
Vanaf 1 januari 2026 stijgen de minimumtarieven voor externe diensten voor preventie en bescherming op het werk met 2%. Voor veel bedrijven die in september hun budget voor het nieuwe jaar vastleggen, is dit hét moment om te kijken welke impact deze indexering zal hebben. In dit artikel beschrijf ik de kern van de wijziging, de wettelijke context én de concrete tarieven waarmee men rekening moet houden.
Achtergrond: waarom die jaarlijkse aanpassing?
Sinds 2016 geldt een vernieuwd wettelijk kader dat de tarieven voor externe preventiediensten vastlegt. De bedoeling was destijds om transparantie te creëren en een eerlijk evenwicht te vinden in de verdeling van taken binnen de welzijnsdomeinen. Werkgevers betalen dus een verplichte bijdrage in ruil voor een pakket basisdiensten dat duidelijk omschreven staat in de Codex Welzijn op het Werk.
Wettelijk kader: de gezondheidsindex als spil
De tarieven zijn rechtstreeks gekoppeld aan de gezondheidsindex. Dit is een aangepaste versie van de consumptieprijsindex, waarin ongezonde producten zoals tabak en benzine buiten beschouwing blijven. Zodra de spilindex wordt overschreden, volgen loon- en tariefaanpassingen. Concreet: de jaarlijkse tariefaanpassing gebeurt telkens op 1 januari en blijft voor het volledige kalenderjaar van kracht.
Inflatievooruitzichten 2025-2026
De spilindex werd begin 2025 overschreden, waardoor de bijdragen toen al werden aangepast. Volgens de recentste update van het Federaal Planbureau op 2 september volgt de volgende overschrijding in januari 2026 (index 133,28). Daarna wordt er in 2026 geen nieuwe overschrijding verwacht (volgende spilindex = 135,95).

Bron: plan.be.
Wat betekent dit? De bijdrage per preventie-eenheid stijgt in 2026 van 194,04 euro naar 197,92 euro. Het gaat dus om een beperkte maar structurele verhoging.
Concrete tarieven voor 2026
Op basis van de indexvooruitzichten ziet het tariefplaatje er als volgt uit:
Tarief per werknemer

Extra diensten
-
Preventie-eenheid: € 197,92/uur (niet voor bedrijven ≤ 5 wns)
-
Preventie-eenheid buiten budget: € 151,74/uur (niet voor bedrijven ≤ 5 wns)
-
Medisch onderzoek buiten budget: € 151,74/uur of € 102,30/prestatie
Wat betekent dit voor preventieadviseurs?
Voor preventieadviseurs is dit relevente informatie, om werkgevers te ondersteunen bij hun budgetplanning voor 2026. De tariefwijziging is geen verrassing, maar het is bij de uitleg ook belangrijk om de context ook goed te duiden:
-
Zorg dat bedrijven niet enkel naar de kost kijken, maar ook naar de waarde die ze halen uit hun externe dienst.
-
Denk mee over hoe de preventie-eenheden optimaal ingezet worden. Een goed gepland uur levert vaak méér op dan tien ad-hocvragen.
-
Hou er rekening mee dat bijkomende medische onderzoeken buiten budget apart verrekend worden.
Reflectie en aanbevelingen
De jaarlijkse indexaanpassing mag dan klein lijken, ze herinnert ons aan een bredere realiteit: welzijn op het werk kost geld, maar slecht welzijn kost nog veel meer. Hoeveel kost één langdurig zieke medewerker aan productiviteitsverlies, vervanging en re-integratie? En hoeveel kan vermeden worden door een slim gebruik van de preventiebijdrage?
Conclusie
De indexering van de minimumtarieven voor externe preventiediensten in 2026 is beperkt, maar relevant voor een correcte budgettering. Preventieadviseurs hebben hier een sleutelrol: niet enkel door de cijfers te vertalen, maar vooral door de toegevoegde waarde van preventie zichtbaar te maken.