Artikel

Veiligheidswerk dat niets veiliger maakt: een taxonomie voor safety clutter

Een veiligheidsbriefing is geen ballast. De manier waarop dezelfde ploeg ze drie keer op één dag krijgt voorgeschoteld voor dezelfde taak, dat wel. Een nieuwe studie in het Journal of Safety Research verfijnt het begrip “safety clutter”, letterlijk veiligheidsballast, op een manier die meteen bruikbaar is voor wie veiligheidssystemen beheert. Verspilling zit volgens de auteurs zelden in de activiteit zelf, maar in hoe ze is ontworpen, uitgevoerd, gedocumenteerd of herhaald.

Het onderzoek van Yaqoob Raheemy en collega’s (University of Colorado Boulder en RMIT University) bouwt voort op het werk van Rae et al, die “safety clutter” in 2018 omschreven als veiligheidswerk dat middelen opslorpt zonder de veiligheid van het werk te verbeteren. Op basis van drie expertpanels en observaties op elf werven komen de auteurs tot een kernomschrijving: clutter is verspilling binnen een veiligheidsinspanning die, zoals ze wordt uitgevoerd, tijd en aandacht opslorpt zonder dat het werk er veiliger van wordt. De studie speelt zich af in de bouwsector, maar de auteurs merken op dat de kenmerken van clutter makkelijker overdraagbaar zijn naar andere sectoren dan de oorzaken die ze voortbrengen.

Wie mijn eerdere artikel over auditisme las, herkent het mechanisme. Daar gaat de auditlogica het echte werk overheersen; safety clutter is de bredere diagnose waar zo’n verschuiving onder valt.


Clutter is een eigenschap van de uitvoering, niet de activiteit zelf

De belangrijkste verschuiving in de studie is conceptueel, maar erg praktisch. Clutter is een eigenschap van hoe een activiteit verloopt, geen etiket voor de activiteit als geheel. Een werkvergunning, een rondgang of een onthaal is op zich geen clutter. De verspilling kan wel zitten in een formulierveld dat niemand leest, een goedkeuringsstap te veel of een vergadering die voor de derde keer dezelfde informatie herkauwt. Dezelfde activiteit kan tegelijk waardevolle en verspillende onderdelen bevatten.

Dat verandert de vraag die je stelt. Ze verschuift van “hebben we deze activiteit nodig?” naar “welke onderdelen van deze inspanning leveren veiligheid op, en welke voegen alleen last toe?”. Voor preventieadviseurs is dat verschil belangrijk, omdat het de twee klassieke valkuilen vermijdt: alles behouden omdat “het nu eenmaal veiligheid is”, of te veel wegsnijden omdat “het bureaucratie is”.


De taxonomie verdeelt verspilling in twee vormen: herstelbaar of fundamenteel fout

De auteurs onderscheiden twee hoofdvormen. Conditional clutter is verspilling die je kunt wegwerken door de uitvoering aan te passen: beter ontwerp, betere timing, scherpere afbakening, vlottere toegang. Pure clutter is verspilling die blijft, hoe je ze ook uitvoert, omdat de basis zelf niet meer klopt.

Binnen die twee vormen liggen vier families:

  • Excessive (overdreven): te complex, te veel of te vaak. Denk aan een digitale taakrisicoanalyse die 45 minuten duurt door velden die niet op het werk slaan, of een werkvergunning met vier handtekeningen waarvan er één relevant toezicht vertegenwoordigt.
  • Irrelevant (naast de kwestie): de verkeerde mensen, het verkeerde moment of de verkeerde plaats, of output die niemand gebruikt. Een toolboxmeeting in de container, ver van de werkplek en lang voor het werk begint, valt hieronder.
  • Inaccessible (ontoegankelijk): de informatie bestaat, maar is onbereikbaar, verdrinkt in ruis of zit begraven in een systeem. Bijvoorbeeld lessons learned als kwartaal-pdf’s zonder tags, waar een zoekopdracht honderden hits oplevert en mensen afhaken.
  • Invalid (ongeldig): de enige familie onder pure clutter. De inspanning berust op een achterhaalde aanname (incorrect) of blijft hangen nadat de context veranderd is (obsolete), zoals een generiek, verouderd veiligheidsbeleid dat niet meer overeenkomt met het echte werk.

Onder die families plaatsen de auteurs elf concrete types, telkens met herkenningssignalen om ze in de praktijk aan te wijzen.


Veiligheidswerk is makkelijk toe te voegen en moeilijk weg te halen

Een terugkerend patroon in de studie verklaart waarom clutter zich opstapelt. Nieuwe stappen, formulieren en goedkeuringen komen er snel bij, vaak na een incident of onder externe druk. Momenten om bestaande verplichtingen te herzien en te schrappen zijn veel zeldzamer. Het gevolg is een systeem dat alleen aangroeit.

Veel verplichtingen ontstonden bovendien als een redelijk antwoord op een echt probleem. Ze blijven staan terwijl de context verandert en het oorspronkelijke doel vervaagt. De clutter van vandaag was vaak de veiligheidsoplossing van gisteren, wat verklaart waarom ze zelden ter kwader trouw ontstaat en toch hardnekkig blijft.

De studie wijst ook op een specifiek mechanisme: de nasleep van een ernstig ongeval. Corrigerende maatregelen worden dan breed uitgerold, ook op taken en rollen waar hetzelfde risico niet speelt. Zo ontstaat veiligheidswerk dat overal tijd kost en op de meeste plaatsen weinig bijdraagt.


Beoordeel de waarde van een activiteit pas nadat je de verspilling eruit haalt

De taxonomie is een diagnose-instrument en geen pleidooi om veiligheidswerk af te bouwen. Voor wie ermee aan de slag wil:

  • Beoordeel veiligheidsactiviteiten op het niveau van hun onderdelen (een formulierveld, een goedkeuringsstap, een vergadersegment), in plaats van als geheel.
  • Stel per onderdeel twee vragen: kan ik dit herstellen door de uitvoering aan te passen (conditional), of klopt de basis niet meer en mag het weg (pure)?
  • Meet de waarde van een activiteit pas nadat je de verspillende onderdelen hebt weggehaald, anders beoordeel je de inefficiënte versie.
  • Bouw een vast schrapmoment in, bijvoorbeeld bij de jaarlijkse evaluatie van je jaaractieplan of in het CPBW, zodat het systeem ook kan krimpen en niet alleen groeien.
  • Wees na een ernstig incident extra waakzaam: een maatregel die je organisatiebreed uitrolt terwijl het risico daar niet speelt, wordt de clutter van morgen.

Slot

De studie test niet of minder clutter tot minder ernstige ongevallen leidt, en claimt dat ook niet. Het argument gaat over capaciteit: elke minuut die opgaat aan veiligheidswerk zonder veiligheidswinst, is een minuut minder voor het werk dat er rond de echte risico’s wel toe doet. Welk onderdeel van je eigen veiligheidssysteem zou de test “wat levert dit op?” niet doorstaan?