
Bijna zes op de tien dodelijke arbeidsongevallen in Frankrijk zijn zogeheten “malaises mortels”: sterfgevallen op het werk zonder aanwijsbare externe oorzaak zoals trauma, elektrocutie of bloeding. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het INRS. In meer dan acht gevallen op tien gaat het om plotse hartdood, waarbij het hartinfarct het meest voorkomende mechanisme is. De studie bevestigt een profiel dat al uit eerder onderzoek naar voren kwam, en voegt er concrete preventiepistes aan toe.
88% mannen, mediane leeftijd 53 jaar, en vaker alleen dan men denkt
De studie analyseerde fatale malaises die tussen september 2023 en februari 2025 werden geregistreerd in de Epicea-databank, een Franse databank met meer dan 26.800 ernstige en dodelijke arbeidsongevallen. De slachtoffers zijn overwegend mannen (88%), met een mediane leeftijd van 53 jaar. Vrachtwagenchauffeurs zijn veruit de meest vertegenwoordigde beroepsgroep (15%), gevolgd door kaderleden en directeurs (8%), en in mindere mate onderhoudspersoneel en gekwalificeerde bouwvakkers (elk 3%).
Twee cijfers verdienen bijzondere aandacht. In 83% van de gevallen was de activiteit die het slachtoffer uitvoerde volkomen gebruikelijk, geen uitzonderlijke inspanning. En in 73% van de gevallen was de betrokken medewerker alleen op het moment van het incident, al ging het lang niet altijd om formeel geïsoleerd werk. Deze bevindingen zeggen iets over de context waarin deze sterfgevallen plaatsvinden: geen extreme situaties, maar gewone werkdagen.
Welke factoren verhogen het cardiovasculaire risico op het werk?
De studie identificeert een reeks professionele risicofactoren die in de beschrijvingen van de incidenten terugkeren: manuele handling, atypische werktijden (nacht- en ploegenarbeid), thermische belasting (zowel koude als hitte) en sedentaire houdingen. Daar komen de psychosociale risico’s bij. Elk van deze factoren is op zich niet nieuw voor preventieadviseurs. Wat de studie verduidelijkt, is dat ze cumulatief werken en dat ze aanwezig zijn in alledaagse werksituaties, ook als die niet als risicovol worden bestempeld.
Het profiel van vrachtwagenchauffeurs als grootste risicogroep vat die cumulatie samen: langdurig zittend werk, onregelmatige uren, thermische blootstelling, psychosociale druk, en fysieke belasting bij laden en lossen. Vergelijkbare combinaties zijn terug te vinden in sectoren die minder snel in verband worden gebracht met cardiovasculair risico.
Het consult “mi-carrière” als strategisch moment voor cardiovasculaire screening
Dr. Anne Bourdieu, co-auteur van de studie, wijst het consult “mi-carrière” aan als een strategisch moment voor individuele risico-evaluatie. Concreet suggereert ze het uitvoeren van een elektrocardiogram en het bespreken van zowel professionele als privérisicofactoren. Dat laatste is effectief relevant: cardiovasculair risico wordt mee bepaald door leefstijlfactoren die buiten de werkcontext liggen maar er wel mee in wisselwerking staan.
Wat de studie ook opmerkt, is dat slachtoffers in veel gevallen in de uren of dagen voor het incident al symptomen vertoonden (zoals pijn op de borst, ongewone vermoeidheid) die ze negeerden of niet herkenden als alarmsignalen. Dat gegeven maakt sensibilisering van medewerkers over vroege symptomen tot een nuttige preventiestap, nog los van de formele gezondheidsopvolging.
Reanimatie: te weinig opgeleide mensen op de werkvloer
De tweede preventiepiste betreft de organisatie van de eerste hulp: er moeten meer hulpverleners worden opgeleid, en de algemene kennis van basisheropleving moet breder worden verspreid. Hartmassage en het gebruik van een AED verhogen de overlevingskansen aanzienlijk, maar enkel als iemand aanwezig is die weet wat te doen.
Dat is een punt dat ook in België relevant is. De vraag hoeveel medewerkers in je organisatie een AED kunnen gebruiken, is gemakkelijk te beantwoorden. Of die medewerkers ook aanwezig zijn op de momenten en locaties waar het risico het grootst is, is soms nog een andere kwestie.
Wat kun je hier morgen al mee?
- Neem cardiovasculaire risicofactoren expliciet op in je risicoanalyse, ook voor functies die niet als fysiek zwaar worden beschouwd. Kijk daarbij naar de combinatie van factoren, niet naar elk element afzonderlijk.
- Sensibiliseer medewerkers over vroege waarschuwingssignalen van hartproblemen. Dat kan via toolboxmeetings, onthaalbrochures of een kort infomoment bij de jaarlijkse gezondheidsdag.
- Evalueer de dekking van opgeleide eerste helpers en AED-gebruikers: zijn ze aanwezig op de tijdstippen en locaties met het hoogste risico, inclusief vroege ochtenddiensten, nachtploegen en afgelegen werkzones?
- Herbekijk of medewerkers in geïsoleerde werksituaties voldoende snel hulp kunnen inroepen, ook als ze niet formeel als geïsoleerde werkers worden beschouwd.
Eén kanttekening bij de studie
De Epicea-databank is niet statistisch representatief. Ze wordt gevoed door meldingen en biedt dus geen volledig beeld van alle fatale malaises op het werk. De bevindingen zijn indicatief, geen epidemiologische vaststellingen. Dat doet niets af aan de bruikbaarheid van de preventiepistes, maar het is een relevant voorbehoud bij het lezen van de percentages.
Een Belgisch equivalent van de Epicea-databank bestaat niet in dezelfde vorm; wie vergelijkbare data zoekt voor de Belgische context, kan terecht bij de jaarverslagen van Fedris.