
Het einde van het jaar heeft iets bijzonders. Zoals ik in een eerdere nieuwsbrief al aangaf: in december staat iedereen collectief op de tippen van hun tenen. Alsof we nog één laatste sprint inzetten, terwijl het parcours al maanden bergop loopt.
De dagen zijn kort. Dat speelt op het gemoed, daar valt weinig romantiek aan toe te voegen. Tegelijk is de druk hoog: alles wat “nog vóór het jaareinde” moest gebeuren, wil plots ook effectief gebeuren. Projecten, dossiers, beslissingen, gesprekken die al weken “even geparkeerd” stonden, komen tegelijk terug uit die parking gereden. Met groot licht.
En dan is er plots de vakantie. Officieel om “de batterijen op te laden”. Wat op zich al een interessante framing is, bedenk ik me nu: werk als iets dat je leegzuigt, vakantie als een stopcontact. Alsof het doel is om jezelf weer net voldoende op te laden om daarna opnieuw leeg te lopen. Dat model heeft zo zijn beperkingen. Anyway.
Vakantie nemen is één ding. Echt vakantie zijn, is iets anders.
Want het gebeurt ook wel eens dat we fysiek wel stoppen, maar mentaal niet. We blijven malen over wat de voorbije weken is misgelopen. Over wat beter had gekund. Over wat begin januari ongetwijfeld meteen weer op ons bord zal liggen. We zijn dan zogezegd weg van het werk, maar het werk is hardnekkig meegekomen. In handbagage.
Nochtans is er een vrij eenvoudige waarheid: wat gebeurd is, is gebeurd. Dat kan je nadien zinvol bekijken, analyseren, duiden. En wat nog moet komen, dat komt sowieso. Daar helpt geen extra piekerminuut tegen. Maar dít moment – echt dit moment – dat is het enige waar je nu effectief iets mee kunt.
En dat is precies waar het vandaag moeilijker lijkt dan vroeger. Social media helpen niet bepaald. De subtiele druk om te tonen hoe leuk het wel is. Hoe mooi de plek, hoe sjiek het restaurant, hoe perfect het gezin aan tafel. Alsof vakantie pas echt telt wanneer ze ook gevalideerd is door voldoende likes.
Ik schrijf dit terwijl ik in de Efteling ben. En ja I know, dat zou op zich ook een voorbeeld kunnen zijn van hoe het níét moet: schrijven terwijl je “in het moment” zou moeten zijn. Maar schrijven is voor mij óók een zenmoment, dus ik reken dit onder toegelaten uitzonderingen. Wat ik níét doe: foto’s posten, verhalen delen, likes verzamelen. Die apps staan figuurlijk in de koelkast. Ik kijk er sporadisch naar. Niet uit morele verhevenheid, maar uit zelfbescherming.
Ik ben hier met mijn gezin. En dat is genoeg.
Met dit alles wil ik ook niet beweren niet dat terugblikken fout is. Integendeel, dat kan een bijzonder waardevolle oefening zijn, zeker op het jaareinde. En vooruitkijken is minstens even zinvol; een goede voorbereiding vergroot de kans dat je een toekomst krijgt die je ook echt wilt meemaken. Maar leven doe je niet in retrospectie of in planning. Leven doe je in het nu.
Het verleden is voorbij. De toekomst is nog niet gebeurd. Maar dit moment – dit ene, concrete moment – dàt is het leven. Altijd.
Misschien is dat wel de echte uitnodiging van het einde van het jaar. Niet om nog harder te lopen. Niet om alles af te sluiten, op te lossen of glad te strijken. Maar om af en toe bewust te stoppen. Te deconnecteren. Niet alleen van mails en apps, maar ook van die interne ruis die zegt dat je ergens anders zou moeten zijn dan waar je nu bent.
De rest komt later wel. Dat doet het altijd.
PS. Volgende week, de laatste zondag van het jaar, sla ik deze nieuwsbrief een keertje over. Ook dat hoort bij deconnecteren. We zien elkaar daarna wel weer.
Deze week verschenen negen artikels op LinkedIn. De meeste reacties kwamen op “ Tussen bevlogenheid en uitputting: de dunne lijn van zinvol werk “. Ook “ Van uitval naar arbeidspotentieel: wat HR en preventie in 2026 anders moeten doen “ werd vaak gelezen en gedeeld; het nakende KB Re-integratie 3.0 leeft duidelijk.
Daarnaast kwamen thema’s aan bod zoals blootstelling aan PFAS, AI-algoritmes als arbeidsrisico, langer werken (met of zonder werkgelegenheidsplan 45+), en nog heel wat andere welzijnsvragen.
Hieronder vind je alle artikels van deze week, in chronologische volgorde.