Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Nieuwsbrief

(2) Wegwijs in welzijn #48: Daadkracht is soms vermomde onwetendheid

Ons domoticasysteem heeft de geest gegeven. Zeventien jaar oud, en eerlijk gezegd is “domotica” een groot woord voor iets dat enkel onze lichtschakelaars en rolluiken bedient. Maar het is wél het systeem dat al die schakelaars bedient, en sinds vorige week doet het dat dus niet meer.

Mijn kennis van elektriciteit reikt precies tot “alles eens uit- en weer aanzetten”. Daarna houdt het op. Dus belden we een elektricien. Hij vroeg welk systeem het was, ik bezorgde alle gegevens, en toen… niets. Mijn vrouw stuurde een reminder. Geen antwoord. Uiteindelijk belde ze hem op. Pas dan gaf hij toe: het was een oud systeem, niet meer op de markt, en hij was er niet mee vertrouwd.

Tja. Dat had hij ook drie weken eerder kunnen zeggen.

Dus zochten we een tweede. Die was meteen enthousiast: alles eruit, een volledig nieuw systeem erin. Beter dan wat we nu hadden, want dat werd toch niet meer onderhouden. Klonk daadkrachtig; tot ik doorvroeg. Want achter dat enthousiasme zat exact hetzelfde als bij de eerste: hij kende ons systeem niet en bleef er liever van af. Alleen had hij het verpakt in een groots plan in plaats van in een stilte.

En dat tweede geval vind ik eigenlijk het interessantste. Want “ik weet het niet” komt in twee vermommingen. De ene is zwijgen en hopen dat het probleem vanzelf verdwijnt. De andere is een zelfverzekerd voorstel waarin datzelfde “ik weet het niet” netjes is weggemoffeld onder een offerte. Die laatste is lastiger te herkennen, want ze lijkt sprekend op daadkracht.

Mark Twain vatte de elegante variant samen: “I was gratified to be able to answer promptly, and I did. I said I didn’t know.” Promptly. Daar zit de hele truc in. Niet na drie reminders, niet verpakt in jargon, gewoon meteen.

Als arts heb ik dat met de paplepel meegekregen, of beter: het hoort tot de kern van het vak. De grenzen van je eigen bekwaamheid kennen is geen tekortkoming, het is een plicht. Een huisarts die buiten zijn terrein blijft doorbehandelen in plaats van door te verwijzen, is geen dappere generalist; die is gevaarlijk. “Dit ken ik onvoldoende, ga naar een specialist” is een van de meest professionele zinnen die een dokter kan uitspreken. De elektricien die zegt “vraag het aan iemand anders” doet, zonder het te beseffen, precies hetzelfde.

Nochtans zie ik voortdurend het omgekeerde. Mensen die niet dúrven zeggen dat ze iets niet weten, uit schrik onprofessioneel over te komen. Met als resultaat dat je hen meermaals moet achternalopen om uiteindelijk te horen: “Ik weet eigenlijk niet goed wat ik hiermee aan moet.” Zeg dat dan meteen. Het bereikt exact het tegenovergestelde van wat je hoopt.

Ik schreef ooit dat ik in mijn nieuwe rol een soort spoedcursus “Duolingo voor management” volgde, met al die obscure termen. Toen ik er één niet snapte en vroeg wat ze precies betekende, antwoordde de spreker doodleuk: “Dat is gewoon een term die ik net heb verzonnen.” Mijn respect voor die persoon steeg op slag.

En soms ligt het aan mezelf, dat geef ik grif toe. Soms stel ík de vraag niet helder genoeg, en dan is “ik weet niet wat je bedoelt” gewoon het juiste antwoord. Maar of de fout nu bij de vrager ligt of bij de bevraagde: het zwijgen helpt niemand.

Zelf hou ik het simpel. Weet ik iets niet, dan zeg ik “hier ben ik niet mee vertrouwd, ik zoek het op en kom erop terug”, of “dat vraag je beter aan iemand anders”. Socrates noemde “ik weet dat ik niets weet” het begin van alle wijsheid. Op de werkvloer is het minder verheven, maar even waar: niets maakt je zo geloofwaardig als de moed om te zeggen dat je iets niet weet.

De lichten doen het trouwens nog steeds niet. Maar ik weet nu tenminste welke elektricien ik niet meer moet bellen.


Deze week verschenen vijf nieuwe artikels op mijn LinkedIn-pagina:

  1. Asbestbedrijven verliezen gedeeltelijk hun immuniteit – Slachtoffers van omgevingsblootstelling aan asbest kunnen binnenkort mogelijk een vergoeding uit het Asbestfonds combineren met een schadeclaim tegen het verantwoordelijke bedrijf. Voor beroepsmatige blootstelling blijft de werkgeversimmuniteit behouden. Het voorontwerp ligt nu bij de Raad van State.
  2. Fietsvergoeding en fraude: klein bedrag, groot vertrouwensverlies – Een teamleader die herhaaldelijk zijn woon-werkregistraties aanpaste van “auto” naar “fiets” mocht om dringende reden worden ontslagen. Het vonnis toont hoe belangrijk een zorgvuldig, proportioneel en bewijswaardig intern fraudeonderzoek is.
  3. TFA mogelijk ingedeeld als reprotoxische stof – Trifluorazijnzuur staat mogelijk op het punt een strengere gevarenindeling te krijgen: “kan het ongeboren kind schaden”. Voor bedrijven die met TFA of voorlopers werken, kan dat belangrijke gevolgen hebben voor etikettering en stoffenbeheer.
  4. Mentale gezondheid kost België miljarden – Psychische aandoeningen kosten de Belgische economie naar schatting tot 12 miljard euro per jaar. Omdat veel mensen geen passende zorg krijgen, hoort mentale gezondheid ook op de directieagenda thuis.
  5. Pesticiden en levergezondheid: ook spuitrichting telt – Een veldonderzoek bij landbouwers toont dat pesticiden naar boven verstuiven samenhangt met een duidelijk hoger risico op afwijkende levertests. Niet alleen de stof, maar ook de manier van toepassen verdient dus aandacht.

Hieronder vind je de vijf artikels van deze week, in chronologische volgorde.