
Het RIZIV weigerde een 55-jarige, laaggeschoolde man de toelating om een opleiding tot logistiek assistent in de zorg te volgen, omdat hij gelet op zijn beroepsloopbaan al genoeg vaardigheden zou hebben om terug te keren naar de arbeidsmarkt. De arbeidsrechtbank Antwerpen vernietigde die beslissing. Volgens de wet volstaat het dat een beroepsherscholing de kansen op werk verhoogt, ze hoeft niet strikt noodzakelijk te zijn voor de re-integratie. En eerder werk zonder diploma vormt geen kwalificatie waarop je iemand terugstuurt naar de arbeidsmarkt.
De man kan zijn fysiek zware werk niet meer doen en heeft geen enkel diploma
De eiser is sinds oktober 2021 arbeidsongeschikt erkend wegens ernstige rugklachten. Hij werkte voordien als orderpicker en hulpmagazijnier, met het laden en lossen van fruit in een koelomgeving en in nachtdiensten. Eerder stond hij in een broodjeszaak en werkte hij in Roemenië als politieagent. Diploma’s heeft hij niet.
In overleg met GTB, VDAB en zijn ziekenfonds koos hij voor een omscholing tot logistiek assistent in de zorg, fysiek lichter werk dat zijn rug spaart. De opleiding liep via een centrum voor volwassenenonderwijs, in avondonderwijs, voor 329 euro.
Voor de rechtbank vorderde hij overigens niet de terugbetaling van die kosten, enkel de vaststelling dat hij de opleiding mocht volgen met behoud van zijn rechten op uitkering en re-integratie.
Het RIZIV vond zijn “resterende capaciteiten” voldoende, de rechtbank ging daar niet in mee
De Hoge commissie van de geneeskundige raad voor invaliditeit oordeelde dat de man, gezien zijn loopbaan en kwalificaties, zonder opleiding kon terugkeren naar de arbeidsmarkt. Zijn resterende arbeidscapaciteiten zouden op zich volstaan.
De rechtbank verwierp die redenering omdat ze regelrecht inging tegen de feiten. De man heeft geen diploma’s en een beperkte beroepservaring; verkoper in een broodjeszaak is werkervaring, geen bijzondere kwalificatie. Zonder verdere scholing liggen zijn kansen vooral in fysiek belastend werk, en net dat kan hij om medische redenen niet meer aan.
Een attest van een woonzorgcentrum bevestigde bovendien dat de zorgsector bij aanwerving een erkend diploma vraagt. De abstracte inschatting van het RIZIV botste zo op de concrete arbeidsmarkt.
Een opleiding moet nuttig bijdragen, niet strikt noodzakelijk zijn
De juridische kern zit in de lezing van artikel 109bis van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 en artikel 215quater van het KB van 3 juli 1996. Die bepalen dat een beroepsherscholing gericht moet zijn op het herstellen of valoriseren van de arbeidsgeschiktheid.
De rechtbank leest daarin een doelstelling, een middel om de kansen op werk te verhogen, en geen voorwaarde dat de opleiding tot een onmiddellijk en noodzakelijk resultaat moet leiden. Wat telt is een proportionele nuttigheidsgraad: draagt de opleiding bij tot meer kansen op de arbeidsmarkt? Door te eisen dat de opleiding noodzakelijk was, legde het RIZIV een strengere lat aan dan de regelgeving toelaat.
Ook de rechtspraak waarnaar het RIZIV verwees, hield geen stand: die ging over iemand met een uitgebreide technische vooropleiding die een vijfjarige rechtenopleiding wilde aanvatten, een wezenlijk ander geval.
Een breed gedragen traject en de medische adviezen gaven de doorslag
De rechtbank hechtte gewicht aan het feit dat het traject volledig was uitgewerkt en gedragen door GTB en VDAB, en dat de behandelende artsen het ondersteunden. De medische adviezen liepen nochtans lang niet gelijk. Een eerste adviserend arts gaf eerder een positief advies, een tweede adviserend arts oordeelde in 2024 negatief, de behandelende artsen pleitten voor de opleiding, en uiteindelijk kwam de adviserend arts opnieuw tot een positief besluit.
Dat heen en weer is herkenbaar voor wie re-integratiedossiers opvolgt. Het illustreert ook waarom het nieuwe KB Re-integratie 3.0 de communicatie tussen arbeidsarts, behandelend arts en adviserend arts via het TRIO-platform wil stroomlijnen. Een dossier met tegenstrijdige adviezen staat zwak; een dossier waarin de betrokken artsen en diensten op één lijn zitten, weegt zwaarder door.
Hoe maak je een herscholingsdossier dat standhoudt?
Het vonnis draaide formeel om RIZIV-financiering, een terrein dat losstaat van het klassieke re-integratietraject. De onderliggende principes zijn desalniettemin ook voor preventieadviseurs, arbeidsartsen en HR bruikbaar, zeker nu de inschatting van het arbeidspotentieel via Re-integratie 3.0 een grotere rol krijgt. Enkele lijnen:
- Vertrek bij de inschatting van arbeidsgeschiktheid van concrete diploma’s en reële beroepservaring, en toets aan wat haalbaar is op de arbeidsmarkt gezien de medische beperkingen. Een abstracte “resterende capaciteit” houdt geen stand voor de rechter.
- Documenteer het volledige traject en betrek de externe actoren zoals VDAB en GTB. Dat zij het project droegen, bleek hier doorslaggevend.
- Stem de medische adviezen op elkaar af voor een dossier de deur uitgaat. Tegenstrijdige adviezen verzwakken de positie, en het overleg TRIO zou die afstemming eenvoudiger kunnen maken.
- Leg voor HR de functievereisten van de beoogde job vast. Een concrete bevestiging dat een werkgever een diploma vraagt, onderbouwt de nuttigheid van de opleiding.
Tot slot
De rechtbank verklaarde de vordering gegrond, vernietigde de weigering en legde de gedingkosten bij het RIZIV: de man mocht de opleiding volgen met behoud van zijn rechten. Voor wie geschiktheid en herscholing beoordeelt, is de vraag die overblijft concreet genoeg om mee te nemen: tegen welke arbeidsmarkt meet je iemands geschiktheid, en kun je dat staven met diploma’s, ervaring en haalbaar werk?