OPINIE: Beoordeling arbeidspotentieel na 2 maanden ziekte is een logische stap, mits gepaste ondersteuning
Created on 2025-04-29 11:57
Published on 2025-04-29 12:11
Er leeft momenteel veel rond het nieuwe ontwerp-KB, zowel achter de schermen als in de media. Omdat er intussen meerdere artikels verschenen zijn, zoals recent nog in De Standaard, leek het mij zinvol om ook mijn duiding te delen. Hieronder mijn opiniestuk, dat ook gepubliceerd werd in De Artsenkrant. Ik hoop dat het interessant kan zijn voor verdere reflectie.
Een zinvolle en noodzakelijke evolutie
Vanaf 1 januari 2026 wordt het voor arbeidsartsen verplicht om na acht weken arbeidsongeschiktheid het arbeidspotentieel van werknemers te evalueren, zoals vastgelegd in het recent door de Ministerraad goedgekeurde ontwerp-KB “Re-integratie 3.0“. Deze nieuwe opdracht weerspiegelt een logische en zinvolle verschuiving van taken. Gezien de realiteit van de arbeidsmarkt, met meer dan een half miljoen langdurig zieken, is het noodzakelijk om sneller perspectief te bieden op werkhervatting waar dat mogelijk is.
Arbeidsartsen zijn als neutrale medische experten uitstekend geplaatst om dergelijke inschattingen te maken. Vroegtijdige interventie kan een verschil maken voor zowel werknemers als werkgevers, mits dit zorgvuldig en met oog voor de individuele situatie gebeurt.
Structurele ondersteuning is noodzakelijk
Tegelijk moeten we realistisch blijven: deze bijkomende opdracht betekent een aanzienlijke extra belasting voor een sector die al jaren onder druk staat. Een eenvoudige raming – tot 200.000 extra onderzoeken per jaar, telkens gemiddeld 45 minuten – wijst op een bijkomende behoefte van ongeveer 96 voltijdse arbeidsartsen. Dit terwijl er vandaag minder dan 700 FTE arbeidsartsen actief zijn in België, en het bestaande structurele tekort al meer dan twintig jaar erkend wordt door zowel de sector als de beleidsmakers.
Daarom is het essentieel dat deze nieuwe verplichting gepaard gaat met een grondige herziening van het Koninklijk Besluit Gezondheidstoezicht. De sociale partners van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk hebben zich hier al over gebogen. Na het “Advies nr. 269” van 2 juli 2024 over het voorstel van Co-Prev rond de professionalisering en taakuitbreiding van bedrijfsverpleegkundigen, werd ook in het “Advies op eigen initiatief nr. 271” van 21 februari 2025 de toekomst van de arbeidsgeneeskunde besproken.
Een structurele taakdelegatie naar bedrijfsverpleegkundigen is noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van deze maatregel te garanderen, zonder dat essentiële preventieve taken in het gedrang komen. De sector werkt actief aan concrete voorstellen, met de ambitie om tegen juni een brede consensus te bereiken binnen de Hoge Raad.
Evenwichtige implementatie vereist
De intentie om langdurig zieken sneller te begeleiden richting werkhervatting is lovenswaardig. Maar een succesvolle implementatie vergt een realistische aanpak: duidelijke taakafbakening, efficiënte samenwerking binnen de preventiediensten (arbeidsartsen, bedrijfsverpleegkundigen, preventieadviseurs psychosociale aspecten, ergonomen) én met huisartsen en adviserend artsen.
We moeten vermijden dat zieke werknemers verstrikt raken in een wirwar van controles en herhaalde vragen. Slimme afstemming tussen actoren en het gericht inzetten van expertise zijn cruciaal om de maatregel effectief en menswaardig uit te voeren.
Besluit
De nieuwe maatregel biedt een belangrijke kans om langdurige arbeidsongeschiktheid beter aan te pakken. Mits de nodige aanpassingen in het regelgevend kader – met name de invoering van taakdelegatie – kan deze evolutie bijdragen aan een duurzamer en efficiënter welzijnsbeleid op het werk. Nu is het moment om daadkrachtig te handelen en te bouwen aan een toekomstgericht gezondheidstoezicht.
Een reactie achterlaten