
Sinds 1 januari 2026 wordt verzuim van meer dan een maand voor uw organisatie een rechtstreekse kostenpost. Organisaties met minstens 50 medewerkers betalen voortaan een bijdrage van 30% op de ziekte-uitkering van wie langer dan een maand arbeidsongeschikt is. Op basis van reële verzuimdata berekende Attentia dat de directe verzuimkost daardoor gemiddeld met 7% stijgt, en vanaf 2027 met bijna 11%. De kost is reëel, maar de factuur volgt pas op het einde van het jaar, waardoor ze voorlopig onzichtbaar blijft in de meeste budgetten.
De bijdrage treft elke afwezigheid van meer dan een maand, vanaf 50 medewerkers
De maatregel is gericht. Hij geldt voor organisaties vanaf 50 medewerkers en treft het middellange verzuim. Voor medewerkers tussen 18 en 54 jaar die langer dan een maand ziek blijven, betaalt de werkgever in 2026 een bijdrage van 30% op de ziekte-uitkering, en dat voor de tweede en derde maand afwezigheid. Vanaf 2027 komen ook de vierde en vijfde maand erbij. Flexi-jobbers, studenten en interimkrachten vallen buiten de regeling.
De achterliggende logica is dat de overheid een deel van de kost van langdurige uitval bij de werkgever legt, als prikkel om sneller in te grijpen. Voor uw budget betekent dat een verschuiving van het zwaartepunt. Mijn collega Stefaan Vandesompele, legal expert bij Attentia, vat het zo samen: de focus verschuift van de logistieke puzzel en de loonkost van korte afwezigheden naar wie wekenlang thuisblijft. Dat laatste was tot nu toe vooral een zaak van het ziekenfonds.
Een miljoen euro verzuimkost wordt 70.000 euro duurder
Attentia simuleerde de impact op basis van reële verzuimdata. Neem een organisatie die vandaag een miljoen euro per jaar uitgeeft aan gewaarborgd loon tijdens de eerste maand ziekte. Door de nieuwe bijdrage komt daar in 2026 jaarlijks ongeveer 70.000 euro bij, voor de tweede en derde maand. Dat is een stijging van 7% op die directe verzuimkost. Wanneer in 2027 ook de vierde en vijfde maand meetellen, loopt het extra bedrag op tot ruim 107.000 euro, oftewel bijna 11%.
Die percentages komen boven op een verzuimkost die de voorbije jaren sowieso al opliep. Voor wie met grotere personeelsbestanden werkt, is de absolute meerkost navenant groter.
De rekening komt later dan de beslissing
De inning verloopt met vertraging. De RSZ rekent de bijdrage pas achteraf aan: voor iemand die in januari uitvalt, volgt de afrekening tegen het einde van het jaar. Daardoor is de kost in 2026 al aan het lopen, terwijl hij nog nergens in een maandbudget verschijnt. Organisaties die wachten tot de eerste factuur binnenkomt, riskeren een cashflowprobleem op een moment dat ze er niet op rekenen.
Deeltijdse werkhervatting laat de bijdrage vervallen
Er zit een directe hefboom in de regeling. Zodra een medewerker het werk deeltijds hervat, is de bijdrage niet langer verschuldigd. Re-integratie krijgt daardoor een rechtstreeks financieel rendement, naast de menselijke winst. Elke medewerker die u een maand vroeger gedeeltelijk aan de slag krijgt, verlaagt de bijdrage die anders zou aanlopen.
Een provisie en een actief re-integratiebeleid horen op directieniveau thuis
Twee beslissingen volgen uit deze maatregel, en geen van beide hoort bij de preventieadviseur alleen thuis:
- Leg een financiële provisie aan op basis van uw eigen verzuimcijfers, niet op een algemeen percentage. Uw HR- of preventiedienst kan de afwezigheden tussen vier weken en vijf maanden in kaart brengen; daaruit volgt een realistische raming van wat u opzij zet.
- Maak van re-integratie een directiethema met een eigen plaats in de begroting. Zolang het traject van langdurig zieke medewerkers een dossier blijft dat ergens in HR wordt afgehandeld, blijft de besparing theoretisch. Een gestructureerd beleid met duidelijke verantwoordelijkheden en opvolging verlaagt zowel de menselijke als de financiële kost.
- Verschuif de aandacht naar de overgang van korte naar middellange afwezigheid. Verzuim dat de maandgrens overschrijdt, is voortaan het deel dat uw budget raakt.
Tot slot
De maatregel verandert weinig aan de manier waarop u verzuim aanpakt, maar veel aan wat het kost om het niet te doen. De bijdrage van 2026 loopt intussen op, met een eerste afrekening tegen het einde van het jaar. Twee dingen bepalen hoe hard die landt: of er een provisie klaarstaat, en hoe snel uw organisatie langdurig zieke medewerkers opnieuw deeltijds aan het werk krijgt. Het eerste is een eenmalige boekhoudkundige ingreep; het tweede vraagt een beleid dat vandaag al moet draaien.