Artikel

Corporate bullshit is meetbaar: en wie er gevoelig voor is, neemt slechtere beslissingen

Medewerkers die onder de indruk zijn van zinnen als “synergistic thought leadership” of “adaptive coherence frameworks” presteren aantoonbaar slechter op werkgerelateerde beslissingstaken. Dat is de kern van een nieuwe studie, gepubliceerd in Personality and Individual Differences. De onderzoeker Shane Littrell ontwikkelde daarvoor de Corporate Bullshit Receptivity Scale (CBSR): een gevalideerde meetschaal die in kaart brengt in welke mate iemand gevoelig is voor indrukwekkend klinkende maar betekenisloze organisatietaal.


Jargon is niet hetzelfde als bullshit

Een eerste nuttige precisering in het onderzoek is het onderscheid tussen vakjargon en corporate bullshit. Vakjargon (denk aan termen als “psychosociale risicoanalyse” of “arbeidspotentieel”) faciliteert communicatie binnen een beroepsgroep. Het veronderstelt gedeelde kennis en kan de efficiëntie verhogen. Corporate bullshit werkt anders: het gebruikt abstracte buzzwords op een functioneel misleidende manier. Zinnen klinken indrukwekkend maar zeggen inhoudelijk niets.

Littrell liet meer dan duizend kantoormedewerkers computergegenereerde onzinzinnen beoordelen, afgewisseld met echte uitspraken van Fortune 500-leiders. De mate waarin iemand die onzinzinnen als “business savvy” beoordeelde, werd de kern van de CBSR-score.


Wie erin trapt, ziet de leidinggevende als visionair; maar presteert slechter

Deelnemers met hogere CBSR-scores gaven hun leidinggevenden significant hogere scores op “transformationeel leiderschap” en “inspirerende visie”. Tegelijk scoorden ze lager op analytisch denken, cognitieve reflectie en vloeibaarheid van intelligentie. Het meest opvallende resultaat: bij een gestandaardiseerde werkgerelateerde beslissingstaak (Situational Judgment Test) was gevoeligheid voor corporate bullshit de enige significante negatieve voorspeller van prestatie, ook wanneer gecorrigeerd werd voor andere variabelen. Meer gevoeligheid voor inhoudsloze managementtaal correleert dus niet alleen met minder kritisch denken in het algemeen, het vertoont een directe negatieve samenhang met de kwaliteit van werkbeslissingen.

Daar bovenop geldt: wie meer gevoelig is voor corporate bullshit, verspreidt het ook vaker. De schaal correleert positief met persuasive bullshitting frequency, de neiging om anderen te overtuigen via overdrijving en indrukwekkende maar inhoudelijk vage taal. Een negatieve feedbacklus die zichzelf in stand houdt.

Correlaties tussen de gevoeligheid voor corporate bullshit en analytische denkstijlen. Van: Littrell et al.


Gedeelde blindheid: organisaties die bullshit normaliseren, verliezen zelfcorrectievermogen

Het onderzoek legt een structureel risico bloot dat verder gaat dan individuele gevoeligheid. In organisaties waar vage taal de norm is, worden medewerkers die er gevoeliger voor zijn, ook meer aangetrokken tot leidinggevenden die er gebruik van maken. Die leidinggevenden worden in hun gedrag bevestigd en versterkt. Littrell beschrijft dit als een “clogged toilet of inefficiency”: de stroom loopt niet door inzicht, maar raakt verstopt door retoriek.

Een bijkomend paradoxaal resultaat: medewerkers die aangaven dat hun organisatie doordrenkt is van bullshit (gemeten via de Organizational Bullshit Perception Scale), bleken zelf ook vaker bullshit te verspreiden. Wie in een bullshit-cultuur werkt, adapteert zich er mogelijks aan; of draagt er actief aan bij omdat de omgeving dat beloont.


Wat kunnen werkgevers hiermee?

Het onderzoek heeft directe toepassingsmogelijkheden, al wijst Littrell er zelf op dat verdere validatie nodig is voor gebruik bij selectie of promotie. Enkele werkbare lijnen:

  • Communicatiebeleid als kwaliteitsindicator. Organisaties die helder, concreet en inhoudelijk communiceren (ook in missiestatements, functiebeschrijvingen en leiderschapscommunicatie) bieden een betere omgeving voor analytisch denken. Dat is geen esthetische keuze, maar een functionele.
  • Kritisch denken als competentie benoemen en trainen. Analytisch denken, conflictdetectie en cognitieve reflectie zijn meetbaar en trainbaar. Ze vormen een tegenwicht tegen de aantrekkingskracht van indrukwekkende maar lege taal.
  • Cultuurdiagnose. Komt in jullie organisatie veel vage taal voor in vergaderingen, presentaties of beleidsdocumenten? Dan is dat een signaal om te verkennen, niet te negeren. Het onderzoek suggereert dat een hoge dichtheid aan corporate bullshit samenhangt met slechtere beslissingsprocessen op organisatieniveau.
  • Leiderschapsontwikkeling bijsturen. Wie leidinggevenden traint in helder en concreet communiceren, investeert tegelijk in de kwaliteit van de beslissingen die hun teams nemen. Transformationeel leiderschap gaat over heldere richting geven, niet over indrukwekkend klinken.

Een nuance: gevoeligheid is contextgebonden

Littrell wijst ook op beperkingen. Het onderzoek is gebaseerd op Westerse, Engelstalige respondenten en de vertaling naar andere contexten vraagt voorzichtigheid. Bovendien geldt: gevoeligheid voor corporate bullshit hangt samen met de situatie. Wie vertrouwd is met een bepaalde sector of taalregister, filtert automatisch anders. De CBSR meet dus een tendens, geen absoluut gegeven.

Dat sluit aan bij eerder onderzoek dat aantoont dat mensen in autoriteitsposities significante invloed uitoefenen op hoe bullshit geëvalueerd wordt. Een CEO die dezelfde lege zin uitspreekt als een stagiair, wordt anders beoordeeld. Gevaar schuilt dus niet alleen in individuele gevoeligheid, maar ook in hoe organisatiecultuur en hiërarchie die gevoeligheid versterken.


Tot slot

Het onderzoek van Littrell biedt een empirisch onderbouwde basis voor iets wat velen intuïtief aanvoelden. Vage managementtaal is niet onschuldig. Ze correleert met verslechtering van beslissingskwaliteit, en ze verspreidt zichzelf door de feedbacklussen die ze zelf creëert.

Voor wie betrokken is bij leiderschapsontwikkeling, werving of organisatiecultuur is de moraal van het verhaal: beoordeel communicatie niet op hoe indrukwekkend ze klinkt, maar op hoeveel ze zegt. En kijk kritisch naar het taalgebruik dat de eigen organisatie beloont.

Of, om het in de taal van het onderzoeksobject te zeggen: “Door onze synergistische thought leadership te actualiseren en onze adaptive coherence te downloaden, zullen we de beslissingsarchitectuur van de toekomst disrupten.” U weet nu wat dat waard is.