Artikel

Ongewenste omgangsvormen bij zelfstandigen: een onderschat risico

Eén op de vijf zelfstandigen krijgt te maken met ongewenst gedrag. Dat blijkt uit de nieuwe Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2025 van TNO en CBS. Het gaat om intimidatie, pesten, lichamelijk geweld of ongewenste seksuele aandacht. Vooral zelfstandigen mét personeel lopen een verhoogd risico, maar ook zzp’ers (= zelfstandigen zonder personeel) blijven niet gespaard. Omdat de arbeidsmarkt in België vergelijkbaar is met die van Nederland, zijn de conclusies uit het rapport ook voor België relevant.

De cijfers op een rij

  • 18% van alle zelfstandigen ervaart ongewenst gedrag.

  • Bij zelfstandigen mét personeel loopt dit op tot 24%, bij zzp’ers blijft het op 17%.

  • In de zorgsector zijn de cijfers ronduit zorgwekkend: 37% van de zelfstandigen krijgt daar met ongewenst gedrag te maken, vaak in de vorm van intimidatie of ongewenste seksuele aandacht.

Ongewenste omgangsvormen naar type zelfstandig ondernemer en onder ondernemers in de zorg, 2025. Bron: Rapport TNO, p. 17.

Praktisch probleem: waar kan een zelfstandige terecht?

Een werknemer in loondienst kan bij ongewenst gedrag terecht bij een interne of externe vertrouwenspersoon. Voor zelfstandigen ligt dat anders:

  • 28% van de zelfstandigen geeft aan behoefte te hebben aan een vertrouwenspersoon.

  • Slechts 45% kan nu terecht bij een vertrouwenspersoon via opdrachtgevers, en vaak alleen in het kader van een specifieke opdracht.

Dit betekent dat een grote groep zelfstandigen er alleen voor staat, net op het moment dat steun het meest nodig is.

Wat betekent dit voor preventieadviseurs en HR?

Zelfstandigen vallen doorgaans buiten de klassieke welzijnsstructuren van organisaties. Toch zijn zij onmisbare schakels in tal van sectoren, van zorg tot bouw en zakelijke dienstverlening.

Voor werkgevers betekent dit een dubbele uitdaging:

  1. Zorgplicht doortrekken naar zelfstandigen: zeker bij structurele samenwerking of langdurige opdrachten. Ook voor hen kan een aanspreekpunt of vertrouwenspersoon voorzien worden.

  2. Ketenverantwoordelijkheid opnemen: opdrachtgevers hebben een rol in het creëren van een veilige werkcontext, net zoals bij werknemers.

  3. Bewustwording en signaalfunctie: zelfstandigen durven vaak minder snel melding maken uit angst opdrachten te verliezen. Het is cruciaal om dit taboe bespreekbaar te maken.

Reflectieve vragen

  • Hoe kan je organisatie garanderen dat ook zelfstandigen toegang hebben tot een vertrouwenspersoon?

  • Wordt in contracten of samenwerkingsovereenkomsten expliciet aandacht besteed aan psychosociaal welzijn en ongewenste omgangsvormen?

  • Hoe kan HR signalen van ongewenst gedrag bij zelfstandigen sneller oppikken?

Aanbevelingen uit de praktijk

  • Maak afspraken bij de start van een samenwerking: wie is aanspreekpunt bij incidenten?

  • Integreer zelfstandigen in bestaande preventiestructuren, zoals opleidingen of meldpunten.

  • Voorzie sectoroverschrijdende vertrouwenspersonen of samenwerkingsverbanden, zodat zelfstandigen niet afhankelijk zijn van goodwill van één opdrachtgever.

Een zelfstandige die ongewenst gedrag ervaart, staat vaak letterlijk alleen. Preventieadviseurs en HR-professionals kunnen het verschil maken, door het vangnet breder te spannen dan de klassieke grenzen van het arbeidscontract.

Wil je meer weten? Het rapport is te downloaden via deze link.