Van de geschatte 180 miljard dollar die slechte mentale gezondheid Canada jaarlijks kost, landt ongeveer 110 miljard binnen organisaties. Dat maakt werkgevers de grootste betaler van het probleem. Tegelijk gaat slechts een tiende van wat werkgevers aan mentale gezondheid uitgeven naar preventie; de rest gaat naar het beheren van de gevolgen. Die twee cijfers staan in The Economic Cost of Mental Health in Canada, een nieuw rapport van het CSA Public Policy Centre, en ze horen ook samen gelezen te worden.

De Canadese bedragen zijn niet overdraagbaar, de verhouding wel
Het rapport splitst de kost in 70 miljard directe uitgaven (zorg, uitkeringen, sociale diensten, justitie) en 110 miljard indirecte kost door verminderde arbeidsdeelname: verzuim, presenteïsme en definitieve uitstroom uit de arbeidsmarkt. Sinds de vorige raming van 2011 is het totaal meer dan verdrievoudigd. Bij ongewijzigd beleid komt de projectie voor 2050 op 600 miljard uit.
Twee mechanismen achter die cijfers bestaan in België niet. Canadese werkgevers financieren psychotherapie via hun verzekeringsplannen (omdat het publieke systeem dat nauwelijks dekt), en de kost van psychologische letselclaims steeg er sinds de pandemie met meer dan 90 procent (mede doordat men er PTSD bij hulpverleners wettelijk als werkgerelateerd beschouwt, waardoor de werknemer het verband niet meer moet bewijzen). In België loopt de rekening langs andere kanalen, maar met een vergelijkbare uitkomst.
In België loopt dezelfde factuur via gewaarborgd loon, uitkeringen en de solidariteitsbijdrage
De directe verzuimkost wordt geschat op ruim 1600 euro per voltijdse medewerker per jaar. Dat bedrag dekt uitsluitend de niet-gepresteerde uren, zonder vervanging, overuren of productiviteitsverlies. Meer dan één werkdag op de tien ging vorig jaar verloren door ziekte, waarbij het langdurig verzuim blijft toenemen. Daar komt sinds januari van dit jaar de solidariteitsbijdrage bij, die voor organisaties vanaf vijftig medewerkers kan oplopen tot ongeveer 1.700 euro per langdurig zieke medewerker, een maatregel die ik eerder besprak in De solidariteitsbijdrage maakt langdurig verzuim 7% duurder (25 juni 2026).
De collectieve rekening groeit in hetzelfde tempo. Eind 2025 waren meer dan 576.000 Belgen langer dan een jaar arbeidsongeschikt, goed voor bijna 10,7 miljard euro aan uitkeringen, met psychische stoornissen als belangrijkste oorzaak. Alleen al voor invaliditeit door depressie of burn-out betaalde het RIZIV in 2024 meer dan 2,5 miljard euro uit, 12 procent meer dan het jaar voordien en 78 procent meer dan in 2019.
Het wettelijk minimum voor preventie bedraagt 56 tot 151 euro per medewerker per jaar
Tegenover die bedragen staat wat een organisatie verplicht aan preventie besteedt. De minimumbijdragen aan de externe dienst voor preventie en bescherming liggen in 2026 tussen 55,85 euro (tariefgroep 1) en 150,74 euro (tariefgroep 5) per medewerker per jaar voor werkgevers met meer dan vijf werknemers. Dat forfait dekt alle welzijnsdomeinen samen: arbeidsveiligheid, gezondheidstoezicht, ergonomie, arbeidshygiëne en psychosociale aspecten.
Een kantooromgeving in de laagste tariefgroep besteedt dus ongeveer 56 euro per medewerker aan verplichte preventie, tegenover meer dan 1.600 euro directe verzuimkost per medewerker. Het minimumforfait is wel een ondergrens, en een interne preventieadviseur, opleidingen, coaching en interventies komen erbovenop. Het punt dat ik wil maken, is dat de meeste directies die optelsom nooit maken, en dus ook de verhouding niet kennen waarover ze beslissen.
Wat een directie hiermee kan doen
Vier beslissingen die op directieniveau thuishoren:
- Laat de verhouding berekenen tussen de jaarlijkse verzuimkost en het totale preventiebudget van de organisatie, inclusief interne uren. Zonder dat getal blijft elke discussie over investeren in welzijn een discussie over intenties.
- Vraag de psychosociale risicoanalyse uitgesplitst per afdeling of team, niet als organisatiegemiddelde. Een gemiddelde verbergt precies de eenheden waar de uitval zich concentreert.
- Beleg werkdruk en autonomie bij het lijnmanagement. Beide zijn ontwerpkeuzes in de organisatie van het werk, en de preventiedienst kan ze meten maar niet wijzigen.
- Neem psychosociale blootstelling op in de analyse van arbeidsongevallen. Het CSA-rapport wijst erop dat onderzoek zich doorgaans beperkt tot uitrusting en procedures, waardoor concentratieverlies, vermoeidheid en chronische druk buiten beeld blijven als bijdragende oorzaak.
Op wetgevend vlak hoeft er in België weinig te veranderen. Quebec voerde in oktober 2025 met wet 27 in wat hier sinds 2014 in de codex staat: psychosociale gevaren beheersen met dezelfde zorgvuldigheid als fysieke gevaren, en een comité vanaf twintig medewerkers. Dat België tot de koplopers behoort, beschreef ik eerder in België als gidsland in de preventie van psychosociale risico’s? (26 juni 2025). Het kader ligt er dus. De vraag is wat een organisatie ermee doet zolang negen tienden van haar middelen naar de gevolgen gaat.
Weet u wat uw organisatie vorig jaar aan verzuim heeft betaald, en wat aan preventie? En wie in uw directiecomité die twee cijfers naast elkaar legt?
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.