Artikel

Zachte mobiliteit duwt arbeidswegongevallen omhoog terwijl de werkvloer veiliger wordt

Het totale aantal arbeidsongevallen in België daalde vorig jaar. Beroepsfederatie Assuralia raamt het cijfer voor 2025 op 119.280, tegenover 122.624 in 2024. Het aantal ongevallen op de arbeidsweg ging de andere kant op. Voor arbeidswegongevallen met zachte mobiliteit komt de raming uit op 11.534, tegenover 10.553 een jaar eerder. Dus 9,3 procent meer op één jaar tijd, en 29 procent meer dan in 2019.

Lees ook: Woon-werkongevallen met fiets of step: Waarom arbeidsongevallenverzekeringen soms weigeren te vergoeden

De daling op de werkvloer gaat samen met een stijging op de weg ernaartoe

Van de 119.280 ongevallen gebeurden er 93.770 op de werkplaats en 25.510 onderweg van of naar het werk. Zachte mobiliteit is goed voor 45 procent van die arbeidswegongevallen, tegenover 34 procent in 2019. Organisaties investeren al jaren in de veiligheid van de eigen site, en dat reflecteert zich ook in de dalende cijfers. Op de arbeidsweg daarentegen is er geen toezicht, terwijl de afwezigheid die eruit volgt wel door de organisatie wordt gedragen.

Lees ook: Ongevallen tijdens woon-werkverkeer nemen toe, vooral bij zachte mobiliteit

Het aantal ongevallen met een e-step ging in zes jaar van 208 naar 1.460

Assuralia analyseerde zeven jaar aangiftes van de aangesloten arbeidsongevallenverzekeraars. De e-step is intussen goed voor 6,1 procent van alle arbeidswegongevallen, tegenover 0,8 procent in 2019. De elektrische fiets ging van 273 naar 626 ongevallen, de speedpedelec van 113 naar 469. De gewone fiets blijft in absolute aantallen veruit de grootste categorie, maar dat cijfer schommelt al zes jaar rond de 8.300. De groei zit volledig bij de elektrische varianten.

Bij speedpedelec en e-step houdt ongeveer één op de tien slachtoffers blijvende letsels over

Drie vierde van alle arbeidswegongevallen leidt tot tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Bij de e-step loopt dat op tot 80 procent. Zwaarder weegt het aandeel blijvende ongeschiktheid: 11 procent bij de speedpedelec en 9 procent bij de e-step. Voor de verzekeraar kost een ongeval met tijdelijke ongeschiktheid gemiddeld 2.715 euro, tegenover 101.611 euro bij blijvende ongeschiktheid.

Bij ongevallen met een speedpedelec duurt de arbeidsongeschiktheid in 12 procent van de gevallen langer dan drie maanden. Bij de gewone fiets is dat 7 procent. De letsels zitten vooral aan de bovenste ledematen (29 procent) en de onderste ledematen (24 procent). Hoofdletsels vertegenwoordigen 8 procent van het totaal.

De verzekeraar draagt de kost van het letsel, de organisatie die van de afwezigheid

Een werkgever kan medewerkers niet verplichten een opleiding te volgen over veiligheid op het woon-werktraject. Dat traject behoort tot de privésfeer, anders dan de werkplek zelf. Het mobiliteitsbeleid ligt wel volledig bij de werkgever. Fietsvergoedingen, leasefietsen en het mobiliteitsbudget bepalen mee welk aandeel van het personeel met welk voertuig pendelt. Wie dat aandeel de voorbije jaren heeft doen groeien, heeft mee vorm gegeven aan het ongevallenprofiel dat de federatie nu beschrijft.

Lees ook: Eindwerk – Arbeidswegongevallen met fiets en e-step: tijd voor duidelijkheid en preventie

De piek ligt in januari, de campagnes lopen in september

Januari is goed voor 13,3 procent van alle arbeidswegongevallen met zachte mobiliteit op jaarbasis. De herfst- en wintermaanden leveren samen de meeste aangiftes op, met in juni een tweede en kleinere piek van 8,8 procent. Op vrijdag gebeuren er minder ongevallen (16 procent) dan op de andere weekdagen (18 tot 21 procent). De beroepsfederatie schrijft dat toe aan telewerk en aan de vrije dag van deeltijds werkenden.

De campagne van de verzekeraars loopt tijdens de Week van de Mobiliteit, in september. Voor een interne campagne over verlichting en zichtbaarheid is oktober of november het logischere moment.

De cijfers van uw eigen verzekeraar zeggen meer dan de sectorcijfers

De Assuralia-studie geeft het beeld voor het hele land. Voor een individuele organisatie is het bruikbaarder om de eigen dossiers naast het eigen mobiliteitsbeleid te leggen. Vier beslissingen die op directieniveau thuishoren:

  • Vraag de arbeidsongevallenverzekeraar de eigen arbeidswegongevallen op, uitgesplitst per vervoermiddel en per jaar. Leg die cijfers naast het aantal medewerkers met een fietsvergoeding of leasefiets.
  • Leg vast wat standaard bij een leasefiets, speedpedelec of e-step wordt geleverd: helm, verlichting en een jaarlijkse onderhoudsbeurt. Het gaat om materiaal dat de organisatie aankoopt.
  • Rapporteer arbeidswegongevallen apart van ongevallen op de werkvloer in de cijfers die het directiecomité ziet. In een dalend totaal blijft een stijgende deellijn anders onzichtbaar.
  • Plan de interne communicatie over verlichting, zichtbaarheid en routekeuze in het najaar, voor de piek van januari.

De cijfers voor 2025 zijn ramingen. Assuralia wijst er zelf op dat pas na verloop van tijd vaststaat of een ongeschiktheid tijdelijk of blijvend is. De verhouding tussen beide kan dus nog verschuiven. De richting van de curve ligt intussen wel zes jaar vast. Hoeveel van uw medewerkers met een leasefiets kregen bij de levering een helm mee?

Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.