
De discipline ergonomie en human factors (EHF) staat onder druk, zeggen onderzoekers De Winter en Eisma. Volgens hen is het tijd voor reflectie én heroriëntatie. Hun analyse is tegelijk ongemakkelijk en verhelderend: hoe toekomstbestendig is onze aanpak eigenlijk?
Wat is er aan de hand?
Ergonomie en human factors hebben decennialang bijgedragen aan veiligere, efficiëntere en mensgerichtere werkomgevingen. Maar volgens de Nederlandse onderzoekers De Winter en Eisma is het vakgebied de voeling met de praktijk aan het verliezen. In hun twee scherpe artikels in het tijdschrift Ergonomics stellen ze dat ergonomie:
-
vaak gebruik maakt van vage of tegenstrijdige termen, zoals workload of situation awareness;
-
nauwelijks impact heeft op industriële toepassingen, ondanks duizenden studies;
-
vastzit in verouderde onderzoeksmethoden, met weinig aansluiting bij nieuwe technologieën zoals AI;
-
weinig openheid kent rond data en replicatie, wat de geloofwaardigheid niet ten goede komt;
-
en steeds meer opgeslorpt wordt door andere disciplines, zoals data science en robotics.
Een stevige aanklacht dus. Maar geen paniek: het is ook een oproep tot vernieuwing.
Vijf pijnpunten die ons werkveld raken
1. Vage concepten ondergraven beleid
Wie ooit geprobeerd heeft werkbelasting te objectiveren, weet hoe snel je verstrikt geraakt in vragen als: gaat het over werkdruk, mentale belasting, inspanning, ervaren moeilijkheid? Ook populaire tools zoals de NASA TLX-vragenlijst blijken volgens de auteurs eerder een allegaartje te meten dan een eenduidig construct.
➡️ Hoe eenduidig zijn de begrippen die we zelf gebruiken in risicoanalyses of werkbaarheidsmetingen?
2. Kloof tussen onderzoek en praktijk
De Winter en Eisma stellen vast dat veel academisch onderzoek weinig doorsijpelt naar echte werkvloeren. Nieuwe technologieën zoals zelfrijdende auto’s worden ontwikkeld en gebruikt zonder dat ergonomische inzichten daarbij betrokken zijn. De reacties van chauffeurs op Tesla’s automatische systemen bleken zelfs vaak positiever dan verwacht: minder vermoeidheid, meer alertheid.
➡️ Betrek eindgebruikers eerder en vaker, ook bij psychosociale of ergonomische risicoanalyses.
3. Onderzoeksopzet als doel op zich
Veel studies dienen vooral om te publiceren, niet om iets op te lossen. Neem nu de honderden onderzoeken met rijsimulatoren: die blijven vaak hangen in eenzelfde, artificiële opzet, zonder echt antwoord te bieden op actuele vragen.
➡️ Zou een buitenstaander snappen wat we onderzoeken, waarom, en wat het oplevert?
4. Geen open data = geen vooruitgang
Zonder gedeelde data of code is er amper cumulatieve opbouw van kennis. Het gevolg? Iedereen blijft opnieuw het warm water uitvinden. Terwijl andere disciplines, zoals psychologie of computerwetenschappen, wél grote stappen zetten via open science.
➡️ Overweeg bij interne bevragingen of onderzoek samenwerking met hogescholen of universiteiten die open data-principes hanteren.
5. AI neemt het over — zonder ons
AI-modellen analyseren vandaag al tekst, beeld en gedrag met razendsnelle accuraatheid. En toch blijft EHF hangen in jaren 90-thema’s als “verlies van situation awareness”. De Winter en Eisma tonen zelfs hoe een vision-language AI klassieke evaluaties kan repliceren, zonder menselijke tussenkomst.
➡️ Hoe kunnen wij AI inzetten om veiligheid, werkbaarheid of welzijn te verbeteren – vóór iemand anders het doet?
Wat betekent dit voor preventie en HR?
De uitdaging is helder: als we relevant willen blijven in een wereld die razendsnel verandert, moeten we zelf ook durven veranderen. Enkele aanbevelingen:
-
Wees kritisch over je tools en taal. Gebruik ze niet omdat “we dat altijd al zo deden”, maar omdat ze iets zeggen over risico’s of noden.
-
Zoek de samenwerking op: met techniek, data-analyse, IT; en laat ergonomie geen eiland blijven.
-
Stimuleer praktijkgericht onderzoek binnen je organisatie. Geen “papers om de papers, maar studies met concrete impact.
-
Omarm technologie, maar niet blind. AI en automatisering kunnen ondersteuning bieden, maar vragen ook nieuwe vormen van toezicht, training en evaluatie.
Tot slot: tijd voor een rolherziening?
De Winter en Eisma eindigen met een gewaarschuwd mens is er twee waard. Als ergonomie en human factors hun plaats in het AI-tijdperk niet herdefiniëren, riskeren ze irrelevant te worden. Maar net in die constellatie ligt ook een kans: om opnieuw het verschil te maken — niet door nostalgisch vast te houden aan oude modellen, maar door ze te vertalen naar de wereld van morgen.
Wil je meer lezen? Het artikel “Ergonomics & Human factors: fade of a discipline” is terug te vinden via deze link. En het vervolgartikel “Ergonomics and human factors: still fading—and why we need to embrace the AI revolution” vind je hier terug.