
Regelmatig krijg ik complimenten over mijn artikels. Meer dan over mijn eigenlijke werk, eigenlijk (grapje!). Erbij hoort bijna altijd de vraag: “Waar vind je er in godsnaam de tijd voor?”
Mijn standaardantwoord? “Cocaïne.” Mijn vrouw heeft me ondertussen gevraagd daarmee te stoppen, want op den duur gelooft iemand het nog. Vanaf nu zeg ik dus dat ik Speed neem. Probleem opgelost.
De andere populaire theorie is AI. “Het moet wel ChatGPT zijn.” En ik geef toe: soms zeg ik dat zelf ook, half als grap. Maar laat me eens eerlijk zijn over hoe dat er in de praktijk uitziet.
Schrijven is voor mij geen bijproduct van mijn werk. Het ís mijn werk niet. Het is mijn hobby. In mijn privétijd, in het weekend, urenlang. Het voordeel van geen tv kijken en geen sociaal leven hebben; ik noem het een levensstijlkeuze, mijn omgeving noemt het anders. Kennis delen is altijd een kernwaarde geweest: het helpt me denken, ordenen, uitleggen. Dat heb ik al geschreven voor ik wist wat een LinkedIn-algoritme was.
Dus nee, AI schrijft mijn teksten niet. Maar wat doet het dan wel?
Het begint de laatste jaren regelmatig met een dictaat. Ik praat mijn ideeën in, onderweg, tussendoor, soms midden in het niets. Niet voor een vlotte parafrase (waar Audiopen wel heel goed voor is) ik wil een ruwe, trouwe weergave van wat er in mijn hoofd zit. Hiervoor gebruik ik Voicenotes of Plaud. Die transcripten kneed ik vervolgens zelf verder. Daarna vraag ik ChatGPT om passages wat vlotter te maken, en om tussentitels te formuleren. Dat laatste klinkt triviaal, maar tussentitels kosten me altijd energie: hoe moet ik dat nu weer formuleren? Nu dus niet meer. Met Napkin maak ik grafieken aan. Ook afbeeldingen in een consistente stijl en een begeleidende LinkedIn-tekst: AI levert de basis, ik pas aan. Echte tijdswinst? Eerlijk gezegd: nauwelijks. Maar de structuur is beter, en de workflow klopt.

Een voorbeeld van een grafiek die ik met Napkin creëer.
Op het werk is dat anders. Dáár win ik wél tijd. Een mailwisseling van vijftien berichten samenvatten. Een ingewikkelde instructieve mail omzetten naar leesbare taal. Dat soort werk. Voor vergaderingen gebruik ik Plaud: opnames die automatisch verwerkt worden tot verslagen, zodat de actiepunten er gewoon uit rollen. Enfin, soms toch; ik kan er ook niet hélemaal op vertrouwen. De laatste tijd dicteer ik aan mezelf na een vergadering de besproken punten en te nemen acties; dat werkt wel steevast.
Ik heb ook geëxperimenteerd met NotebookLM van Google, dat geeft nog eens een wow-effect. Ik heb er al interne podcasts mee gemaakt. Onlangs scande ik de schoolnota’s van mijn dochter in; het resultaat was een indrukwekkende Powerpoint. Ja, dat heeft even geduurd om te verwerken. En sinds kort gebruik ik ook Claude voor analyses rechtstreeks in Excel- en Word-bestanden. Maar ik heb de mogelijkheden nog bij lange niet volledig benut. Het gaat ook zo snel. Ik vermoed dat over twee jaar alles opnieuw achterhaald is.

De schoolnota’s van mijn dochter in een mum van tijd herwerkt tot een bewerkbare Powerpoint. Wow!
Wat me bezighoudt, is niet de tool. Het is de reflex. Bij ons bij Attentia beschouwen we AI als een strategische hefboom om onze experten te ondersteunen, niet te vervangen. Het massieve potentieel is er. We moeten het nog ontsluiten. Maar dat begint niet met de tool kiezen; het begint met weten wat je ermee wilt bereiken.
En voor het schrijven blijft mijn antwoord hetzelfde: menselijke intelligentie eerst. De eerste versie komt altijd van mij. AI helpt polijsten, structureren, versnellen. Maar het idee, de anekdote, de keuze om iets te delen: dat ligt nog altijd hier, achter het toetsenbord. Hopelijk nog even.
Overzicht van deze week
Deze week verschenen vijf artikels op mijn LinkedInpagina, allemaal rond re-integratie, preventie en arbeidsongeschiktheid; een domein dat beleidsmatig volop in beweging is.
- Van arbeidspotentieel naar actie, nieuwe responsabilisering voor langdurig zieken: Wie arbeidsongeschikt is, geen arbeidsovereenkomst meer heeft maar nog over arbeidspotentieel beschikt, zal zich voortaan actief moeten inschrijven in een re-integratietraject. Doet men dat niet, dan kan de uitkering met 10% worden verminderd. De responsabilisering krijgt zo een concreet financieel gevolg, in lijn met “Re-integratie 3.0”.
- Twijfel over doktersattesten? Nieuwe RIZIV-databank moet meer duidelijkheid brengen: Hoeveel welwillendheidsattesten er in België werkelijk circuleren, weet niemand precies; dat bevestigde minister Vandenbroucke zelf. Maar er komt beweging: de GAOCIT-databank is sinds 1 januari 2026 operationeel en moet het voorschrijfgedrag van artsen voor het eerst systematisch in kaart brengen.
- Meer langdurig zieken aan het werk via VDAB: succes of selectief rekenen? 39 procent van de werkzoekenden met een ziekte-uitkering vindt in Vlaanderen binnen twee jaar opnieuw werk, het hoogste percentage ooit. Maar zes op de tien mensen blijven na twee jaar intensieve begeleiding zonder job. De vraag is niet alleen of het glas halfvol of halfleeg is, maar of we wel het juiste glas meten.
- Voorkomen is beter dan re-integreren; regering test preventief deeltijds werken bij ziekte: Een nieuw proefproject laat werknemers die dreigen uit te vallen deeltijds blijven werken, met een aanvullende uitkering voor de niet-gewerkte uren. De logica wordt omgedraaid: niet eerst volledig uitvallen en dan re-integreren, maar de band met het werk bewaren vóór het zover komt.
- Stofexplosies in de schoolwerkplaats, een vergeten risico met reële gevolgen: Houtstof explodeert. Letterlijk. In Europa vinden jaarlijks naar schatting tweeduizend stofexplosies plaats, met houtproducten als voornaamste betrokken materiaal. Het eindwerk van Wout Ooms voor zijn opleiding preventieadviseur niveau 2 laat zien dat dit risico ook in technische scholen reëel en onderschat is.
Hieronder vind je alle vijf artikels van deze week, in chronologische volgorde.