Nieuwsbrief

Wegwijs in welzijn #46: Mijn voorsprong is verdampt

Vorige week las ik een tekst die me mateloos irriteerde. Helder, ritmisch, precies de juiste woorden op de juiste plek. Het soort schrijven waar ik jaren over heb gedaan om het er moeiteloos te laten uitzien. Knap, dacht ik. Maar het kwam van iemand van wie ik zéker wist dat die zo niet schrijft. Een “ChatGPT-tekst”, gegarandeerd.

Dus ja, dat steekt dan wel wat. Want schrijven was mijn ding. Mijn voorsprong, om het anders te zeggen. Ik schrijf vlot; nou ja, vlot: ik steek er behoorlijk wat tijd in om het vlot te láten lijken. Het was iets wat ik beter kon dan veel anderen. En toen kwam AI, en poef: mijn voorsprong, grotendeels verdampt.

Nu, je leert die AI-taal wel herkennen. En dan heb ik het niet over de gedachtenstreepjes (die ik altijd al gebruikte en nu nauwelijks nog durf, uit schrik dat iemand denkt dat ik mijn teksten door ChatGPT laat schrijven). Ik bedoel de steeds terugkerende zinsneden. Enkele voorbeelden:

  • “Eerlijk?”
  • “Het is niet x, het is y.”
  • “En misschien is dat…”

Op den duur valt het op. En dan is het menselijke net dát kleine beetje dat het verschil maakt. Maar het speelveld is wel vlakker geworden.

Met presentaties is het net zo. Ik was bovengemiddeld goed in het terugbrengen van een idee tot zijn kern, en in het visueel maken ervan. Tegenwoordig krijgt iedereen met behulp van Claude in enkele minuten heldere, mooie dia’s. Dus ook dat voordeel: verdampt.

En toch. Garbage in, garbage out. Als je niets te zeggen hebt, maakt AI er ook niets van. Mooi, leeg, klaar. Wat je wíl zeggen, moet nog altijd van jou komen. Daar zit trouwens het nieuwe probleem: het kaf van het koren scheiden is moeilijker geworden, net omdat alles nu goed geformuleerd klinkt. Wie iets goed kan uitleggen en wie écht weet waarover hij spreekt, zien er voortaan hetzelfde uit. Tot je doorvraagt. Voor onze kinderen, voor de scholen, voor wat we meegeven: kritisch leren denken wordt daarmee belangrijker, niet minder.

Nu, mocht je moedeloos worden bij de gedachte dat AI ons helemaal overbodig maakt: In Look to Windward, het zesde boek uit Iain M. Banks’ Culture-reeks, vraagt de componist Ziller aan een AI of die zijn stijl zou kunnen nabootsen. Beter zelfs, en sneller. Het antwoord is ja. Dus, vraagt Ziller, wat heeft het dan nog voor zin dat ík een symfonie schrijf?

Denk als een bergbeklimmer, zegt de AI.

Sommige mensen zwoegen dagenlang naar de top, om daar een gezelschap aan te treffen dat net met het vliegtuig is geland en rustig zit te picknicken. Wie te voet ging, mag zich daar best aan ergeren. Maar de goede manieren schrijven voor dat wie kwam aanvliegen, ontzag toont voor wie klom. En de clou: wie zwoegde, had óók kunnen vliegen als het hun enkel om het uitzicht ging. Het is de route die ze wilden. Het gevoel van voldoening zit in de klim, niet in de top.

Daar zit, denk ik, ook de gezondste houding op het werk. Wanneer AI iets overneemt, moet je reactie niet zijn “Oh nee, ben ik nu overbodig geworden?” of “Oh yeah, nu kan AI het werk voor me doen!” Er is een derde weg.

Voor het schrijven neem ik het vliegtuig niet: het begin ligt nog altijd bij mij, wat ik wil zeggen en waarom. Maar ik klim wel met beter gerief dan vroeger. AI helpt me schaven, structuur brengen, een tussentitel vinden waar ik anders op vastloop. Ik ben nog steeds de klimmer. Alleen mijn uitrusting is beter geworden.

Want mocht je je als bergbeklimmer vertwijfeld afvragen of je je niet beter laat wennen aan het plezier van het vliegen en het betreden van andermans top? Dan komt de beste raad, ironisch genoeg, uit dat boek, van de AI zelf: maak liever je eigen top. “Better to create your own.”

Deze week verschenen vier artikels op mijn LinkedIn-pagina.

  1. Werkhervatting begint bij de huisarts: NCSVG breidt fiches uit – Het NCSVG breidt zijn reeks fiches voor werkhervatting fors uit. Elke fiche geeft de behandelend arts een onderbouwd kader én een richtcijfer voor de werkonderbreking per aandoening, zodat herstel en terugkeer naar werk al bij de huisarts samen besproken kunnen worden.
  2. Bij een ebola-vermoeden is bellen de eerste stap – De WHO riep half mei een internationale noodsituatie uit voor een ebola-uitbraak (Bundibugyo-stam) in Congo en Oeganda. Het risico hier blijft laag, maar voor arbeidsartsen en preventieadviseurs die werknemers naar de regio sturen is waakzaamheid bij terugkeer een concrete opdracht, en de eerste reflex bij een vermoeden is bellen, niet zelf onderzoeken.
  3. Werkintensiteit en sociale druk stijgen (en de kloof tussen mannen en vrouwen wordt groter) – De nieuwe European Working Conditions Survey van Eurofound (ruim 36.000 interviews) toont dat de sociale werkomgeving sinds 2010 verbeterde voor mannen en verslechterde voor vrouwen. Werkintensiteit, emotionele eisen en verbale agressie wegen structureel zwaarder op vrouwen: de gendergap sluit niet, maar dijt uit.
  4. De volgende generatie werknemers wordt jonger ziek dan de vorige – Een systematische review van Britse geboortecohorten (Population Studies) laat zien dat obesitas, diabetes en mentale klachten bij millennials en gen Z vroeger opduiken dan bij oudere generaties: “generational health drift”. De jongere collega’s die nu binnenkomen, starten dus in slechtere gezondheid, met gevolgen voor verzuim, inzetbaarheid en de kost van een verouderend personeelsbestand.

Hieronder vind je alle vier artikels van deze week, in chronologische volgorde.