Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Nieuwsbrief

Wegwijs in welzijn #31: Over papegaaien, procedures en proportionaliteit

Ik heb deze week geleerd dat ik geen goede leerling ben. Of toch niet volgens de regels.

Mijn dochter moest voor school een presentatie maken over een recente ontdekking of uitvinding. Ze koos voor “robots met AI”. Dus ik dacht: ideaal, ik heb daar recent nog workshops over gegeven, met ook wat video’s die de innovaties ook toonden (zoals de warenhuisrobots in een Alibaba verdeelcentrum of een Japanse reddingsrobot die mensen via een rolband oplaadt en wegvoert). En zo stelde ik haar als afsluiter een leuk filmpje voor van AI-robots die de mist ingaan. Dus dan kon ze een paar van die slides hergebruiken, wat van die filmpjes erin, klaar.

Tot ik botste op de harde realiteit van het middelbaar.

Geen video’s. Elke dia moest een minimum aantal bullet points bevatten, en voldoende tekst. “Maar het is veel interessanter zo,” probeerde ik nog. “Ja papa, maar dat zijn de regels.”

Ik heb haar toch kunnen overtuigen om een klein beetje out of the box te werken. Resultaat: ze moest opnieuw beginnen. Out of the box denken was niet voorzien in het evaluatiekader.

Een half vergeten (of zal ik zeggen, verdrongen) herinnering uit mijn jeugd stak de kop op: mijn leerkracht Latijn die ons twintig keer “Nominatief, Vocatief…” liet overschrijven. Ik stelde voor om die bovenaan één keer voluit te schrijven en eronder aanhalingstekens te gebruiken. Efficiënt, dacht ik. “We zijn geen luieriken,” was het verdict. “Maar we zijn wel papegaaien,” dacht ik (maar hield wijselijk mijn mond).

Nu, regels zijn belangrijk. Dat vind ik echt.

Zo ben ik zelf een groot voorstander van checklists, getuige het overzichtsblad dat ik al sinds 2001 gebruik (ondertussen heb ik de twee bladen tot één A4 herwerkt). The Checklist Manifesto van Atul Gawande heeft mij als arts sterk beïnvloed. En Atomic Habits van James Clear dat voortbouwt op principes uit het stoïcisme waar ik een aanhanger van ben, draait net rond het belang van duidelijke, consistente gedragsregels. Systemen beschermen ons tegen slordigheid, tegen willekeur, tegen ons eigen overschat optimisme.

Maar regels zijn een middel. Het doel is betere zorg. Betere gewoontes. Betere leerresultaten.

Zodra regels belangrijker worden dan het doel dat ze dienen, lopen we vast.

In welzijn op het werk leven we in een sterk gereglementeerd kader. Terecht. Het gaat over veiligheid en gezondheid. De grote hervormingen van de jaren ’90, waarbij het oude ARAB werd omgevormd tot de Codex Welzijn op het Werk, waren in mijn ogen een enorme stap vooruit. Minder detailfetisjisme, meer principes. Minder “doe exact dit”, meer “zorg dat dit doel bereikt wordt”.

Maar de voorbije jaren zie ik iets verschuiven. Niet zozeer in de wetteksten zelf, wel in de toepassing. Een mentaliteit van “check the box”. Niet: “zorg je effectief voor de veiligheid en gezondheid van je mensen?”, maar: “waar is het document A38? En staat het in het juiste lettertype?”

Hyperbolisch? Helaas niet.

Een klooster met uitsluitend 60+-jarige nonnen kreeg een opmerking omdat er geen procedure moederschapsbescherming kon worden voorgelegd. Ik heb het even nagekeken: de laatste gerapporteerde casus van maagdelijke voortplanting dateert van ongeveer 2000 jaar geleden. De kans op een nieuw incident is dus in mijn ogen statistisch relatief beperkt.

Of een KMO waar een medewerker een vingertop verloor in een machine. De dag nadien was die alweer aan het werk. Maar het ongeval was niet als “ernstig” gemeld. Gevolg: onderzoek, vragen, verhoren. Ik werd zelf als wettelijke vertegenwoordiger van de externe dienst uitgenodigd om uitleg te geven. Wel, in feite werd ik via aangetekend schrijven opgeroepen en als verdachte verhoord. Niet omdat iemand bewust risico’s had genegeerd, maar omdat er mogelijk een procedure niet helemaal conform was gevolgd.

Begrijp me niet verkeerd: inspectie en handhaving zijn noodzakelijk in een rechtsstaat. En de inspecteurs met wie ik sprak waren professioneel en redelijk. Ook zij werken binnen een kader van instructies, richtlijnen en beoordelingscriteria. Net zoals een leerling punten krijgt op basis van vooraf vastgelegde criteria, worden ook zij geëvalueerd op de manier waarop ze regels toepassen.

Maar als de focus verschuift van “is het risico beheerst?” naar “klopt het papier?”, dan dreigt het doel ondergeschikt te worden aan de vorm. En dan verliezen we allemaal tijd en energie.

Hetzelfde debat zie je bij het gezondheidstoezicht. We kampen al decennia met een tekort aan arbeidsartsen. Vijfentwintig jaar geleden werkte ik al mee aan een visietekst over de hervorming van het gezondheidstoezicht. Ook toen was het structurele tekort aan arbeidsartsen een gekend probleem. Het debat is dus niet nieuw.

In 2019 kwamen dan ook de “aanvullende medische handelingen”: tussentijdse checks door verpleegkundigen om te bepalen of een werknemer sneller bij de arbeidsarts moet passeren. Geen afbraak van kwaliteit, wel een rationelere inzet van schaarse expertise. Of dat was toch de intentie.

En eind vorig jaar mocht ik een werkgroep van medisch directeurs voorzitten waarin we samen een conceptnota uitwerkten voor een toekomstgerichte hervorming. Gevalideerd door de algemeens directeurs en aangescherpt in constructief overleg met overheid, inspectie en sociale partners. Het doel: de regels opnieuw aligneren met wat we eigenlijk willen bereiken. Beschikbare expertise inzetten waar ze het meeste verschil maakt. Vertrouwen combineren met controle. Dus ik hoop dat dit alles in de komende weken effectief finaal “landt”.

Dat vraagt iets moeilijks: durven kijken naar het doel achter de regel.

Regels geven houvast. Ze beschermen tegen willekeur. Maar ze mogen nooit het denken vervangen. Zodra naleving belangrijker wordt dan impact, verliezen we energie op de verkeerde plek.

Dat is wat ik mijn dochter wou uitleggen. Dat regels wel nodig zijn om een systeem eerlijk en voorspelbaar te houden. Maar dat je daarnaast altijd mag (en moet!) blijven nadenken over het waarom. En dat echte innovatie zelden ontstaat door braaf binnen de lijntjes te kleuren.

Tot slot: hieronder een leuk filmpje van AI-robots die de mist ingaan.

Deze week publiceerde ik vijf artikels op mijn LinkedInpagina. De meeste lezers en reacties kwamen op de recente uitspraak van het Arbeidshof Brussel over een ontslag tijdens een lopend re-integratietraject.

Ook het stuk over de beleidsnota van Frank Vandenbroucke, met een strakkere opvolging van arbeidsongeschiktheid, werd opvallend vaak gelezen. En het advies van de Hoge Raad (onder meer over lood en diisocyanaten) bleek eveneens op veel professionele belangstelling te kunnen rekenen.

Hiernaast heb ik het ook gehad over (de risico’s van) het gebruik van AI bij rekrutering en vaccinatie op het werk.

Hieronder vind je alle artikels van deze periode, in chronologische volgorde.