
De voorbije weken wezen enkele collega’s van andere externe diensten me erop dat ik als algemeen directeur wat voorzichtiger moet zijn met wat ik op LinkedIn post. Vanuit mijn nieuwe rol als directeur Wellbeing Business kreeg ik intussen een gelijkaardige boodschap. Blijkbaar hoort dat bij het functiepakket. Alleen… ik moet er nog wat aan wennen dat ik niet langer het “enfant terrible” van de sector ben. In mijn hoofd ben ik nog altijd dat jonge commissielid bij Co-Prev (en gelijkaardige instanties) dat nogal eens ongefilterd zei wat iedereen dacht maar niemand uitsprak. Toen kreeg ik trouwens ook al opmerkingen: “Let op met wat je schrijft, dat stuk op je blog over artikel X kan verkeerd geïnterpreteerd worden.” Mijn eerste reactie was toen: Wow, ze hebben mijn blog gelezen! 🤩 (en dat is nog steeds mijn eerste gedachte, trouwens).
Intussen ben ik een halve eeuw oud en een kwarteeuw actief in dit vak. Ik ben nog steeds niet fysiek de oudste in de commissies, maar in de medische commissie heb ik wel de langste anciënniteit – en ben ik geregeld de enige die zich nog herinnert waarom iets ooit beslist is. Misschien moet ik er dus maar aan wennen dat mensen me tegenwoordig au sérieux nemen. Nah.
Meer dan vroeger wil ik gewoon leven volgens het motto van de Indiase auteur Chetan Bhagat: “Don’t be serious, be sincere.” Zoals toen ik onlangs een opvallende entrée maakte op een vergadering: handen vol, deur te enthousiast open, knal recht tegen de muur. Het typeert me wel. Ik flap er nog steeds dingen uit zonder filter, zelfs meer dan vroeger, toen ik dat nog niet altijd durfde. Waarom zou ik me ook nog druk maken over wat anderen daarvan denken?
Alleen dj’en of dansen voor een volle zaal, dat blijft een brug te ver. Tenzij het écht goede muziek is – iets van Stray Kids, bijvoorbeeld 😉.
Anyway. Deze week heb ik tien artikels gepubliceerd op LinkedIn. De meeste reacties kwamen op twee artikels over re-integratie. Niet toevallig: dit is en blijft hét hete hangijzer van de komende maanden.
- In “ Re-integratie mislukt? Dan volgt soms de rechtbank ” liet een arrest van het Arbeidshof Brussel zien hoe dun de lijn is tussen een onhandig traject en een discriminerende weigering tot redelijke aanpassingen.
- En “ Collectief re-integratiebeleid: de wil om te werken is groot – nu de steun nog ” toonde aan dat meer dan de helft van de werkgevers drie jaar na de invoering nog geen structureel plan heeft. De wil bij langdurig zieken is groot, maar het beleid hinkt achterop.
Wie de welzijnssector een beetje volgt, voelt het aan: we staan aan de vooravond van een fundamentele hervorming. De vraag is dus niet meer of we collectiever en mensgerichter moeten re-integreren, maar hoe we dat waarmaken zonder het administratief te verstikken.
Waar ik het deze week zo nog over had:
- Europa legt PFAS in blusschuim aan banden. Een logische stap. Minder “forever chemicals” betekent ook minder risico voor brandweerlieden en burgers.
- Frankrijk toont hoe het efficiënter kan. Hun preventiediensten tonen dat efficiëntie niet per se ten koste hoeft te gaan van kwaliteit. Iets waar wij vanuit de sector ook mee bezig zijn, trouwens.
- Op de rem! De Nederlandse Raad voor Volksgezondheid waarschuwt dat onze hypernerveuze samenleving zelf ziek is geworden. Niet elk stressprobleem is een individueel falen; soms is het systeem gewoon dolgedraaid.
- Leren van arbeidsongevallen: De Nederlandse Monitor 2024 herinnert ons eraan dat elke statistiek een menselijk verhaal verbergt.
- Zombie-leadership: acht mythes over leiderschap die maar niet willen sterven. (Spoiler: charisma is overschat. Lucky me!).
- Boekbespreking – Getting Unstuck. Over het plateau-effect: waarom we soms vastlopen, zelfs als we alles goed doen.
- Covid en geurverlies. Nog altijd onderschat: het effect van een verstoorde reukzin op veiligheid, concentratie en welzijn.
- Eindwerk: Arbeidswegongevallen met fiets en e-step. Eén op vijf ongevallen gebeurt onderweg. Tijd om preventie letterlijk in beweging te brengen.
Hieronder nog eens alle artikels, in chronologische volgorde.