
Wie onderweg is voor het werk, bevindt zich vaak in de meest risicovolle “werkplek” die er bestaat: de openbare weg. Toch blijven werkgerelateerde verkeersongevallen opvallend onderbelicht in zowel het verkeersveiligheidsbeleid als het klassieke welzijnsbeleid. Dat is geen detailprobleem. Het is een structurele blinde vlek, met zware menselijke én organisatorische gevolgen. Dat stelt de European Transport Safety Council (ETSC) in een nieuw rapport.
Een aanzienlijk deel van de dodelijke verkeersongevallen in Europa houdt verband met werk of woon-werkverkeer, maar wordt zelden als dusdanig erkend of beheerd. Wie werkgerelateerde verkeersrisico’s niet expliciet meeneemt in het preventiebeleid, laat dan ook een van de grootste vermijdbare risico’s ongemoeid.
Veel slachtoffers, weinig zicht
Volgens het ETSC-rapport vertegenwoordigen werkgerelateerde verkeersongevallen in sommige landen tot 40% van alle verkeersdoden. In Frankrijk gaat het zelfs om meer dan vier op de tien dodelijke slachtoffers. Ook in landen als Ierland, Italië, Duitsland en België gaat het om een niet te verwaarlozen aandeel. Uit een studie van Assuralia, een vereniging van verzekeringsmaatschappijen, blijkt dat van de 119.335 arbeidsongevallen die zich in 2024 in België hebben voorgedaan, er 23.991 (20,1%) plaatsvonden op de weg, op weg naar of van het werk.
Die cijfers zijn waarschijnlijk nog een onderschatting. De redenen zijn bekend, maar daarom niet minder problematisch. Er bestaat geen eenduidige Europese definitie van een werkgerelateerd verkeersongeval binnen het verkeersveiligheidsdomein. Gegevens worden versnipperd verzameld door politie, werkgevers, verzekeraars en arbeidsongevalleninstanties, zonder systematische koppeling. Wat niet als werkgerelateerd wordt geregistreerd, verdwijnt uit beeld, en dus ook uit het preventiebeleid.

Aandeel (%) per groep weggebruikers van dodelijke wegwerkongevallen waarbij beroepschauffeurs betrokken waren. Van: Rapport ETSC, p. 26.
Wie loopt risico?
Werkgerelateerde verkeersrisico’s beperken zich niet tot “de chauffeur met een logo op de bestelwagen”. Het rapport onderscheidt meerdere groepen: professionele bestuurders, werknemers die zich verplaatsen voor het werk zonder dat rijden hun kernactiviteit is, personen die op of langs de weg werken, pendelaars en zelfs derden die betrokken raken bij ongevallen met deze groepen.
Voor veel werknemers is het woon-werkverkeer statistisch gezien het gevaarlijkste deel van de werkdag. Toch valt dit in veel landen buiten de formele verantwoordelijkheid van de werkgever. Juridisch misschien verdedigbaar, preventief moeilijk uit te leggen.
Twee werelden, één probleem
Werkgerelateerde verkeersveiligheid zit vandaag klem tussen twee beleidswerelden. In het welzijnsbeleid geldt het principe dat alle risico’s die voortvloeien uit het werk beheerst moeten worden. In het verkeersveiligheidsbeleid wordt het “doel van de verplaatsing” vaak niet eens geregistreerd.
Het gevolg is een paradox: ongevallen die plaatsvinden tijdens het uitvoeren van het werk worden behandeld alsof ze losstaan van werkorganisatie, tijdsdruk, planning, voertuigkeuze of opleiding. Nochtans zijn dat net de factoren waar werkgevers wél vat op hebben.
De kost van niets doen (en de winst van preventie)
Naast het menselijke leed zijn er ook harde economische gevolgen. Werkgerelateerde verkeersongevallen leiden tot productiviteitsverlies, verzuim, schadeclaims, reputatierisico’s en stijgende verzekeringskosten. Verschillende landen tonen aan dat investeren in preventie loont, niet alleen ethisch maar ook financieel.
Het rapport beschrijft onder meer hoe werkgevers met gerichte risicoanalyse, veilige fleetkeuzes, opleiding en data-analyse zowel ongevallen als kosten kunnen reduceren. Preventie is hier geen kostenpost, maar risicobeheer in de meest letterlijke zin.

Landen met of zonder wet die alcoholsloten verplicht stelt in specifieke voertuigen. Van: Rapport ETSC, p. 45.
Wat betekent dit voor preventieadviseurs en HR?
Voor wie bezig is met welzijn op het werk, is de boodschap helder: verkeer hoort thuis in de risicoanalyse. Niet als randthema, maar als volwaardig onderdeel van het preventiebeleid.
Concreet betekent dit onder meer dat organisaties werkgerelateerde verplaatsingen expliciet in kaart brengen, verkeersrisico’s opnemen in de risico-inventarisatie, aandacht hebben voor werkdruk, vermoeidheid en afleiding, en bewuste keuzes maken rond voertuigen en mobiliteitsbeleid. Internationale standaarden zoals ISO 39001 bieden daarbij een bruikbaar kader.
Voor HR ligt er bovendien een rol in beleid en cultuur: realistische planningen, aandacht voor veilig pendelen, flexibele werktijden en duidelijke verwachtingen rond bereikbaarheid en multitasking onderweg. Wie verwacht dat medewerkers “nog snel een call doen in de wagen”, organiseert risico.
Reflectie: wanneer wordt verkeer een werkplek?
Een ongemakkelijke maar nuttige vraag is deze: beschouwen we de weg echt als een werkplek? Zolang het antwoord aarzelend blijft, zullen werkgerelateerde verkeersongevallen vooral “pech” heten, in plaats van wat ze vaak zijn: voorspelbare en vermijdbare risico’s.
Werkgerelateerde verkeersveiligheid is geen niche, maar een kernonderdeel van modern preventiebeleid. Wie de ambitie heeft om richting Vision Zero te gaan, zal ook buiten de fabriekspoort en het kantoorgebouw moeten kijken. De meeste werknemers doen dat elke dag al; onderweg naar het werk.