
De term quiet quitting werd de voorbije jaren een mediasensatie: werknemers die zogezegd massaal “mentaal ontslag” nemen, alleen nog het minimum doen, maar wel hun loon blijven innen. De nieuwe variant heet job hugging: mensen die koste wat het kost blijven zitten waar ze zitten, uit angst voor verandering of economische onzekerheid. Beide begrippen klinken lekker mediageniek. Maar volgens recente data van Culture Amp zijn ze voornamelijk mythes. Minder dan 2% van de werknemers voldoet aan het profiel van de zogenaamde quiet quitter. Wat er wél aan de hand is, is complexer, en tegelijk veel interessanter.
De mythe van het stille verzet
De populariteit van quiet quitting zegt minder over werknemers dan over onze honger naar simplistische verklaringen. Het verhaal is aantrekkelijk omdat het drie diep menselijke angsten raakt:
-
de angst van leidinggevenden om controle te verliezen over motivatie;
-
de angst van werknemers om te veel te geven en te weinig terug te krijgen;
-
en de collectieve onzekerheid over wat “normaal werken” nog betekent na de pandemie.
Maar het concept zelf is inhoudelijk zwak. Het veronderstelt dat werknemers bewust minder moeite doen, terwijl ze tegelijk kiezen om te blijven. In werkelijkheid tonen de cijfers iets heel anders: het aantal mensen dat tegelijk “onmotivated but staying” is, bedraagt amper 2%. Het merendeel (52%) is zowel geëngageerd als bereid om zich verder in te zetten.

Minder dan 2% van de bevraagde werknemers past in de categorie van “quiet quitters”. Van: Culture Amp.
Van stille uitstappers naar actieve vertrekkers
Interessanter is de groep die écht op uitstap staat: de active quitters. Dat zijn werknemers die zowel weinig motivatie tonen als geen intentie meer hebben om te blijven. Hun aandeel ligt rond de 5%, bijna drie keer zoveel als de quiet quitters. Dat is dus waar het echte risico op verloop zit.
En wie dacht dat quiet quitting vooral in grote bedrijven of bij telewerkers voorkomt, komt bedrogen uit. De data tonen nauwelijks verschil tussen kleine en grote organisaties, noch tussen kantoor-, hybride of thuiswerkers. De mythe van de “onzichtbare thuiswerker die niets meer doet” houdt geen steek.

Werknemers die actief proberen te vetrekken, zijn in alle soorten bedrijven twee keer zo talrijk als “quiet quitters”. Van: Culture Amp.
Wat de cijfers wél zeggen: motivatie daalt, maar niet stilletjes
Er is wel een reële trend die aandacht verdient: de globale motivatie daalt. Sinds 2021 ziet Culture Amp een daling van 4 procentpunt, waarvan 1 punt in het voorbije jaar. Dat lijkt weinig, maar op een dataset van 3,3 miljoen werknemers betekent dat 33.000 mensen minder die hun werk met goesting doen.
Belangrijk: die daling in motivatie gaat hand in hand met een daling in verbondenheid. Dat wijst niet op quiet quitting (blijven maar afhaakten), maar eerder op active quitting (niet meer gemotiveerd én op zoek naar iets anders).

De motivatie en bereidheid om te blijven zijn sinds 2021 gestaag afgenomen. Van: Culture Amp.
Job hugging: blijven uit angst is ook geen succes
Aan de andere kant van het spectrum duikt job hugging op: werknemers die blijven zitten omdat het elders nog onzekerder lijkt. Ze klampen zich vast aan hun functie, niet uit liefde maar uit schrik. Ook dat is geen teken van gezondheid.
Een organisatie vol job huggers lijkt op een team dat de adem inhoudt: weinig dynamiek, geen vernieuwing, veel spanning. Retentie is dus geen doel op zich. De reden waarom mensen blijven, bepaalt of het duurzaam is. Angst of inertie zijn slechte motivatoren. Verbondenheid, waardering en zingeving zijn betere.

Op je plek blijven, betekent niet altijd betrokkenheid. Van: Culture Amp.
De vraag die er écht toe doet
De cruciale vraag voor leidinggevenden is dus niet:
“Hoe herken ik de quiet quitters of job huggers in mijn team?”
Maar eerder:
“Hoe versterk ik de groep mensen die wél geëngageerd en geïnspireerd blijft?”
Dat begint bij luisteren; niet met een anonieme survey om de vijf jaar, maar via structurele dialoog. Mensen die zich gehoord voelen, tonen meer vertrouwen, meer motivatie en meer betrokkenheid, zelfs in moeilijke tijden.
Vertrouwen als brandstof
De quiet quitting-discussie gaat in essentie over relaties. Werknemers trekken zich niet terug uit luiheid, maar omdat ze het gevoel hebben dat de relatie met hun werkgever scheef zit. Dat wat ze geven (inzet, flexibiliteit, loyaliteit) niet in balans is met wat ze terugkrijgen.
De remedie is geen controle, maar vertrouwen. Wanneer leiders duidelijk communiceren, transparant beslissen en oprecht luisteren, stijgt het gevoel van wederkerigheid. En dat is precies wat motivatie voedt.
Wat werkgevers hieruit kunnen meenemen
Voor preventieadviseurs en HR-professionals liggen hier drie lessen:
-
Laat u niet vangen door hypes. Begrippen als quiet quitting of job hugging versimpelen complexe realiteiten. Ga op zoek naar de cijfers en de context.
-
Kijk naar de intentie achter gedrag. Minder inzet betekent niet per se sabotage. Soms is het een signaal van overbelasting of verlies aan betekenis.
-
Investeer in de relatie, niet in de retentie. Mensen blijven langer wanneer ze zich gewaardeerd en gehoord voelen, niet wanneer ze bang zijn om te vertrekken.
Tot slot: het echte stille signaal
Wie stilletjes minder gas geeft, zegt eigenlijk iets heel luid: “Ik wil dat dit beter werkt.” De taak van leiders is niet om dat te bestraffen, maar om het te begrijpen. Want achter elke zogenaamde quiet quitter schuilt meestal iemand die ooit wél wilde bijdragen; en dat misschien nog steeds wil, als iemand even luistert.