
Op 1 april 2025 was ik niet langer werkzaam bij Attentia.
Dat stond althans in mijn afwezigheidsagent. Elke collega die me die dag een mail stuurde, kreeg een bericht dat ik per direct de organisatie had verlaten, en dat men voor verdere vragen kon terecht bij HR. En wie vervolgens belde, kreeg een gelijkaardige sms doorgestuurd.
Mijn team reageerde laconiek. “We trekken onze plan wel zonder Edelhart, toch?” De aanpassingen aan het organogram kwamen er snel achteraan. Ze zijn mijn grapjes al gewend. Ze twijfelden er geen seconde aan dat het een aprilvis was, en gingen er ironisch in mee.
Anderen trapten er volledig in.
Het werd zelfs een punt op de agenda van de volgende ondernemingsraad. Een werknemersvertegenwoordiger vond het “niet passend voor een functie als medisch directeur.” Ik kan daar eigenlijk alleen maar mee instemmen. Dus gelukkig maar dat ik die functie niet meer vervul.
—
Humor loopt als een rode draad door alles wat ik schrijf en doe. Dat zie ik zelf. De mensen om me heen ook. En de AI-analyses van mijn twitterarchief en gezinsdagboeken zijn er bijzonder expliciet over: humor is aanwezig “van de eerste tot de laatste pagina”.
Ik beschouw het als een kernwaarde. Don’t be serious, be sincere, zei Chetan Bhagat. Of Elbert Hubbard, iets cynischer van toon: Do not take life too seriously – you will never get out of it alive. Dat soort wijsheid vind ik niet alleen troostrijk, het klopt ook gewoon.
Maar humor is voor mij meer dan levensvisie. Het is ook strategie. Soms ben ik me ervan bewust, soms niet.
Claude (de AI, niet de persoon) omschreef het zo in een analyse van mijn dagboek: ” Humor is jouw emotionele regulatiestrategie. Wanneer iets te groot is voor woorden — rouw, angst, kwetsbaarheid — verschijnt de grap. Dit beschermt jou. Het beschermt ook de mensen om je heen: je maakt zware situaties draaglijker voor iedereen. Maar het kan ook betekenen dat je de diepte van je eigen gevoelens niet altijd volledig toelaat.“
Jeezes, Claude. Lighten up.
ChatGPT was vriendelijker: ” Je humor duikt overal op, zelfs in situaties die eigenlijk vermoeiend of stressvol zijn. Psychologisch betekent dit: humor als cognitieve regulatie van emoties. Je neutraliseert stress of ongemak door er intellectueel en komisch afstand van te nemen. Dat is opvallend verwant aan stoïcisme en ook een beetje aan Montaigne.“
Ik ben dus een moderne Marcus Aurelius? Ok, daar kan ik me wel in vinden.
—
Er zit ook iets bewust in, al geef ik dat niet altijd graag toe.
Hoe meer spanning ik voel, hoe meer grapjes ik maak. Een ongemakkelijke waarheid breng ik soms verpakt in een kwinkslag; vriendelijk, maar toch gezegd. Haha, just kidding. Of toch niet helemaal. Het privilege van de nar, heet dat. De jester’s privilege. De enige aan het hof die de koning de waarheid mocht zeggen, zij het in de vorm van een mop.
Of ik dat te vaak doe? Misschien. Ik weet niet hoe het overkwam toen ik op de nieuwjaarsreceptie, voor een publiek van vierhonderd mensen, de vraag kreeg wat onze AI-strategie voor dit jaar was, en ik antwoordde: “We gaan iedereen vervangen door AI-agents.” Grapje uiteraard. Dat staat pas gepland voor 2028.
Maar ik merk ook dat de verwachting groeit dat ik me serieuzer gedraag. Noblesse oblige. De rol vraagt een zeker gewicht. En flauwe mopjes passen daar blijkbaar minder bij.
Ik weet niet of ik dat keurslijf zomaar ga aantrekken.
Want als je niet om jezelf kunt lachen, of jezelf niet in vraag kunt stellen, duidt dat op iets. Niet op professionaliteit. Op onzekerheid. De mensen die ik het meest bewonder, kunnen zichzelf relativeren. Ze hoeven zichzelf niet te beschermen achter ernst.
En de april-grap? Die was ook een test. Geen kwaadaardige, maar toch. Wie er met een glimlach op reageerde, weet iets over hoe je met onzekerheid omgaat. Wie er een punt van maakte op de ondernemingsraad, ook.
De nar heeft altijd meer gezegd dan men dacht.
Overzicht van deze week
Deze week publiceerde ik vijf artikels op mijn LinkedIn-pagina. Artikels 2 en 3 scoorden het best; wat me niet verrast: burn-out meten én een bestuurlijke fusie die het welzijnsbeleid dreigt op te slokken zijn onderwerpen die professionals rechtstreeks raken.
- Vrouwen van 31 tot 40 vallen vaker langdurig uit – Vrouwen in die leeftijdscategorie hebben tweeënhalf keer meer kans op langdurig verzuim dan mannen. De oorzaak is overwegend psychisch. Wie dat als een individueel probleem beschouwt, mist de kern.
- Niet elke burn-outvragenlijst is gelijk – Bijna één op de acht werkende Zweden scoort zo hoog op burn-outklachten dat klinische opvolging aangewezen is. Maar het eigenlijke belang van dit onderzoek zit in wat het ons leert over betrouwbaar meten: wanneer je welk instrument inzet, en waarom die keuze er wél toe doet.
- Welzijn op het werk dreigt te verdwijnen in een megafusie – De federale regering plant de fusie van FOD WASO, FOD Sociale Zekerheid en POD Maatschappelijke Integratie. De NAR en de Hoge Raad voor Preventie trekken in een unaniem advies aan de alarmbel: de fusie dreigt het welzijnsbeleid en de sociale dialoog te ondermijnen, niet te versterken.
- Een leven met pesticiden verhoogt het risico op Alzheimer – Een omvangrijke Franse cohortstudie met meer dan 109.000 deelnemers toont een significant hoger Alzheimerrisico bij landbouwers die gedurende hun carrière pesticiden gebruikten. Relevant voor preventieadviseurs in agrarische contexten, al vraagt de praktische vertaling nuance.
- Risicoanalyse in een sociale wasserij – Het eindwerk van Eva De Decker, preventieadviseur niveau II bij Stad Lokeren, beschrijft wat er gebeurt als je een risicoanalyse maakt in een omgeving die tegelijk sociaal, organisatorisch en technisch complex is: werknemers via een artikel 60-traject, taalproblemen, en bij de verhuis naar een nieuw gebouw ontbraken de toiletten, kleedkamers en pauzeruimte gewoon.
Hieronder vind je alle vijf artikels in chronologische volgorde.