
De Europese Commissie heeft met Verordening (EU) 2025/1090 een wijziging aangebracht in de REACH-verordening: twee veelgebruikte aprotische oplosmiddelen – N,N-dimethylaceetamide (DMAC) en 1-ethylpyrrolidine-2-on (NEP) – worden aan strengere beperkingen onderworpen wegens hun risico’s voor de voortplanting. De verordening gaat in vanaf 23 juni 2025. Vanaf 23 december 2026 mogen de stoffen niet meer worden geproduceerd, gebruikt of verkocht in concentraties vanaf 0,3%, tenzij aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Voor bepaalde toepassingen, zoals synthetische vezelproductie met DMAC, geldt een overgangsregeling tot 23 juni 2029.
Wat betekent dit concreet voor bedrijven, en meer specifiek: voor preventieadviseurs?
Waar worden DMAC en NEP in België gebruikt?
In België komen DMAC en NEP vooral voor in gespecialiseerde industriële toepassingen. DMAC wordt vaak ingezet bij de productie van farmaceutische producten en agrochemicaliën, met name als oplosmiddel bij de synthese van actieve stoffen. Daarnaast wordt het gebruikt in de kunststof- en textielsector, bijvoorbeeld bij de vervaardiging van synthetische vezels zoals polyaramiden en bij coatings voor elektrische bedrading. Ook in de verfindustrie duikt DMAC op, vooral in emaillakken die bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen.
NEP komt dan weer voor in reinigingsmiddelen voor technische installaties, in polymeerverwerking (bijvoorbeeld als verwerkingshulp bij PVC-productie), en in sommige gevallen ook in olie- en gasexploratie – al is dat in België eerder beperkt. Verder wordt NEP toegepast in waterzuiveringsinstallaties en in laboratoria, waar het dienstdoet als oplossingsmiddel of tussenproduct. Omdat het om zogenoemde “professional use only”-toepassingen gaat, zijn de risico’s sterk afhankelijk van het type proces en de mate van beheersing op de werkvloer.
Voor preventieadviseurs is het dus belangrijk om ook minder voor de hand liggende sectoren (zoals bouwchemie, elektronica of gespecialiseerde onderhoudsdiensten) niet uit het oog te verliezen bij risico-inventarisaties. Denk aan situaties waar “een beetje” nog steeds voldoende kan zijn om de drempel van 0,3% te overschrijden.
Waarom deze verstrenging?
DMAC en NEP blijken ook behoorlijk toxisch voor de voortplanting (= reprotoxisch). Beide stoffen zijn geclassificeerd als categorie 1B “voor de voortplanting giftig”. Denk: risico op vruchtbaarheidsstoornissen en schade aan het ongeboren kind.
De bestaande maatregelen bleken onvoldoende om de blootstelling van werknemers structureel te beperken. Na uitvoerig wetenschappelijk advies (waaronder van het ECHA Risk Assessment Committee en het SEAC) besloot de Commissie daarom tot een restrictie op Unieniveau, gekoppeld aan strikte grenswaarden: de zogenaamde DNEL’s (Derived No-Effect Levels).
Wat houdt de REACH-beperking in?
De nieuwe verordening stelt dat:
-
DMAC enkel nog mag worden gebruikt of verhandeld indien:
-
NEP enkel nog mag worden gebruikt of verhandeld indien:
Deze waarden moeten expliciet zijn opgenomen in het veiligheidsinformatieblad én vertaald in effectieve beheersmaatregelen op de werkvloer.
Deadlines en uitzonderingen
-
23 juni 2025: inwerkingtreding van de verordening.
-
23 december 2026: verbod op productie, gebruik en verkoop van deze stoffen (vanaf 0,3%) zonder DNEL-conforme maatregelen.
-
23 juni 2029: uitgestelde toepassing voor gebruik van DMAC bij de productie van synthetische of kunstmatige vezels.
Voor alle duidelijkheid: wie verder wil werken met deze stoffen, moet kunnen aantonen dat de blootstelling onder de DNEL’s blijft – op papier én in de praktijk.
Wat moet je als preventieadviseur doen?
-
Inventariseer het gebruik van DMAC en NEP binnen jouw organisatie of bij de klanten die je begeleidt. Kijk breder dan je zou denken: deze stoffen zitten ook in coatings, reinigingsmiddelen, waterzuiveringsproducten en industriële processen.
-
Vraag na of de blootstelling gemeten werd, en op welke manier. Worden de DNEL’s gerespecteerd? Is er sprake van een risico op huidopname of dampinhalatie?
-
Check het veiligheidsinformatieblad (SDS) van gebruikte producten. Zijn de DNEL’s daar al correct in opgenomen? En zo ja: zijn die afgeleid op basis van de meest recente inzichten?
-
Bespreek alternatieven. Kunnen deze stoffen vervangen worden? Zo niet: zijn er afdoende maatregelen voor ventilatie, afzuiging, persoonlijke beschermingsmiddelen en opleiding van werknemers?
-
Update het globaal preventieplan en het dynamisch risicobeheersingssysteem. Vergeet ook het opleidingsplan niet: werknemers die met deze stoffen (blijven) werken, moeten goed geïnformeerd en beschermd zijn.
Tot slot
Deze nieuwe REACH-beperking kan aanvoelen als alweer een extra regel om te slikken. Maar misschien is het net een kans: een gelegenheid om blootstellingen scherp te analyseren, processen te verbeteren en zo de gezondheid op de werkvloer écht centraal te zetten. Preventieadviseurs zijn niet alleen compliancewachters, maar ook bruggenbouwers tussen regelgeving en realiteit. En zoals zo vaak: wie voorbereid is, loopt voor.
De volledige tekst van Verordening (EU) 2025/1090 vind je via deze link.