Een arbeider werd meegesleurd tussen twee spijlen van een transportband en liep een dubbele open fractuur op. Tegen de zaakvoerder van de vennootschap is een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden geëist, tegen de bvba een geldboete van 40.000 euro.
Wat is er gebeurd
Op woensdag 8 september 2021 omstreeks 12.30 uur deed zich een arbeidsongeval voor bij Agrophil (deel van Group Op De Beeck), een bedrijf in Philippeville dat dierenvoeders produceert.
Een arbeider klom op een machine die al acht jaar in gebruik was. De transportband om materialen te mengen bewoog abnormaal traag. De arbeider merkte een opstopping op en wilde die met zijn voet losmaken. Hierbij kwam hij klem te zitten tussen twee spijlen van de transportband. Hij werd enkele meters meegesleurd met een beknelde enkel. Met het hoofd naar beneden riep hij om hulp. Een collega kwam hem ondersteunen in afwachting van de aankomst van de hulpdiensten.
Het slachtoffer liep een dubbele open fractuur op waardoor hij enkele weken in het ziekenhuis moest worden opgenomen en meer dan vier maanden arbeidsongeschikt was. De werknemer ging geleidelijk weer aan het werk.
Analyse van het ongeval
Na het ongeval kwam de controle van het welzijn op het werk ter plaatse. Uit onderzoek bleek dat er een berg voedselresten op de grond was gestrooid en dat de arbeider door hierop te klimmen op de lopende band is kunnen komen. Ook de noodstopknop was onbereikbaar ten tijde van de controle.
Naast deze problemen werden ter plaatse overige tekortkomingen vastgesteld: de ladder die naar de mengtank leidde was kapot, het gebouw was vuil en bouwvallig, de elektrische installatie was niet conform, ramen waren gebroken, er groeide klimop in het gebouw, en in de werkplaats was er een duidelijk vochtprobleem.
Wet- en regelgeving
In vele industriële installaties, zoals transportbanden in de voedingsnijverheid, de metaalsector, de bouwsector en assemblagebedrijven, doen zich verstoppingen voor. De algemene regel is dat er geen onderhoudswerkzaamheden of handelingen om verstoppingen op te lossen mogen gebeuren aan draaiende machines; dit staat ook zo vermeld in punt 3.13 van bijlage IV.2-2. Titel 2 van Boek IV over arbeidsmiddelen beschrijft in bijlage IV.2-2 onder punt 3 de algemene minimumvoorschriften voor de arbeidsmiddelen. Concreet staat beschreven dat onderhoudswerkzaamheden moeten kunnen plaatsvinden wanneer het arbeidsmiddel uitgeschakeld is. Indien dat niet mogelijk is, moeten er passende beveiligingsmaatregelen voor het verrichten van deze werkzaamheden worden genomen of moeten de werkzaamheden buiten de gevaarlijke zones kunnen plaatsvinden. Terwijl de werktuigen of toestellen in beweging zijn, is het verboden ze te reinigen of te herstellen.
Deze instructie werd hier duidelijk niet gevolgd.
Onder 3.3. staat vermeld dat elk arbeidsmiddel voorzien moet zijn van een bedieningssysteem waarmee het op veilige wijze binnen de kortst mogelijke tijd volledig kan worden stopgezet, en dat die moet geplaatst zijn binnen handbereik van de bediener.
Zoals uit de analyse van het ongeval bleek, was ook dit niet in orde: de noodstopknop was niet binnen handbereik.
Wanneer bij bewegende delen van een arbeidsmiddel het risico bestaat van mechanisch contact waardoor zich ongelukken zouden kunnen voordoen, moeten zij volgens punt 3.8 uitgerust zijn met schermen of inrichtingen waarmee de toegang tot de gevaarlijke zones wordt verhinderd of de bewegingen van gevaarlijke delen worden stilgezet voordat de gevaarlijke zones worden bereikt. De schermen en beveiligingsinrichtingen:
- moeten stevig zijn uitgevoerd;
- mogen geen bijkomende gevaren met zich brengen;
- mogen niet op eenvoudige wijze omzeild of buiten werking kunnen worden gesteld;
- moeten voldoende ver van de gevaarlijke zone verwijderd zijn;
- moeten het zicht op het verloop van het werk zo min mogelijk belemmeren;
- moeten de noodzakelijke handelingen voor het aanbrengen of de vervanging van de delen alsmede voor de verzorgingswerkzaamheden mogelijk maken, waarbij de toegang wordt beperkt tot de sector waar het werk moet worden verricht en, zo mogelijk, demontage van het scherm of de beveiligingsinrichting niet nodig is.
Ook dat was hier niet conform.
De leden van de hiërarchische lijn moeten volgens artikel I.2-11, 3° een effectieve controle uitoefenen op de arbeidsmiddelen, de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen en de gebruikte stoffen en mengsels, teneinde onregelmatigheden vast te stellen en maatregelen te nemen om hieraan een einde te maken. Aangezien de werknemer een berg voedselresten op de grond heeft kunnen strooien om hoog genoeg te raken (!), was hier duidelijk sprake van geen of onvoldoende toezicht.
Aanbevelingen
In het bedrijf Agrophil werd de machine bijna een jaar lang uit dienst genomen om aanpassingen te voorzien. De noodknop werd verplaatst en op strategische plaatsen zijn vangrails geplaatst. Zoiets had uiteraard al bij de indienststelling van de machine moeten gebeuren.
Terwijl de machine in beweging zijn, mag die ook niet hersteld worden; dit omvat ook het oplossen van een opstopping. Als een technische oplossing niet mogelijk is om de machine op automatische wijze te laten stilvallen bij het betreden van een gevaarlijke zone, dan zijn maatregelen zoals de noodstopknop en vangrails aangewezen, evenals werkinstructies voor de werknemers die ook opgevolgd en gemonitord worden.
Gerechtelijk staartje
De gedelegeerd bestuurder van de vennootschap en de BVBA worden aangeklaagd voor onder meer onvrijwillige slagen en verwondingen. De advocaten van de beklaagden betwisten de verantwoordelijkheid.
Ze geven aan dat het bedrijf een beroep doet op een externe preventiedienst en menen dat die in het kader van dit ongeval hun werk niet naar behoren heeft gedaan. Naast de afwezigheid van deze “hoofdrolspeler” in de zaak, betreuren de twee advocaten ook de afwezigheid voor de rechtbank van de ontwerper van de machine, die de machine heeft aangepast aan de behoeften van de onderneming. Deze aldus aangepaste machine heeft desondanks een CE-certificaat meegekregen.
De arbeidsauditor is van mening dat het uitvoeren van een risicoanalyse wel degelijk de verantwoordelijkheid van de werkgever is. Van het bedrijf wordt een boete van 40.000 euro geëist. Van de gedelegeerd bestuurder wordt een boete van 8.000 euro gevorderd en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden.
De advocaten van de beklaagden eisen de vrijspraak. Het vonnis valt op 22 februari a.s.
Bron
L’Avenir Philippeville: jambe happée dans une machine, tête en bas, l’ouvrier a appelé lui-même les secours