De Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk bracht op 26 juni 2026 een unaniem advies uit (advies nr. 282) over een ontwerp van koninklijk besluit dat hoofdstuk 9.3 van de Boeken 1, 2 en 3 van het AREI herschrijft. Dat hoofdstuk bepaalt wat er moet gebeuren bij interventies aan of in de nabijheid van elektrische installaties, van zeer lage spanning tot hoogspanning. Het advies is unaniem, maar vraagt dat met zes reeksen opmerkingen rekening wordt gehouden.

Wat het ontwerp wil veranderen
De huidige tekst van hoofdstuk 9.3 gaat terug op artikel 266 van het oude AREI, voor het laatst herzien in 2004 en gebouwd op de norm NBN EN 50110-1 over de uitbating van elektrische installaties. Die norm is intussen geëvolueerd en blijft sterk geschreven vanuit de installaties van werkgevers.
Het ontwerp wijkt op onderdelen af van de structuur en formulering van die norm. De bedoeling is om de minimale veiligheidsmaatregelen breder toepasbaar en begrijpelijker te maken: algemene minimumvoorschriften die werken voor elk type installatie en voor iedereen die eraan werkt, van werkgevers en hun personeel tot zelfstandigen en particulieren, ook op openbaar domein.
Twee inhoudelijke wijzigingen springen eruit voor wie procedures beheert.
Ten eerste onderscheidt het ontwerp uitdrukkelijk werkzaamheden (herstellen, vervangen) van exploitatieactiviteiten (bedienen, besturen, controleren, meten). Samen vormen die de overkoepelende interventies. Voor preventiediensten betekent dit mogelijk dat bestaande procedures opnieuw gescreend moeten worden: dekken ze ook de bedienings-, meet- en controleactiviteiten, of enkel de klassieke herstel- en vervangingswerken?
Ten tweede voegt het ontwerp in hoofdstuk 2.1 van elk boek een toelichting toe bij het begrip verantwoordelijkheid. Wie als werkverantwoordelijke of installatieverantwoordelijke wordt aangeduid, behoort daarom niet automatisch tot de hiërarchische lijn zoals gedefinieerd in artikel I.1-4, 9° van de codex. Dat punt werkt de Raad verderop uit.
Lees ook: Een dodelijke schok die een maand eerder al was aangekondigd
Waarvoor de Hoge Raad waarschuwt
Terminologie en taalversies. De Franse tekst gebruikt zowel “voisinage” als “proximité”, allebei vertaald als “nabijheid”, terwijl die begrippen niet hetzelfde betekenen. De Raad vraagt een volledige herlezing op vertaalfouten en meer uniformiteit tussen de drie boeken. Boek 1 hanteert bijvoorbeeld een eigen terminologie voor gelijkstroominstallaties die in Boek 3 niet terugkomt, terwijl personen aan installaties werken die nu eens onder het ene, dan onder het andere boek vallen. Ook binnen het ontwerp zelf moet de woordkeuze kloppen: staat er “werkzaamheden” waar “interventies” bedoeld is, dan vallen exploitatieactiviteiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling.
De term “verantwoordelijke”. De Raad wilt dat op het terrein duidelijk wordt wie de werkverantwoordelijke en de installatieverantwoordelijke zijn, hoe ze worden aangeduid en wat van hen verwacht wordt. Kernboodschap: het gaat om een functionele of organisatorische verantwoordelijkheid, die niets afdoet aan de burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid uit andere regelgeving, van het Burgerlijk Wetboek tot het Sociaal Strafwetboek. De Raad vraagt zelfs te onderzoeken of het woord verantwoordelijkheid niet beter vervangen wordt door een formulering als “de persoon belast met”. (Zie verder het kader over functie, hiërarchie en aansprakelijkheid.)
Behoud van het beschermingsniveau. In de werkgroep bij de FOD Economie was een meerderheid voorstander van de lichte afwijking van NBN EN 50110-1. Deskundigen van de werknemersorganisaties maakten daar bezwaar tegen, uit vrees dat de bescherming van werknemers verwatert. De Hoge Raad stelt een voorwaarde: het huidige beschermingsniveau moet minstens behouden blijven. Concreet vraagt de Raad aan de administratie om na te gaan hoe de bepalingen over elektrische installaties zich verhouden tot de welzijnsregelgeving in alle situaties die daaronder vallen, en of er aanvullende bepalingen in de codex nodig zijn. Ook de timing komt in beeld: mogelijk moeten de AREI-wijziging en die aanvullingen samen in werking treden.
Operationele afstemming. De Raad wil dat beide administraties, bijvoorbeeld via hun websites, toelichting geven bij een reeks punten: het toepassingsgebied op privé- en openbaar domein, de bescherming van wie exploitatieactiviteiten uitvoert zoals controles, metingen en onderhoud, de risicoanalyses (wie voert ze uit, welke inhoud, welke traceerbaarheid), de vereiste opleidingen per situatie, en de communicatie tussen de betrokken partijen. Dat laatste werkt de Raad uit in vier deelvragen: wie moet welke informatie krijgen, hoe organiseer je de afstemming tussen werkverantwoordelijke en installatieverantwoordelijke (ook bij kabelwerken en op het einde van de werken), hoe waarborg je doeltreffendheid en traceerbaarheid, en hoe combineer je dit met de communicatieverplichtingen uit de welzijnswetgeving die Europese richtlijnen omzetten.
Twee concrete aandachtspunten daarbij. De bepaling dat werkverantwoordelijke en installatieverantwoordelijke in gemeenschappelijk akkoord schikkingen treffen, staat in het ontwerp in afdeling 9.3.6, de afdeling met bijzondere voorschriften voor installaties zoals bedoeld in Boek III, titel 2 van de codex. Onder het huidige AREI lijkt die verplichting ruimer te gelden. En voor eenvoudig onderhoud en herstel aan machines en toestellen loopt het AREI samen met Boek IV, titel 2 van de codex over arbeidsmiddelen. De Raad vraagt uitdrukkelijk verduidelijking over de vergrendel- en beveiligingsprocedures in dat samenloopgeval.
Kabel- en lijnwerken. De onderafdelingen 9.3.7.2 tot 9.3.7.5, en vooral 9.3.7.3 over uitvoeringswijzen van werkzaamheden voor de aanleg van lijnen of kabels, zijn achterhaald. Ook de deskundigen van beide FOD’s erkennen dat. De bedoeling was om die bepalingen bij een latere hervorming aan te pakken. Daar gaat de Hoge Raad niet in mee: ongewijzigd laten staan kan misleiden en een vals gevoel van veiligheid geven. Ze vragen een snelle aanpassing op basis van de goede praktijken in de sector, onder meer over het lokaliseren van ondergrondse kabels en leidingen en over wie belast is met die lokalisatie en de informatieoverdracht, zowel in industriegebied als op openbaar terrein.
BA4 en BA5. Verduidelijkingen of wijzigingen aan de bekwaamheidscodes BA4 (gewaarschuwde of onderrichte personen) en BA5 (vakbekwame personen) mogen niet beperkt blijven tot hoofdstuk 9.3. Die codes komen ook elders in het AREI en in de codex voor. De Raad wil een samenhangende aanpak over het hele AREI, zonder afbreuk te doen aan de opzet van de welzijnswetgeving, inclusief de hoofdstukken III, IV en V van de welzijnswet en het KB tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
Lees ook: Eindwerk – BA4 of BA5? Zo pak je codificatie rond elektrische veiligheid correct aan

Welke regelgeving loopt samen?
De grootste praktijkvraag is niet zozeer het begrijpen van de zes opmerkingen, maar bepalen welk regelgevingskader in welke situatie samenloopt. Precies daarover vraagt de Hoge Raad verduidelijking. Onderstaand schema is oriënterend en geen definitieve juridische kwalificatie van het nog niet vastgestelde ontwerp.
| Situatie | Te bekijken regelgevingskader |
| Interventie aan een elektrische installatie | Algemene bepalingen van AREI 9.3 |
| Installatie van of uitgebaat door een werkgever | AREI, bijzondere bepalingen én Boek III, titel 2 van de codex |
| Onderhoud of herstel aan een machine | AREI én Boek IV, titel 2 over arbeidsmiddelen |
| Werken met externe aannemers | AREI, welzijnswetgeving, informatie-uitwisseling en eventueel bouwplaatsregelgeving |
| Kabelwerken op openbaar terrein | AREI, afspraken tussen partijen en procedures voor lokalisatie van leidingen |
Functie, hiërarchie en aansprakelijkheid: drie verschillende zaken
Het ontwerp en het advies vragen om drie dingen uit elkaar te houden:
- de toegewezen AREI-functie (werkverantwoordelijke, installatieverantwoordelijke);
- de plaats in de hiërarchische lijn in de zin van de codex;
- de burgerlijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid uit andere regelgeving.
De Hoge Raad benadrukt dat de AREI-verantwoordelijkheid functioneel of organisatorisch is. Ze heft de verplichtingen of mogelijke aansprakelijkheid van de werkgever, de hiërarchische lijn, de opdrachtgever, de bouwdirectie belast met de uitvoering of andere partijen niet op. Een aanduidingsformulier verdeelt dus geen wettelijke aansprakelijkheid; het legt een functionele opdracht vast.
Wie die opdracht zuiver wil organiseren, kan vijf vragen beantwoorden: wie duidt de persoon aan, voor welke installatie en interventie en over welke periode, welke beslissingsbevoegdheden krijgt die persoon, wie zorgt voor middelen, opleiding en informatie, en hoe wordt de overdracht of beëindiging van de opdracht vastgelegd?
Wat een preventiedienst nu al veilig kan controleren
Het advies wijzigt de geldende verplichtingen niet. Documenten herschrijven alsof het ontwerp al recht is, is dus voorbarig. Wel kan een preventiedienst het bestaande systeem toetsen. Zes no-regretcontroles in afwachting van de definitieve tekst:
- controleer of de definities (interventie, werkzaamheden, exploitatieactiviteiten) consequent gebruikt worden in procedures en werkvergunningen;
- inventariseer hoe installatie- en werkverantwoordelijken vandaag worden aangeduid, en of die aanduiding verward wordt met een positie in de hiërarchische lijn;
- vergelijk de bestaande maatregelen met het huidige beschermingsniveau, zodat een latere hervorming daar niet onder zakt;
- toets risicoanalyse, opleiding, communicatie en traceerbaarheid per type interventie;
- evalueer de procedures voor kabeldetectie en grondwerken, en de afspraken over wie lokaliseert en informeert;
- controleer of de BA4/BA5-matrix coherent is over alle taken en over de verschillende regelgevingen heen.

Traceerbaarheid blijft daarbij een sleutelbegrip. De Hoge Raad noemt uitdrukkelijk de traceerbaarheid van risicoanalyses en communicatie. Als goede documentatiepraktijk horen daar zaken bij als: een goedgekeurde risicoanalyse of werkmethode, de schriftelijke aanduidingen, het schakelformulier of de werkvergunning, de vastlegging van spanningsloosstelling en vergrendeling, de overdracht tussen installatie- en werkverantwoordelijke, de registratie van de informatie aan aannemers, en de vrijgave en wederindienststelling na de interventie.
Status
Dit gaat over een advies bij een ontwerp-KB. De huidige AREI- en welzijnsverplichtingen blijven onverkort gelden zolang er geen wijzigingsbesluit is gepubliceerd en in werking getreden. Op het moment van schrijven was er nog geen definitief besluit verschenen.
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.