
Dinsdag was het zover: fotoshoot op het werk, omdat mijn nieuwe functie publiek bekendgemaakt werd. Voor sommige mensen is dat een leuke afwisseling in de werkweek. Voor mij voelt het alsof iemand vraagt om spontaan te tapdansen terwijl honderd collega’s toekijken. Ik weet dan niet waar ik mijn armen moet laten, hoe ik moet lachen, of waarom mijn haar precies altijd lijkt te doen alsof het zelf ontslag wil nemen.
Dat haar… Het plan was nochtans om eerst naar de kapper te gaan. Maar kapperszaken zijn voor mij ongeveer wat tandartsen zijn voor anderen: noodzakelijk, maar toch iets waar je vreemd genoeg altijd nét geen tijd voor vindt. Een tijd lang heb ik gewoon de tondeuse bovengehaald; handig, maar het resultaat liet me er uitzien alsof ik me voorbereid had op een rol in Full Metal Jacket. De voorbije jaren heb ik verschillende kappers geprobeerd, telkens met wisselend succes. Eén keer was het echt perfect: goede prijs, strakke coupe, nul verplichte smalltalk. Maar ja, dat was in Belek, Turkije. Niet meteen de meest haalbare tweemaandelijkse uitstap. Misschien moet ik gewoon eens een Turkse kapper in de buurt proberen.
Enfin, daar stond ik dan. Te lang haar. Scheve glimlach. Te veel foto’s. En ons marketingteam dat die beelden nu waarschijnlijk gebruikt alsof het een nieuwe Marvel-franchise is. Hun persbericht werd opgepikt door HR Magazine, HR Square en door ZigZagHR op LinkedIn gedeeld. Dat laatste leverde warme reacties op, ook van mensen die ik al twintig jaar niet meer had gezien. Het bracht heel wat herinneringen boven en deed me vooral beseffen hoe veel geluk ik al heb gehad: ik heb veel verschillende rollen mogen opnemen, en ik heb met heel fijne mensen samengewerkt.
Als ik terugkijk, zie ik ook dat ik me in het verleden vaak druk maakte over zaken die achteraf gezien minder belangrijk bleken. Dat is nog altijd een beetje mijn natuur: ik ben iemand die zich betrokken voelt, die dingen goed wil doen. Dat is een voordeel, maar soms duw ik mezelf daarmee richting “in het rood”. Tegenwoordig probeer ik bewust af en toe op de rem te gaan staan. Eén van de hulpmiddelen is de 10-10-10-regel van Suzy Welch. Heel eenvoudig: hoe ga ik me over deze beslissing voelen binnen 10 minuten, binnen 10 maanden en binnen 10 jaar? Het is frappant hoeveel ruis daarmee meteen verdwijnt.
Door de jaren heen heb ik trouwens een heel arsenaal aan technieken verzameld: ACT, mindfulness, affectieve afstand nemen, dankbaarheidsankers, klankborden, bias-checks, cognitive offloading… Voor bijna elke uitdagende situatie heb ik ondertussen wel een soort mentale schroevendraaier (als ik er in het moment aan denk om die te gebruiken). Misschien moet ik ze ooit eens opschrijven. Of misschien laat ik het best aan de al bestaande zelfhulpboeken over… er bestaan er ondertussen genoeg om een appartementsblok mee te isoleren.
Maar goed: nieuwe functie, nieuw hoofdstuk. En misschien… eindelijk eens een nieuwe kapper.
Deze week publiceerde ik tien artikels. Het artikel over de Bradford-factor werd het meest geliked en gedeeld, het artikel over het nieuwe inspectieprotocol voor asbestattesten kreeg het meest reacties. En de thema’s stressverzuim en dodelijke arbeidsongevallen bleken opnieuw bijzonder relevant voor preventieadviseurs en HR-professionals.
Ik merk ook dat er nog steeds reacties binnenkomen op artikels van de voorbije week, vooral op ” Je brein wordt beter met de jaren – en dat is wetenschappelijk bewezen ” en ” Neutraliteit of uitsluiting? Het arbeidshof over hoofddoeken bij de Stad Brussel “.
Hieronder nog eens alle artikels van deze week, in chronologische volgorde.