
Een 26-jarige steigerbouwer was op een magazijndak in Keighley (West Yorkshire) bezig met het plaatsen van tijdelijke randbeveiliging toen hij op een lichtkoepel stapte en meer dan zes meter naar beneden viel, op een palletwagen en daarna op de betonvloer. Hij hield er een gebroken arm, een gebroken been en hoofdwonden aan over. De Britse arbeidsinspectie HSE beboette twee bouwbedrijven voor in totaal £79.300 omdat ze het werk niet hadden gepland, beheerd of opgevolgd. Pijnlijk detail: de man was net collectieve beveiliging tegen randval aan het aanbrengen, terwijl het fragiele oppervlak midden op datzelfde dak nergens in de planning zat.
De koepel was “bijna onzichtbaar”
Volgens het HSE-onderzoek waren de lichtkoepels nauwelijks te onderscheiden van de rest van het dak en wist de steigerbouwer niet dat er fragiele elementen aanwezig waren. Dat is geen uitzonderlijk detail. Vallen door fragiele oppervlakken (lichtkoepels, lichtstraten, asbestcement- of vezelplaten, verouderde dakplaten) vormen een vaste categorie in de dodelijke valongevallen in de bouw. Het gevaar zit net in de schijnbare normaliteit: een koepel die op gelijke hoogte met het dakvlak ligt, oogt als beloopbaar oppervlak tot het moment dat iemand er met zijn volle gewicht op stapt.
In België regelt Boek IV, Titel 5 van de codex over het welzijn op het werk de tijdelijke werkzaamheden op hoogte. Het uitgangspunt is een hiërarchie: eerst nagaan of het werk vanaf de grond of vanaf een veilige werkvloer kan, en pas daarna naar beschermingsmiddelen kijken. De HSE-richtlijn voor dakwerk hanteert dezelfde logica en zet de meest fundamentele vraag bovenaan: vermijd zo veel mogelijk dat iemand het fragiele dak überhaupt moet betreden.

De lichtkoepel. Van: HSE.
Randbeveiliging dekt de rand, niet het midden
Boven twee meter zijn collectieve beschermingsmiddelen verplicht, met persoonlijke bescherming als terugvaloptie wanneer collectief technisch niet kan. Maar een risicoanalyse die alleen de dakrand in beeld brengt, laat het binnenvlak ongedekt. Precies dat ging hier mis. De randbeveiliging die werd geïnstalleerd, was bedoeld tegen vallen langs de rand; ze deed niets tegen het doorzakken in het midden van het dak.
Voor een preventieadviseur is dat de bruikbaarste les uit deze zaak. Een dakwerkanalyse die fragiele elementen niet apart inventariseert (waar liggen de koepels, welke draagkracht hebben de platen, zijn ze gemarkeerd of afgedekt), beschermt tegen één valmechanisme en negeert een ander dat even dodelijk is.
Wie het werk uitbesteedt, blijft mee verantwoordelijk
De beboete bedrijven faalden volgens HSE niet in de uitvoering door de steigerbouwer zelf, maar in het plannen, organiseren en opvolgen van het werk. In de Belgische context valt dat samen met twee kaders die preventieadviseurs dagelijks hanteren. Het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen legt de coördinatie van gelijktijdige of opeenvolgende werken bij een coördinator en verplicht tot afspraken vóór de start. De Wet Werken met Derden legt het initiatief bij de opdrachtgever: die moet de aannemer informeren over de risico’s eigen aan de werkplek, een onthaal organiseren en zich ervan vergewissen dat de uitvoerders gepast zijn opgeleid.
Een ploeg die een dak betreedt zonder informatie over de ligging en draagkracht van de koepels, is geïnformeerd over de verkeerde dingen. De risico’s “eigen aan de plek” omvatten net die onzichtbare zwakke punten die de aannemer onmogelijk zelf kan kennen.

Twee medewerkers komen de gevallen dakwerker hulp bieden. Van: HSE.
Reflectievragen voor de eigen organisatie
- Inventariseren de dakwerkanalyses de fragiele oppervlakken afzonderlijk, met hun ligging en draagkracht, of stopt de analyse bij de dakrand?
- Krijgen aannemers die op onze daken werken die informatie effectief mee in het onthaal, of blijft het bij een algemene veiligheidsfiche?
- Wordt vooraf getoetst of de gekozen beschermingsmaatregel het juiste valmechanisme afdekt, of wordt erop vertrouwd dat randbeveiliging “het dak” beveiligt?
Aanbevelingen
- Maak een dakplan met fragiele elementen. Markeer koepels, lichtstraten en zwakke dakdelen op een plan dat bij elke dakopdracht wordt meegegeven, en herhaal de markering fysiek op het dak waar mogelijk (afdekking, omkasting, leuning rond de koepel).
- Pas de hiërarchie expliciet toe in de RA. Begin elke dakwerkanalyse met de vraag of toegang vermijdbaar is, en documenteer waarom collectieve bescherming wel of niet volstaat per zone.
- Koppel het onthaal van aannemers aan plaatsspecifieke risico’s. Neem de fragiele oppervlakken op in de informatie die je als opdrachtgever bezorgt, en laat de aannemer bevestigen dat zijn ploeg ervan op de hoogte is.
- Plan de opvolging, niet alleen de start. Leg vast wie tijdens de werken controleert of de afgesproken maatregelen ook effectief op het dak aanwezig blijven.
Tot slot
De steigerbouwer overleefde een val die HSE als volledig vermijdbaar omschreef. De faalketen die eraan voorafging (een dakwerkanalyse die de rand zag maar niet het midden, en een coördinatie die de plaatsspecifieke risico’s niet doorgaf) is herkenbaar voor wie dakwerk of aannemerswerk opvolgt. De vraag voor de eigen organisatie is concreet: weet de volgende ploeg die ons dak betreedt waar de koepels liggen, en staat dat ergens zwart op wit?