Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Artikel

Zeven arbeidsomstandigheden verhogen het suïciderisico: wat dit betekent voor je risicoanalyse

Een nieuwe meta-analyse koppelt zeven arbeidsomstandigheden aan een verhoogd risico op zelfdoding: jobverlies, jobonzekerheid, hoge werkdruk, lage autonomie, de combinatie van beide (job strain), pesten en deeltijds werk. Het onderzoek bundelt 27 longitudinale studies en plaatst de werkvloer daarmee expliciet binnen het domein van suïcidepreventie, een terrein dat in de praktijk vaak bij het individu wordt gelegd. De relevante nuance die ik alvast wil meegeven is dat de signalen reëel zijn, maar dat de bewijszekerheid voor de meeste factoren voorlopig laag blijft.


Zeven factoren, sterk uiteenlopende effectgroottes

De auteurs vertrokken van longitudinale studies (cohort- en case-controlonderzoek) gepubliceerd tussen 1995 en 2024, en poolden de resultaten telkens wanneer minstens twee studies dezelfde factor en uitkomst onderzochten. Veertien van de 27 studies kwamen in aanmerking voor meta-analyse. Dat leverde voor zeven arbeidsomstandigheden een statistisch significant verband met zelfdoding op, met relatieve risico’s die sterk verschillen in grootte:

  • Jobverlies: relatief risico 2,27 (de sterkste samenhang)
  • Pesten op het werk: 1,78
  • Jobonzekerheid: 1,64
  • Job strain, dat wil zeggen hoge eisen gecombineerd met lage regelruimte: 1,32
  • Deeltijds werk: 1,21
  • Hoge werkdruk: 1,14
  • Lage autonomie: 1,11

Lange werkuren leverden géén verband op: vanaf 45 uur per week bedroeg het relatief risico 0,99. Dat is opmerkelijk, omdat overwerk in de publieke beeldvorming vaak als suïciderisico geldt; het Japans kent er zelfs een term voor (karo-jisatsu, zelfdoding door overwerk). De auteurs wijzen er wel op dat de gemeten arbeidsduur waarschijnlijk de contractuele uren betrof, niet de werkelijk gepresteerde, en dat geen enkele studie 55 uur of meer per week onderzocht.


Alleen jobverlies en jobonzekerheid halen meer dan minimale bewijskracht

De onderzoekers beoordeelden de bewijszekerheid per factor met het GRADE-systeem. Voor jobverlies kwamen ze tot “matige” zekerheid, voor jobonzekerheid tot “lage” zekerheid. Voor de vijf overige factoren, inclusief werkdruk, autonomie, job strain, pesten en deeltijds werk, bleef de zekerheid “zeer laag”. Dat label betekent concreet dat het werkelijke effect substantieel kan afwijken van de berekende cijfers.

Die voorzichtigheid heeft methodologische redenen. Het gaat om observationeel onderzoek, de meta-analyses steunen vaak op slechts twee tot vier studies, en die studies verschillen onderling in opzet en populatie. Geen reden om de bevindingen te negeren, maar wel om ze te lezen als een richting in plaats van een vaststaand verband. De twee best onderbouwde factoren, jobverlies en jobonzekerheid, sluiten bovendien aan bij wat eerder onderzoek al toonde over werkloosheid en suïciderisico.


Werkdruk en lage autonomie tonen vooral een effect bij mannen

Een opvallend patroon zit in de subgroepanalyses. Het verband tussen hoge werkdruk en zelfdoding, en tussen lage autonomie en zelfdoding, kwam duidelijk naar voren bij mannen (relatief risico respectievelijk 1,15 en 1,35), maar niet bij vrouwen. Job strain als gecombineerde maat liet wél bij beide geslachten een verhoogd risico zien. De auteurs interpreteren dit terughoudend, gezien het kleine aantal studies, maar het is wel een bevestiging dat de impact van psychosociale belasting niet voor iedereen identiek verloopt.

Ook het verband met deeltijds werk vraagt om interpretatie. De onderzoekers vermoeden dat dit deels precaire arbeidsomstandigheden weerspiegelt, zoals onregelmatige uren, lage verloning en bestaansonzekerheid, eerder dan de deeltijdfactor op zich.


Voor enkele vertrouwde psychosociale risico’s ontbrak elke bruikbare studie

De review legt ook blinde vlekken bloot. Voor effort-reward imbalance (een disbalans tussen inspanning en erkenning), voor rechtvaardigheid op het werk en voor conflicten op de werkvloer vonden de auteurs geen enkele longitudinale studie die aan hun criteria voldeed. Het ontbreken van bewijs is hier dus geen bewijs van afwezigheid, maar een lacune in het onderzoek. Daarnaast werd geen enkele interventiestudie teruggevonden, wat betekent dat er nog geen longitudinaal bewijs is dat het aanpakken van deze factoren het suïciderisico effectief verlaagt.

Voor enkele aangrenzende vormen van grensoverschrijdend gedrag waren er wel aanwijzingen, maar telkens uit één studie: geweld op het werk (hazard ratio 1,76) en ongewenst seksueel gedrag (2,82) hingen samen met een hoger suïciderisico. Door dat beperkte aantal studies blijft ook hier de zekerheid laag.


Wat dit oplevert voor je praktijk

De factoren uit deze review vallen vrijwel samen met wat je al beheert via de psychosociale risicoanalyse. Het onderzoek geeft empirisch gewicht aan het idee dat deze risico’s verder reiken dan welzijn en comfort.

  1. Neem de zeven factoren op als expliciete toetspunten in je psychosociale risicoanalyse en vertaal ze naar concrete acties in het jaaractieplan, in plaats van ze als algemene welzijnsthema’s te behandelen.
  2. Behandel herstructureringen, aflopende contracten en collectief ontslag als periodes met verhoogd risico. Jobverlies en jobonzekerheid dragen de sterkste evidentie; voorzie actieve opvolging en aanspreekpunten voor de betrokken medewerkers gedurende die periodes.
  3. Agendeer de bevindingen over pesten, geweld en ongewenst seksueel gedrag in het CPBW, en koppel ze aan de werking van je meldkanalen en vertrouwenspersonen.
  4. Bespreek werkdruk en regelruimte niet enkel als productiviteitsthema maar als onderdeel van je risicobeheersing, en betrek de man-vrouwverschillen in je analyse van wie het kwetsbaarst is.

Slot

De review identificeert zeven arbeidsomstandigheden die samenhangen met een hoger suïciderisico, maar concludeert eerlijk dat het aantal studies te beperkt is om voor de meeste daarvan zekerheid te bieden. Voor de praktijk betekent dat tweeërlei: voldoende grond om psychosociale risico’s serieus mee te wegen in suïcidepreventie, en voldoende onzekerheid om de cijfers met de nodige voorzichtigheid te hanteren.

Heb je het zelf moeilijk, of maak je je zorgen om iemand in je omgeving? De Zelfmoordlijn is gratis en anoniem bereikbaar op 1813 en via zelfmoord1813.be.