Nieuwsbrief

Wegwijs in welzijn #39: De illusie van controle, in gips gegoten

Heel zacht, maar ik voelde het. Geen dramatische knal. Gewoon een zachte, valse toon in mijn voet, en daar ging ik dan. Ik was opgelucht dat er niemand in de buurt was om het te zien; maar ik dacht ook: die val heb ik wel mooi aangepakt. Drop and roll, very smooth.

De pijn viel nog mee. Eenmaal binnen zag ik een eivormige zwelling op de rug van mijn voet. Huh, dat zal wel even last geven. Zal wel een stevige verstuiking zijn. Been omhoog, ijspack op de voet, rusten. Een beetje vervelend, ik had nog enkele vakantiedagen en allerhande tuinklusjes gepland. Zal moeten wachten tot morgen.

De pijn werd vervelender, de zwelling wat meer uitgesproken. Ik kon niet meer op mijn voet steunen. Mijn echtgenote deed er een verband rond. “Ga toch ook maar naar spoed,” zei ze.

“Waarom? Daar ben ik sowieso twee uur kwijt, en dan zeggen ze: been omhoog, ijspack, rusten.”

Dus hopte ik rond op één voet, naarstig gebruik makend van de nordic walking sticks die ik ooit eens in een opwelling gekocht had. Eindelijk nuttig gebruik, dacht ik in mijn nopjes.

Enkele uren later zaten we aan tafel. Mijn voet was een gespreksonderwerp. “Het ziet er toch behoorlijk gezwollen uit.” En: “Is dat paars?” En: “Op spoed kunnen ze er een foto van nemen, om zeker te zijn dat er niets gebroken is.”

Waarop ik: “Maar nee, het is gewoon een verstuiking. Ik heb nog nooit iets gebroken. Ik ga daar niet mijn tijd verdoen.”

Mijn jongste dochter: “Je wou ook niet naar spoed gaan toen je die galcrisissen had.” Dat was anders. De eerste keer dacht ik dat ik aan het doodgaan was – tot het voorbij was, en dan hoefde het ook niet meer. De tweede keer ben ik effectief gegaan, en toen bleek er ook een leververgiftiging bij te zitten, dus was het wel nodig. Dit was anders.

Mijn oudste dochter: “Vraag het dan eens aan ChatGPT, papa.”

Oh, mij best. ChatGPT zal me toch gelijk geven. “Ik heb mijn voet omgeslagen, de pijn valt nog mee, er is wat zwelling. Gewoon rusten, ijscompres en been omhoog?” Ik beantwoordde braaf de vervolgvragen.

“En, wat zegt ChatGPT?”

“…Fine. Ik zal wel naar spoed gaan.”

Mijn vrouw bracht me naar het ziekenhuis. Ik hobbelde naar de spoedafdeling met mijn nordic sticks. Eenmaal binnen moest ik, the humiliation, in een rolstoel. Na een uur reden ze me naar de radiografie. Nog een uur wachtzaal. Ik had die tijd kunnen schrijven of whatever.

Dan de orthopedist. Ik deed mijn verhaal: ik wou eigenlijk niet komen, maar voor alle zekerheid, enzovoort.

Ze keek naar de voet, duwde met een vinger op de voetrug. “Doet het hier pijn?”

“Ja, een beetje.”

Ze knikte. “Daar is de breuk.”

WAT?!

Tijdelijk open gips, omwille van de zwelling. Dinsdag nieuwe foto’s, om te bekijken of een operatie aangewezen is; de breuk is complex, tot in het gewricht, blah blah. Zes weken immobiel. Geen autorijden.

WEKEN?!

Ik had twee directe gedachten. Eén: hoe manage ik dit? Er zijn meetings waar ik toch echt best fysiek aanwezig ben. Twee: dit gaat een negatieve impact hebben op mijn doelstelling van tienduizend stappen per dag.

Het ironische van die tweede gedachte: begin 2025 schreef ik nog dat doelstellingen voor mij geen harde verplichtingen zijn, maar een manier om te leven naar kernwaarden. Dat flexibiliteit belangrijker is dan het perfect afvinken van een lijst. Dat het getal een middel is, niet het doel.

Fuck you, 2025 Edelhart. Jij hebt geen gebroken voet.

Maar achteraf beschouwd: ik moet hier ook niet onnozel over doen. Epictetus formuleerde het zo’n tweeduizend jaar geleden al: sommige dingen zijn in onze macht, andere niet. En er zijn véél ergere dingen dan een banale gebroken voet.

Dus ik pas me aan. Ik heb de voorbije dagen behoorlijk wat geleerd over rondlopen met krukken. Dat valt best mee – tot je iets wilt meenemen en je geen hand vrij hebt. Vandaar het rugzakje voor de chips. Eh, de appels. Trappen opgaan lukt ook maar met één kruk, dus ik heb een tweede paar kunnen lenen van de buurvrouw, voor boven. Het voelt aan als een heel lange opdracht van Taskmaster, waarbij je op een creatieve manier moet omgaan met extern opgelegde beperkingen. Deze eerste dagen althans: ook een beetje een avontuur.

De stoïcijnen noemden dat amor fati: niet louter berusting, maar een actieve houding tegenover wat je niet kunt veranderen. Het omarmen van wat is, als vertrekpunt voor wat komt.

Dat is dus de vraag die ik mezelf nu stel – en die ik jou meegeef. Welke van jouw systemen, plannen of doelstellingen zouden een gebroken voet overleven? Niet als doemdenken, maar als oefening. Want een systeem dat alleen werkt als alles meezit, is eigenlijk geen systeem. Het is een goed humeur.

De planning gaat verder. Alleen ziet ze er even anders uit.


Overzicht van deze week

Deze week verschenen zes artikels op mijn LinkedIn-pagina.

  1. Veiligheidsmanagementsystemen werken, maar context bepaalt hoe goed. Een Canadees vrijwillig veiligheidsprogramma dat net voor de pandemie van start ging: het programma heeft effect, maar niet overal, niet altijd en niet op dezelfde manier.
  2. Hoeveel graden telt als een armbeweging? Europese ergonomen zijn het bijna eens. Ergonomen hanteren sterk uiteenlopende drempelwaarden voor het meten van bewegingen en houdingen. Een nieuwe Delphi-studie zet een eerste stap richting gedeelde definities.
  3. Wie buitengewoon onderwijs verlaat, begint de arbeidsmarkt met een achterstand die zelden verdwijnt. Zelfs zeven jaar na schoolverlating heeft maximaal 53% van de oud-leerlingen betaald werk gevonden; voor de meest kwetsbare groep blijft dat steken op 10%.
  4. Acht jaar later draait Fedris een erkenning terug: hoe robuust is uw dossier? Een beroepsziekte-erkenning uit 2013 wordt jaren later plots betwist. Het Arbeidshof corrigeert Fedris, maar de les is duidelijk: dossiers die vandaag solide lijken, kunnen jaren later aangevochten worden.
  5. Het RIZIV-rapport en de vragen die niemand stelt. Het rapport over langdurig zieken groeide uit tot een politiek spektakel rond controle en fraude. De belangrijkste vraag blijft onbeantwoord: hoe komt het dat al die mensen überhaupt ziek worden?
  6. Tien jaar nachtdiensten: wanneer cumulatieve blootstelling een kankerrisico wordt. Niet nachtwerk op zich verhoogt het risico op alvleesklierkanker, maar langdurige cumulatieve blootstelling wel – zo blijkt uit een grootschalige cohortstudie met meer dan 61.000 mannen.

Hieronder vind je alle zes artikels van deze week, in chronologische volgorde.