Op 8 september 2026 stuurde de Nederlandse minister van Werk en Participatie zes doorgerekende scenario’s naar de Tweede Kamer. Elk scenario maakt de loondoorbetaling bij ziekte lichter voor de werkgever. Nederlandse werkgevers betalen vandaag 104 weken loon door, volgens de brief de langste private periode ter wereld. België gaat de omgekeerde richting uit en legt sinds dit jaar een groter deel van het langdurig verzuim bij de werkgever. De Nederlandse cijfers wijzen telkens dezelfde kant op: wie de rekening bij de individuele werkgever weghaalt, ziet ze terugkomen op een andere post.
Nederland wil hun tweede ziektejaar kwijt, België bouwt de eerste maanden juist uit
Sinds 1 januari 2026 betalen Belgische werkgevers vanaf vijftig medewerkers een solidariteitsbijdrage van 30% op de ziekte-uitkering. Ze geldt voor de tweede en derde maand arbeidsongeschiktheid van medewerkers tussen 18 en 54 jaar. Een voorontwerp dat de ministerraad op 18 juli 2026 goedkeurde, verlengt die bijdrage vanaf 2027 tot de vijfde maand. Het voegt er een herverdeling aan toe, waardoor uw verzuimcijfer meeweegt tegenover dat van vergelijkbare bedrijven. Een eerdere analyse van reële verzuimdata kwam uit op een stijging van de directe verzuimkost met ongeveer 7%, en met bijna 11% zodra de vierde en vijfde maand meetellen.
Nederland zit al decennia veel verder in diezelfde beweging. Twee recente rapporten spreken elkaar daar nu tegen. Het rapport Wennink beveelt aan om het tweede jaar loondoorbetaling volledig af te schaffen. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar de Wet WIA adviseert om de 104 weken te behouden.
Lees ook: De solidariteitsbijdrage maakt langdurig verzuim 7% duurder, en de factuur komt later
Elk scenario dat de individuele werkgever ontlast, verhoogt de collectieve rekening
De doorrekening in de bijlage bij de brief is op dat punt wel consistent. Inkorten van de loondoorbetaling naar één jaar verhoogt de overheidsuitgaven met 4,6 miljard euro. Daarvan is 1,9 miljard een verschuiving van private naar publieke uitgaven. Bij anderhalf jaar gaat het om een stijging van 1,9 miljard. Het collectiviseren van het tweede ziektejaar voor kleine werkgevers kost structureel ongeveer 0,75 miljard.
De brief is ook duidelijk over wie dat betaalt. Bij inkorting van de loondoorbetaling stijgen de totale werkgeverslasten, omdat de hogere WIA-instroom via werkgeverspremies wordt gefinancierd. Het Centraal Planbureau raamt het werkgelegenheidseffect van die inkorting op min 0,2%. De individuele werkgever wordt ontlast en de werkgevers samen krijgen een hogere factuur.
Bij één optie komt daar nog een selectie-effect bij. Het inkorten van de loonsanctie van 52 naar 26 weken kost 0,4 miljard euro. De brief merkt op dat die maatregel materieel alleen werkgevers ontlast die hun re-integratieverplichtingen niet zijn nagekomen. Wie zich wel heeft ingespannen, draagt via premies mee aan de kost.
Lees ook: Langdurig zieken en re-integratie: wat verandert er?
De enige optie met een positief werkgelegenheidseffect legt de rekening bij de medewerker
Nederland kent uitgebreide bovenwettelijke aanvullingen op het wettelijke minimum van 70%. Uit een onderzoek van 141 cao’s, samen goed voor ongeveer 5,4 miljoen werknemers, blijkt dat minstens 99% van hen recht heeft op zo’n aanvulling. Ongeveer 80% krijgt over twee jaar ziekte 170% of meer van het jaarloon. Een verbod op aanvullingen vanaf zes maanden ziekte bespaart werkgevers ongeveer 1,4 miljard euro en levert volgens het CPB plus 0,3% werkgelegenheid op.
Die winst heeft wel een prijs die de brief zelf benoemt: een vroegere inkomensterugval bij langdurige ziekte. Een Europese studie van Reuter en collega’s, die ik in juni besprak, legt daar een tweede kost naast. In landen waar medewerkers vanaf de eerste ziektedag minstens 80% doorbetaald krijgen, ligt de kans om ziek te gaan werken acht procentpunt lager. België zat in die analyse. Een karigere regeling verlaagt het verzuimcijfer en verhoogt het aantal zieke mensen op de werkvloer.
Lees ook: Wie ziektedagen duurder maakt, krijgt zieke medewerkers op de werkvloer
De brief verplaatst de discussie van effectiviteit naar rechtvaardigheid
Opvallend is ook wat de minister niet betwist. De verlenging naar twee jaar loondoorbetaling met re-integratieverplichtingen is effectief gebleken in het weer aan het werk helpen van zieke werknemers, en leidde tot meer arbeidsparticipatie en werkgelegenheid. De vraag die overblijft, gaat over de verdeling van het risico tussen werkgever, werknemer en overheid. Dat verklaart waarom twee rapporten met grotendeels dezelfde feiten tot tegengestelde adviezen komen.
Die vraag speelt in België in andere bewoordingen. Unizo noemt de solidariteitsbijdrage onrechtvaardig omdat ze losstaat van de inspanning die een werkgever levert. Het ABVV vindt ze te smal, omdat bedrijven onder vijftig werknemers en medewerkers boven 54 jaar buiten de regeling vallen. Beide kritieken gaan over de verdeling van de last.
Lees ook: Langdurig verzuim wordt een bonus-malus tussen bedrijven
Uitvoeringscapaciteit bepaalt in Nederland wat haalbaar is
Verschillende scenario’s zijn volgens de brief op korte termijn niet uitvoerbaar. De reden is de achterstand bij het UWV en het tekort aan verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en re-integratieprofessionals. Voor het collectiviseren van het tweede ziektejaar geldt dat zeker de komende vijf jaar. Een wetswijziging duurt in Nederland gemiddeld 24 maanden, en meerdere scenario’s vragen een onderbouwing van noodzaak en proportionaliteit tegenover het VN-verdrag Handicap.
Voor Belgische organisaties zit de parallel in de eigen keten. De solidariteitsbijdrage vervalt zodra een medewerker het werk deeltijds hervat. Die hervatting hangt af van arbeidsartsen, Terug Naar Werk-coördinatoren en (last but definitely not least) werkgevers die aangepast werk vinden. Een financiële prikkel op de duur van de afwezigheid werkt zo ver als die capaciteit reikt.

De richting ligt vast, de verdeling nog niet
De Nederlandse brief bevat geen voorstel en er is geen dekking voor de scenario’s die geld kosten. Ze bevat wel de prijskaartjes van elke verschuiving, en die zijn bruikbaar voor een land dat dezelfde weg in omgekeerde richting bewandelt. Het bedrag wordt niet kleiner door het te verplaatsen, en elke verplaatsing brengt een gedragseffect mee op de plek waar ze landt. Vanaf welke week schakelt uw organisatie vandaag van opvolgen naar het actief organiseren van werkhervatting?
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.