Uncategorized

Zieke werknemers terug aan het werk: laaghangend fruit?


Zieke werknemers terug aan het werk: laaghangend fruit?

Created on 2020-02-21 10:26

Published on 2020-02-21 10:37

De Vlaamse regering wil de komende 5 jaar 120.000 extra mensen aan het werk. Een van de vier pijlers van dit project is het reactiveren van zieke werknemers. Een enorm potentieel, zo stelde een recent onderzoeksrapport nog, want één op de drie langdurig zieke werknemers kan én wil werken. Toch enkele kanttekeningen hierbij in onderstaand opiniestuk, eerder verschenen in de PreventActua 03/2020.

Geen wondermiddel

In 2014 had de toen kersverse minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Maggie De Block het al over dat onbenutte potentieel. Meer dan 300.000 langdurig zieke werknemers, 50% meer dan rond de eeuwwisseling. “What goes up, must come down”, dacht Maggie, en ze voorspelde een besparing van meer dan 300 miljoen euro via re-integratietrajecten. Deze zouden de massa werkwillige zieken begeleiden bij een succesvolle terugkeer naar de arbeidsmarkt.

Twee volwaardige koninklijke besluiten en een vijftal ministeriële wetteksten later lijkt de verdere stijging enigszins afgeblokt, maar met recente cijfers van meer dan 415.000 langdurig zieken kun je moeilijk van een echte trendbreuk spreken. Wat is er dan precies misgelopen?

Oude wijn in nieuwe zakken

Waarom zijn de arbeidsartsen zieke werknemers niet meer gaan begeleiden naar een werkhervatting via re-integratietrajecten?

Oude wijn in nieuwe zakken, is het antwoord. Werknemers werden al lang via de werkhervattingsonderzoeken, en in toenemende mate via de bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting, aangemoedigd om te re-integreren bij de huidige werkgever – al was het maar deeltijds of met tijdelijk of definitief aangepast of ander werk. Of, medische overmacht werd door de arbeidsarts ingeroepen via een briefje van de huisarts met ‘definitief ongeschikt’ erop.

Door dit alles te formaliseren zonder bijkomende incentives, ga je geen wijziging in de hand werken.

Moeilijke inschatting

Nieuw in de wetgeving was wel dat ook de werkgever een dergelijk traject kan opstarten wanneer de werknemer minstens vier maanden in ziekteverlof is. Dit is ook in de wettekst opgenomen op uitdrukkelijke vraag van de werkgeversorganisaties. Magazijnier Jan Janssen is al jaren in ziekteverlof. Gaat hij überhaupt ooit nog terugkomen? De werkgever wilt het weten en roept de werknemer op voor een evaluatie.

Maar deze inschatting is eigenlijk al sinds vanouds de taak van de adviserend arts van de mutualiteit. Deze moet evalueren of de werknemer nog 66% arbeidsongeschikt is. Misschien is aangepast of ander werk haalbaar? Eens vragen wat de mogelijkheden zijn bij de huidige werkgever, of anders op de algemene arbeidsmarkt. Waarom doen de adviserend artsen zo’n evaluatie dan niet?

Wel, het is niet altijd eenvoudig om een dergelijke inschatting te maken, zeker niet wanneer je kampt met een personeelstekort en te maken krijgt met uitgebreide attestaties van je collega’s uit de curatieve sector die aangeven dat de werknemer onmogelijk welk werk dan ook kan uitvoeren. En dus is het gemakkelijker om al dat werk, en dan misschien nog een beroep tegen je beslissing, te vermijden en zulke zieken gewoon op de ziekte-uitkering te laten staan.

Verantwoordelijkheid van de artsen?

En wat is er eigenlijk aan de hand met die behandelend artsen? Uiteindelijk zijn zij het die in steeds toenemende mate de werknemers ‘ziek aan het schrijven’ zijn. Je zou kunnen stellen dat het hun verantwoordelijkheid is om paal en perk te stellen aan dit ontsporend voorschrijfgedrag, en dat ze de werknemer moeten stimuleren om sneller het werk te hervatten.

Ook dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk, want in België kun je bijvoorbeeld gaan ‘doktershoppen’: “Ah zo, meneer doktoor wil me geen maand ziekschrijven? Dan ga ik toch even naar zijn collega om de hoek, die maar al te graag zo’n briefje aflevert.”

Bovendien zijn er in toenemende mate verzoeken tot arbeidsongeschiktheid omwille van ‘wolligere’ aandoeningen: niet langer een objectiveerbare luchtweginfectie, maar moeilijk objectiveerbare depressies, stressklachten en burn-outs. Niet dat deze klachten daarom minder echt zijn, maar is een ziektebriefje hier wel de beste behandelmethode? Alleszins wel volgens tal van psychologen en psychiaters, en zeker volgens de patiënt zelf. En dus is het gemakkelijker voor de behandelend arts om dat advies gewoon te bevestigen.

Investering van de werkgever

Oké, maar wat dan met die een op drie langdurig zieke werknemers die aangeeft dat ze wel willen werken, zij het deeltijds of in aangepast of ander werk? Dat is toch eenvoudig te benutten arbeidspotentieel?

Wel, wederom is het zo simpel niet. Uiteindelijk moet de werkgever ook openstaan voor een actieve re-integratie van nog onvolledig genezen werknemers, én er ook nog eens de mogelijkheden toe hebben. Een vrachtwagenchauffeur zou het werk kunnen hervatten als hij geen lasten moet tillen in de eerste twee maanden, maar de werkgever vervoert enkel grote huishoudelijke toestellen. Een postuitreiker zou halve dagen kunnen gaan werken, maar alle postrondes zijn berekend op een voltijdse tewerkstelling. Een callcentermedewerker zou opnieuw aan de slag kunnen zolang er geen contact is met al te agressieve klanten, maar het bedrijf is net gespecialiseerd in klachtenbehandeling.

Bij deze drie voorbeelden zou de werkgever in principe wel kunnen zoeken naar een oplossing, zij het door het zoeken naar meer flexibiliteit in de werkinvulling, in ergonomische hulpmiddelen of in opleidingen. Maar dit vergt wel telkens een zekere investering van de werkgever en er is in België niet zoveel incentive om dit te doen. En dus is het gemakkelijker om de werknemer ‘gewoon’ in ziekteverlof te laten tot hij of zij opnieuw volledig arbeidsgeschikt is. Of volledig arbeidsongeschikt, zodat een medische overmacht ingeroepen kan worden.

Nog een lange weg te gaan

Dus ja, er is zeker veel potentieel. Niet alleen in de groep van langdurig zieke werknemers die aangeven dat ze kunnen én willen werken trouwens, maar ook bij de rest van de bevraagden. Bijvoorbeeld zij die wel kunnen maar niet willen, en zij die wel willen maar denken dat ze niet kunnen. En zelfs in de laatste restgroep – zij die niet willen én niet kunnen – is er nog ruimte voor interpretatie. Maar voor het ontsluiten van al dat potentieel zijn structurele beleidsmaatregelen en arbeidsintensief overleg tussen alle betrokken partijen nodig. Het KB Re-integratie is op zich wel een stap in de goede richting. Het heeft bijvoorbeeld al geleid tot een verdere bewustmaking in de ondernemingen en tot meer informeel overleg tussen arbeidsartsen, adviserend artsen en huisartsen. Maar de weg is nog lang. Het zal nog behoorlijk wat tijd en energie kosten vooraleer we een echte kentering zullen zien in het aantal langdurig zieke Belgen, alle hoopvolle rapporten over schijnbaar laaghangend fruit ten spijt.

Een reactie achterlaten