Artikel

Rijden voor het werk: tussen concentratie, angst en beleid

Wie regelmatig de baan op moet voor het werk, rijdt niet enkel tegen de klok; ook tegen de eigen afleiding en bezorgdheid in. Volgens een recente Amerikaanse survey van verzekeraar Nationwide voelt één op de vijf beroepschauffeurs zich vaak afgeleid achter het stuur. En liefst zeven op de tien maken zich zorgen over een verkeersongeval dat hen of hun werkgever schade zou berokkenen.

Die cijfers klinken veraf, maar zijn symptomatisch voor een bredere realiteit: ook bij ons nemen mentale belasting, werkdruk en digitale afleiding toe, ook tijdens het rijden.

De grootste afleider zit in de houder

De meest genoemde bron van afleiding? Het navigatiesysteem (55%), gevolgd door werkgerelateerde berichten (52%) en het gebruik van de gsm (47%). Opvallend: meer dan de helft van de bestuurders neemt nog steeds telefoongesprekken aan tijdens het rijden, vaak op vraag van de werkgever of klant.

Het is het klassieke spanningsveld tussen productiviteit en veiligheid. “Even snel bellen tijdens het rijden” lijkt efficiënt, maar verhoogt objectief het risico op fouten, zelfs met een handsfree systeem. De meeste chauffeurs wéten dat, maar het werkritme en de verwachtingen trekken harder dan het gezond verstand.

Belangrijkste redenen voor afleiding tijdens het rijden. Van: Survey Nationwide 2025.

Angst als constante passagier

Maar afleiding is niet het enige probleem. Zeven op tien bestuurders geven aan dat ze angst ervaren: voor ongevallen, voor persoonlijke aansprakelijkheid, of voor de reputatieschade die een crash hun werkgever kan bezorgen. Die bezorgdheid is niet irrationeel. In het voorbije jaar was 59% van de bestuurders betrokken bij of getuige van een ongeval, een stijging met 11 procentpunten tegenover 2024.

Voor werkgevers roept dit vragen op: hoe ga je om met medewerkers die dagelijks rijden onder druk van deadlines, GPS-commando’s en telefonische bereikbaarheid? Hoe bewaak je hun mentale rust en focus?

Betrokken bij of getuige van een auto-ongeluk in de afgelopen 12 maanden. Van: Survey Nationwide 2025.

Beleid helpt, maar cultuur doet het werk

Bedrijven doen hun best: 68% hanteert een “handsfree”-beleid en 84% installeerde dashcams in hun voertuigen. Ook AI-gestuurde camera’s, die afleiding detecteren, winnen terrein (wat dan wel weer andere vragen oproept, zoals over privacy). Toch blijft één conclusie overeind: beleid alleen volstaat niet.

Zoals Nationwide zelf stelt: “Policy alone isn’t enough – consistent driver engagement and training is crucial.”

Dat is een les die verder reikt dan de transportsector. Ook bij werknemers die slechts af en toe rijden (zoals techniciens, vertegenwoordigers, zorgkundigen, of preventieadviseurs zelf 😉) is gedragsbewustzijn belangrijker dan reglementen. Een herhalingstraining, een eerlijke bespreking van incidenten of het tonen van dashcambeelden kan meer impact hebben dan een PowerPoint over “veilig rijgedrag”.

Wat werkgevers kunnen doen

  1. Integreer rijgedrag in welzijnsbeleid. Rijden is werk. Wie onderweg is, verdient dezelfde aandacht voor risicoanalyse, vermoeidheid en stressmanagement als iemand aan de werkpost.

  2. Beperk digitale druk. Bespreek met leidinggevenden en klanten dat chauffeurs niet geacht worden te antwoorden tijdens het rijden; zelfs niet handsfree.

  3. Gebruik data verantwoord. Dashcams en monitoring kunnen waardevolle inzichten geven, maar vereisen transparantie en vertrouwen. Gebruik beelden voor leren, niet voor straffen.

  4. Koppel aan re-integratie en verzuimpreventie. Ongevallen en bijna-ongevallen zijn vaak signalen van te hoge mentale belasting of organisatorische stress.

Tot slot

Wie beroepshalve rijdt, doet meer dan sturen: die balanceert continu tussen concentratie, tijdsdruk en verantwoordelijkheid. Technologie kan helpen, maar geen mens vervangen. De echte veiligheid schuilt niet in het dashboard, maar in de cultuur erachter.