Artikel

Het arbeidsongeval zonder getuigen: hoe een sluitende aangifteprocedure uw medewerker én uw organisatie beschermt

Een poetshulp valt op de laatste trede van een trap bij een klant thuis. Niemand ziet het gebeuren. Vijf jaar later, in november 2025, erkent het arbeidshof van Bergen alsnog haar arbeidsongeval, op basis van waarschijnlijkheid. Dat de zaak zo lang aansleepte, ligt niet aan de val zelf, maar aan wat er daarna misliep in de aangifte. Daar ligt dan ook de les voor preventie of HR: het ongeval zonder getuige wordt alsmaar gewoner, en een haperende aangifteketen maakt van een reëel letsel een jarenlange betwisting.

Steeds meer ongevallen gebeuren buiten het zicht van collega’s

Thuiszorg, poetshulp, buitendienst, alleenwerkende technici, telewerkers: het zijn functies waarin een ongeval zich per definitie afspeelt zonder directe getuige. De klassieke bewijslogica, waarin een collega bevestigt wat er gebeurde, werkt daar niet. Naarmate deze arbeidsvormen toenemen, groeit ook de categorie ongevallen waarvan enkel het slachtoffer zelf getuige was.

In het dossier van Bergen ging het om een huishoudhulp die op 20 januari 2020 ten val kwam op de trap van een klant. De klanten waren niet thuis. Ze verwittigde haar werkgever dezelfde dag telefonisch en ging de volgende ochtend naar de spoeddienst, waar een verstuiking van de rechterenkel werd vastgesteld. Op papier een banaal ongeval. In de praktijk het begin van een procedureslag tot voor het arbeidshof.

De werkgever deed de aangifte niet, en dat was de kiem van het probleem

De werkgever van de poetshulp diende de arbeidsongevallenaangifte niet in. De vrouw moest ze zelf opstellen en verstuurde ze op 30 januari naar de arbeidsongevallenverzekeraar. Die aangifte was onvolledig, essentiële gegevens ontbraken, en er zat vertraging op. De verzekeraar greep dat aan om tussenkomst te weigeren: geen getuige, een medische betwisting die “laattijdig” leek, en de loutere melding aan de werkgever volstond volgens hem niet als bewijs.

Juridisch staat de verplichting nochtans vast. Een werkgever in de privésector moet elk arbeidsongeval binnen acht kalenderdagen aangeven bij de arbeidsongevallenverzekeraar, te rekenen vanaf de dag na het ongeval. Wie dat nalaat, riskeert strafrechtelijke vervolging. De rechten van het slachtoffer blijven weliswaar behouden, en de werknemer mag in de privésector zelf aangeven wanneer de werkgever in gebreke blijft, maar dan verschuift de bewijslast naar de zwakste schakel: de gewonde medewerker die alleen was.

Waarom de zaak toch goed afliep: bewijs door waarschijnlijkheid

Het arbeidshof erkende het ongeval uiteindelijk wel. De redenering: een arbeidsongeval zonder getuige valt onder de gevallen waarin de wet geen zekere bewijsvoering kan eisen, omdat die door de aard van het feit onmogelijk of onredelijk zou zijn. De verklaring van het slachtoffer telt dan mee, op voorwaarde dat ze oprecht is, samenhangt met de andere elementen en niet wordt tegengesproken. De rechter moet enkel nagaan of het slachtoffer de waarschijnlijkheid van het relaas aantoont.

Doorslaggevend was dat de werkgever onder eed bevestigde dat hij dezelfde dag was verwittigd, en dat de vrouw had gekozen om de evolutie van de blessure af te wachten voor ze aangifte deed. Samen met het onmiddellijke doktersbezoek en de coherente tijdslijn was dat voldoende. De poetshulp won dus, maar via een omweg van bijna zes jaar en twee arresten.

Wat dit betekent voor uw eigen aangifteprocedure

De les zit niet in het bewijsrecht, maar in preventie. Elk element dat de rechter overtuigde (onmiddellijke melding, snelle medische vaststelling, een werkgever die de feiten bevestigt) is iets wat een goede interne procedure sowieso afdwingt. Wie die procedure op orde heeft, komt niet eens in de buurt van een betwisting. Enkele concrete toetsstenen:

  • Weten alleenwerkende medewerkers exact bij wie en langs welk kanaal ze een ongeval onmiddellijk melden, ook buiten de kantooruren en ook wanneer er geen zichtbaar letsel is?
  • Bevat uw meldingsprocedure de reflex om zo snel mogelijk een arts te raadplegen, zodat er een medische vaststelling bestaat die in tijd aansluit bij het ongeval?
  • Is intern duidelijk wie de aangifte binnen de acht dagen indient, en wat er gebeurt als die persoon afwezig is?
  • Legt u de melding vast op een manier die later reconstrueerbaar is (datum, uur, ontvanger), in plaats van een telefoontje dat niemand noteert?
  • Kent u het risicoprofiel van uw thuiswerkers en buitendienstmedewerkers, voor wie de getuigenkwestie structureel speelt?

Deze case sluit aan bij een eerder artikel in deze reeks over het cassatiearrest rond toxisch leiderschap: ook daar vertaalde een rechterlijke uitspraak zich in een concrete zorgplicht voor werkgevers. Of Fedris die acht jaar na datum een erkenning terugdraait. Het patroon is telkens hetzelfde. Een uitspraak legt bloot wat een sluitende interne organisatie had kunnen voorkomen.

Tot slot

Het arbeidshof van Bergen erkende het ongeval van de poetshulp, maar pas na jaren en dankzij een bewijsmechanisme dat niet in elke zaak zal redden. Voor werkgevers is de vraag of hun eigen aangifteprocedure snel en sluitend genoeg is om die gang naar de rechter overbodig te maken. Voor functies zonder vaste getuige (thuiszorg, buitendienst, telewerk) is dat geen theoretische kwestie meer.

Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.