Wie buiten het werk ziek werd door asbest, zal straks een vergoeding van het Asbestfonds kunnen combineren met een rechtszaak tegen wie de schade veroorzaakte, zo rapporteert de Artsenkrant. Het wetsontwerp beperkt die aansprakelijkheid niet tot producenten of verwerkers van asbest. Het spreekt van “de derde die verantwoordelijk is voor de schade” en laat de invulling aan de rechter. Voor organisaties met asbest in hun geschiedenis of hun gebouwen wordt blootstelling van buren en bezoekers zo een mogelijk aansprakelijkheidsrisico.
De regering mikt op een stemming vóór eind 2026
Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke lichtte het ontwerp op 22 september toe in de Kamercommissie Sociale Zaken. De federale regering bereikte op 12 juni een akkoord over de hervorming. Het advies van de Raad van State kan nog tot aanpassingen leiden. Daarna volgen verdere bespreking binnen de regering en de indiening in de Kamer. Een precieze timing gaf de minister niet. Tot de stemming blijft de huidige regeling van kracht.
Lees ook: Asbestbedrijven verliezen immuniteit, maar alleen tegenover omwonenden
Vandaag moet een omgevingsslachtoffer kiezen tussen het fonds en de rechter
Het Asbestfonds vergoedt ook mensen die niet via hun beroep aan asbest werden blootgesteld. Wie die vergoeding aanvaardt, verliest vandaag het recht om de verantwoordelijke voor de rechter te dagen. Het gaat om omwonenden van asbestfabrieken, kinderen die op afvalbergen speelden en partners die jarenlang stoffige werkkledij wasten. Volgens slachtoffervereniging Abeva vormen zij ongeveer een derde van de erkenningen door het fonds, en dat aandeel stijgt. Eerdere pogingen om die keuze af te schaffen, zoals het wetsvoorstel van Valerie Van Peel uit 2019, haalden de eindmeet niet.
Lees ook: Asbestfonds - wetsontwerp voor afschaffen van de immuniteit voor derden
Wie de verantwoordelijke derde is, bepaalt de rechter per dossier
Het ontwerp verwijst naar de gewone burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Een slachtoffer zal dus moeten aantonen dat een fout van een bepaalde partij tot de blootstelling leidde. De voormalige asbestindustrie ligt voor de hand. De tekst sluit andere partijen echter niet uit. Denk aan een bedrijf dat asbesthoudend afval stortte op een terrein naast woningen. Of aan de eigenaar van een gebouw waar asbest zonder afscherming werd verwijderd. Of ook een werkgever aangesproken kan worden door de partner van een medewerker die asbeststof mee naar huis bracht, is voorlopig een open vraag.
Voor de eigen medewerkers verandert er weinig. Zij blijven onder de vergoeding voor beroepsziekten via Fedris vallen. De werkgever behoudt tegenover hen de burgerlijke immuniteit, tenzij het slachtoffer een opzettelijke fout aantoont. Vandenbroucke noemde die immuniteit een deel van het historische sociale compromis achter de vergoeding van beroepsrisico’s. Kamerleden Sarah Schlitz (Ecolo) en Ellen Samyn (Vlaams Belang) stelden daar vragen bij, dus dit punt kan tijdens de parlementaire behandeling terugkomen.
Het kostenplaatje voor veroordeelde partijen is nog onbekend
Wie definitief veroordeeld wordt voor asbestschade, betaalt bovenop de schadevergoeding een burgerlijke boete aan het fonds. Hoe die boete berekend wordt en hoeveel ze moet opbrengen, kon de minister niet zeggen. Voor een organisatie gaat het dus om een risico waarvan de omvang vandaag niet te begroten valt. Daar komt de latentietijd bij: mesothelioom verschijnt vaak pas dertig tot veertig jaar na de blootstelling. Een asbestsanering die vandaag slordig verloopt, kan zo leiden tot een claim rond 2060, lang nadat wie ze besliste vertrokken is.
Lees ook: Dalende mesothelioomcijfers (asbest): Wat preventieadviseurs moeten weten
Vier beslissingen die op directieniveau thuishoren
De hervorming legt organisaties geen nieuwe verplichtingen op. Ze verhoogt wel wat een onvolledig dossier later kan kosten. Dat maakt de volgende keuzes tot een zaak van de directie:
- Historiek. Laat nagaan of de organisatie, of een entiteit die ze overnam, ooit asbest verwerkte, opsloeg of stortte op sites nabij woningen. Bij toekomstige overnames hoort die vraag in het due-diligenceonderzoek.
- Werken in eigen gebouwen. Leg bij elke asbestverwijdering contractueel vast hoe de omgeving wordt afgeschermd en hoe het afval wordt afgevoerd. Bewaar die documentatie tientallen jaren, in lijn met de latentietijd van de ziekte.
- Verzekering. Vraag de verzekeraar schriftelijk of de polis burgerrechtelijke aansprakelijkheid asbestschade aan derden dekt, en met welke uitsluitingen.
- Risicoregister. Neem asbest op als aansprakelijkheidsrisico in het risicoregister van de organisatie, naast de bestaande opvolging binnen het welzijnsbeleid.

Wie documenteert, kan de vraag van de rechter later beantwoorden
De hervorming brengt asbestblootstelling buiten de werkvloer voor de rechter, tegen wie ook verantwoordelijk blijkt. Hoe breed dat begrip wordt, zal de rechtspraak de komende jaren invullen. Organisaties die hun asbesthistoriek en saneringsdossiers nu op orde brengen, kunnen die vraag straks met documenten beantwoorden.
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.