Nieuwsbrief

Wijs op werk #53: Wanneer zwijgen ook zorg is

Jaren geleden maakte ik een algemeen directeur boos met een blogtekst.

De aanleiding waren de preventie-eenheden, toen nog vrij nieuw. In de codex staat dat de niet-opgebruikte eenheden van een bedrijf overdraagbaar zijn naar het volgende kalenderjaar. Overdraagbaar. Niet: verplicht over te dragen. En dus waren er diensten die de niet-gebruikte eenheden gewoon lieten verdampen. Op = op. Juridisch kon dat, al was het nooit de bedoeling van de wetgever.

Dus schreef ik dat op. Zwart op wit. Niet met de namen van de diensten erbij; zo roekeloos was ik nu ook weer niet. Maar een algemeen directeur van een andere dienst was, zacht uitgedrukt, not amused.

Ik vond mezelf toen behoorlijk badass.

Mijn reflex was altijd: als ik iets zag dat niet klopte, zei ik het. Als ik iets wist dat relevant was, deelde ik het. Transparantie voelde als een deugd, en misschien was het dat ook. Zeker voor iemand met weinig te verliezen.

En nu zit ik zelf in de stoel van waaruit die telefoon ooit vertrok.

Niet dat ik boze telefoontjes pleeg, haast ik me te zeggen. Maar ik ben nu wél degene die moet wikken en wegen wat hij zegt. Vanuit mijn rol, met een organisatie achter me, dragen mijn woorden een gewicht dat de woorden van een blogger zonder mandaat niet hadden. En dus zwijg ik nu soms waar ik vroeger zou hebben geschreven.

Het scherpst voel ik dat in personeelsdossiers. Daar zijn momenten waarop ik meer weet dan ik kan zeggen. Niet omdat ik iets wil verbergen, maar omdat elk woord gevolgen kan hebben: voor de organisatie én voor de mens tegenover me. Ik moet opletten wat ik zeg, hoe ik het formuleer en wanneer ik het zeg.

En dat wringt, voor iemand die transparantie ooit tot deugd had verheven.

Toch heb ik moeten leren dat discretie ook zorg kan zijn. Wat mij soms benauwt, is precies wat de ander beschermt. Niet alles wat waar is, is aan mij om te zeggen. En niet elk moment is het juiste moment.

Elke organisatie draait voor een deel op informatie die mensen al kennen, maar nog niet kunnen delen. Op dingen die moeten rijpen voor ze naar buiten kunnen. We doen soms alsof transparantie altijd en overal het hoogste goed is. Maar wie met mensen werkt, weet dat ook eerlijkheid hardvochtig kan worden wanneer ze geen rekening houdt met timing.

Timing is zorg.

Zwijgen op het juiste moment geeft ruimte: voor een dossier, voor een gesprek, voor iemand die nog niet klaar is.

Betekent dat dat ik die jongere, ongefilterde versie van mezelf met plezier heb begraven? Dat ook weer niet. Er is iets verloren gegaan. De vrijheid van wie niets te verliezen heeft, is een echte vrijheid, en ik mis ze af en toe.

Maar ik zou ook niet terug willen naar de zekerheid van wie dacht dat gelijk hebben vanzelf betekende dat je het ook moest zeggen.

Die algemeen directeur die me ooit belde, is intussen al lang met pensioen. Ik heb hem nooit gezegd dat ik hem, al die jaren later, een beetje beter ben gaan begrijpen.


Deze week zette ik zes artikels online:

1. Check-in én check-out op de werf: nieuwe registratieplicht op komst
Werknemers op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zullen zich voortaan zelf en in real time moeten registreren bij aankomst en vertrek. De voorafgaande registratie door de werkgever verdwijnt. De wettelijke basis is er; praktische regels en startdatum volgen nog per koninklijk besluit.

2. Het 90%-syndroom: bouwongevallen pieken in de laatste projectfase
Een analyse van bijna 34.000 bouwongevallen toont dat de laatste 10% van een project disproportioneel veel ongevallen telt. Vanaf 90% voltooiing stijgt het aantal ongevallen met 56,3% tegenover de fase ervoor. Onderzoekers noemen dit het “90%-syndroom”.

3. Dertig jaar Welzijnswet: het kader staat, de gezondheidscijfers gaan achteruit
De Welzijnswet bestaat dertig jaar. Intussen rapporteert 79% van de werknemers minstens één musculoskeletale klacht en is ook het mentaal welzijn verslechterd. Het preventiekader staat stevig, maar de gezondheidsindicatoren evolueren de verkeerde kant op.

4. Een kast mag zes keer minder formaldehyde afgeven dan een medewerker mag inademen
Vanaf 6 augustus 2026 geldt voor nieuwe meubels en houtplaten een emissiegrens van 0,062 mg/m³ formaldehyde. De beroepsmatige grenswaarde ligt met 0,37 mg/m³ zes keer hoger. De Europese productregelgeving sluit de werkvloer expliciet uit.

5. Struikelen, wegzakken of vallen: drie zwakke afwijzingsgronden bij arbeidsongevallen
Een veranderd verhaal, een late melding of een banaal gebaar volstaan niet zomaar om een arbeidsongeval af te wijzen. Het arbeidshof van Luik bevestigde dat opnieuw in een arrest van 15 mei 2026.

6. Psychosociale preventie kmo-proof: bekend, maar nog weinig gebruikt
Met PrePS in Wood ontwikkelde de Belgische houtsector praktische hulpmiddelen voor psychosociale preventie in kmo’s. De aanpak kreeg Europese erkenning, maar toont ook de uitdaging: veel bedrijven kennen de tools, slechts weinig doorlopen het volledige traject.

Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.