelijk, dan volgt de doorverwijzing naar de oogarts. Die bepaalt welk glastype de werkafstanden dekt.
Beeldschermwerk beschadigt de ogen niet, maar de klachten zijn echt
Werken aan een scherm tast het gezichtsvermogen niet aan en versnelt de achteruitgang van de oogscherpte niet. Het lokt wel klachten uit, en leeftijd speelt daarbij een grote rol. Presbyopie zet meestal in vanaf ongeveer het veertigste levensjaar. Wie dan een progressief glas draagt, kijkt naar het scherm door de smalle strook onderin. Staat dat scherm te hoog, dan kantelt het hoofd achterover en volgen nekklachten. Het scherm lager zetten is in dat geval de eerste ingreep.
Computerbril is een winkelbegrip en geen wettelijke categorie
Onder die naam verkopen opticiens sterk uiteenlopende producten. Een beeldschermbril corrigeert op de afstand tot het scherm, gemiddeld tussen 40 en 100 centimeter. Andere modellen bestaan vooral uit een filter zonder sterkte. In augustus 2023 besprak ik hier de studies over blauwlichtfilterbrillen: die tonen weinig tot geen effect op oogvermoeidheid of slaapkwaliteit. Het woord computerbril op een factuur zegt dus weinig over de noodzaak.
Zes punten die een procedure beeldschermbril moet vastleggen
- Welke functies in aanmerking komen. De interne preventieadviseur maakt die inschatting op basis van de werkposten, in overleg met de arbeidsarts.
- Welk criterium u hanteert: een correctie die uitsluitend de werkafstanden dient, ongeacht of het glas enkelvoudig of degressief is.
- Wat u uitsluit: een progressief glas voor algemeen gebruik, en filters zonder sterkte.
- Waarop het maximumbedrag is geijkt. Een plafond dat op enkelvoudige glazen is afgestemd, dekt geen degressief glas dat de oogarts voorschrijft.
- De verrekening van de tussenkomst van de mutualiteit, met attest, ook wanneer die tussenkomst nul bedraagt.
- Wie de aanvraag behandelt en binnen welke termijn, en (eventueel) welk lichter traject geldt bij een tweede aanvraag.
Lees ook: Case Study - Tsjechië: VISIO-programma verbetert welzijn bij beeldschermwerk
Wat de vraag van een medewerker waard is
Het arrest verandert niets aan wat een werkgever moet regelen. Het verandert wel het aantal vragen dat binnenkomt, want de boodschap die circuleert luidt dat een computerbril aanvaard wordt. Voor wie in loondienst werkt, ligt het antwoord bij de oogtest en bij de werkafstanden. Welk maximumbedrag hanteert uw organisatie vandaag, en volstaat dat ook voor een degressief glas?
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.