Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Artikel

Werkintensiteit en sociale druk stijgen (en de kloof tussen mannen en vrouwen wordt groter)

Sinds 2010 is de sociale werkomgeving verbeterd voor mannelijke werknemers in Europa, en tegelijk verslechterd voor vrouwelijke werknemers. Dat is een vaststelling uit de nieuwe European Working Conditions Survey 2024 van Eurofound, gebaseerd op meer dan 36.000 face-to-face interviews. Werkintensiteit, emotionele eisen en blootstelling aan verbale agressie of vernederend gedrag wegen structureel zwaarder op vrouwen. De gendergap is niet aan het sluiten; ze is aan het uitdijen.


Wat de cijfers tonen

De EWCS meet jobkwaliteit langs zeven dimensies, waaronder de sociale werkomgeving (relaties met collega’s en leidinggevenden, blootstelling aan grensoverschrijdend gedrag) en werkintensiteit (tempo, deadlines, emotionele eisen). Op beide indicatoren scoren vrouwen in 2024 ongunstiger dan mannen, en de kloof is breder dan in 2015.

Concreet rapporteren vrouwen vaker:

  • emotionele eisen zoals het verbergen van eigen gevoelens, frequent in functies met intensief mens-tot-mens contact (zorg, onderwijs, dienstverlening)
  • verbale agressie en vernederend gedrag, vooral in rollen met regelmatig contact met cliënten, patiënten of het publiek
  • hogere werkintensiteit, vaak door frequente onderbrekingen en gelijktijdige werkbelasting

Vrouwen rapporteren ook structureel een groter ervaren onevenwicht tussen inspanning en beloning: 30% van de vrouwen tegenover 24% van de mannen vindt dat ze niet gepast worden vergoed voor wat ze leveren.

Prevalentie van nadelig sociaal gedrag per gender. Van: Rapport Eurofound, p. 10.


Waarom verslechtert het juist voor vrouwen?

De verklaring zit grotendeels in de aanhoudende sectoriële segregatie van de Europese arbeidsmarkt. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in sectoren waar emotionele arbeid, klantencontact en zorg de kernopdracht vormen. Dat zijn precies de sectoren waarin werkintensiteit het sterkst is gestegen en waarin blootstelling aan agressief of beledigend gedrag het hoogst is.

Slechts 23% van de Europese werknemers werkt in een werkplek waar ongeveer de helft van het personeelsbestand vrouw is. Het aandeel vrouwelijke managers steeg van 27% in 2000 naar 34% in 2024, maar die vrouwelijke managers werken bovendien vaker in al vrouwelijk gedomineerde werkomgevingen. De segregatie reproduceert zichzelf, en met haar de bijhorende risicoprofielen.

Het gevolg: een geaggregeerde psychosociale risicoanalyse waarbij alle medewerkers in één pot worden gegooid, mist systematisch de werkelijkheid van de zwaarst belaste groep.


Een blinde vlek in veel risicoanalyses

In de praktijk wordt de psychosociale risicoanalyse vaak uitgevoerd via een organisatiebrede bevraging met geaggregeerde resultaten. Dat geeft een nuttig globaal beeld, maar maskeert structurele verschillen tussen functiegroepen. Wanneer in een ziekenhuis, een woonzorgcentrum of een callcenter de gemiddelde score “binnen de norm” blijft, kan dat verbergen dat een specifieke functiegroep (verpleegkundigen, onthaalmedewerkers, eerstelijnsbegeleiders) systematisch zwaarder belast wordt.

De Eurofound-data suggereren dat een geaggregeerde aanpak vooral voor vrouwen onvoldoende beschermt, omdat ze in functies werken waar de objectieve werkbelasting hoger is.


Wat dit concreet betekent voor je praktijk

Enkele concrete aanknopingspunten:

  • Splits de psychosociale risicoanalyse op per functiegroep, niet enkel per departement of vestiging. Aggregeer pas in de eindfase. Functies met intensief klantencontact verdienen aparte aandacht, ongeacht hoe ze in het organigram passen.
  • Bevraag werkintensiteit en emotionele belasting expliciet. Generieke vragen over “werkdruk” vangen emotionele arbeid (gevoelens verbergen, agressie incasseren, voortdurend beschikbaar zijn) onvoldoende op. Gebruik instrumenten die deze dimensies apart meten.
  • Analyseer meldingen van grensoverschrijdend gedrag uitgesplitst naar functie én geslacht, niet enkel als totaal. Patronen die je in geaggregeerde cijfers niet ziet, komen zo wel boven.
  • Bespreek in het CPBW de structurele kant van blootstelling. Niet alleen “hoe pakken we incidenten aan”, maar “welke functies zijn structureel het meest blootgesteld, en wat doen we aan de organisatie van die functies”.
  • Betrek leidinggevenden in functies met overwegend vrouwelijk personeel actief. Hun rol in het modereren van werkdruk en het opvangen van agressie is bepalend, en hun training mag niet generiek blijven.
  • Volg de evolutie over de tijd. Eén meting geeft een momentopname; de Eurofound-data tonen dat trends pas zichtbaar worden bij herhaalde meting over jaren heen.

Tot slot

Voor een grote groep vrouwelijke werknemers is werk de voorbije vijftien jaar zwaarder geworden, terwijl het voor mannen op meerdere indicatoren is verbeterd. Psychosociale risicoanalyses moeten dus scherp kijken naar wie precies welke belasting draagt.

Zijn je analyses fijnmazig genoeg om de verschillen zichtbaar te maken?