
Wie vandaag reanimatie leert, moet vooral één cruciale reflex bijstellen: eerst bellen, pas daarna twijfelen. De nieuwe Europese reanimatierichtlijnen (ERC/BRC 2025) leggen sterker dan ooit de nadruk op snelheid, begeleiding door de noodcentrale en eenvoud in handelen. Ook de techniek bij baby’s verandert, en voor het eerst krijgt de mentale impact op hulpverleners expliciet aandacht. Voor organisaties is de boodschap duidelijk: opleidingen, AED-beleid en nazorg verdienen een update.
Eerst bellen is voortaan de norm, niet de uitzondering
Tot voor kort leerden we: eerst bewustzijn en ademhaling controleren, en dan pas de noodcentrale contacteren. Die volgorde wordt nu omgedraaid. Bij elke persoon die niet reageert, moet onmiddellijk 112 worden gebeld. De beoordeling van de ademhaling gebeurt vervolgens terwijl de oproep loopt, met ondersteuning van de operator.
Die verschuiving is geen semantiek, maar pure tijdwinst. Abnormale ademhaling wordt in de praktijk nog te vaak verkeerd geïnterpreteerd als “er is toch nog leven”. Net daarom wordt de rol van de noodcentrale sterk uitgebreid. De operator herkent mee de hartstilstand, begeleidt de borstcompressies, stuurt omstanders naar een beschikbare AED en kan (daar waar systemen bestaan) ook vrijwillige hulpverleners activeren. De noodcentrale is dus niet langer enkel het startschot, maar actief onderdeel van de reanimatieketen.

Drie stappen om een leven te redden. Van: ERC Richtlijnen 2025, p. 32.
Reanimatie bij baby’s: eenvoudiger én doeltreffender
Ook bij zuigelingen wordt het protocol aangepast. Waar vroeger werd gewerkt met wijs- en middelvinger, schakelt men nu over op beide duimen, terwijl de borstkas ondersteund wordt. Onderzoek toont aan dat deze techniek krachtiger, stabieler en effectiever is. Dat maakt in stressvolle situaties een merkbaar verschil. Minder gepriegel, meer resultaat.
Mentale nazorg krijgt eindelijk een plaats in de richtlijnen
Een opvallende nieuwigheid in de richtlijnen van 2025 is de expliciete aandacht voor het psychologisch welzijn van lekenhulpverleners en omstanders. Een reanimatie meemaken is vaak schokkend, zelfs wanneer alles technisch correct verloopt. Schuldgevoelens, twijfels en stressreacties zijn geen uitzondering.
De ERC erkent nu formeel dat ondersteuning en nazorg nodig kunnen zijn. Voor organisaties betekent dit dat een noodplan niet stopt bij de aankomst van de hulpdiensten. Wie mensen opleidt om levens te redden, draagt ook verantwoordelijkheid voor wat daarna mentaal blijft nazinderen.
Wat blijft onwrikbaar overeind
De basisprincipes van kwaliteitsvolle reanimatie blijven behouden.
-
Borstcompressies blijven de absolute kern: 100-120 per minuut (zoals Stayin’ Alive van de Bee Gees, of Maniac van Stray Kids), 5-6 cm diep, volledig laten terugveren
-
AED zo snel mogelijk gebruiken
-
Niet getraind in beademen? Alleen compressies is perfect aanvaardbaar
En boven alles blijft één gouden regel gelden: het grootste risico bij een reanimatie is niets doen. De kans op schade door handelen is verwaarloosbaar in vergelijking met de schade van wachten.

Algoritme basale reanimatie. Van: ERC Richtlijnen 2025, p. 34.
Wat betekent dit concreet voor bedrijven en preventiediensten?
Opleidingen die nog gebaseerd zijn op oudere richtlijnen moeten inhoudelijk worden aangepast. Dat gaat niet enkel over techniek, maar ook over de nieuwe belvolgorde, de uitgebreidere rol van de noodcentrale en de aandacht voor mentale nazorg. In veel sectoren blijft jaarlijkse bijscholing wettelijk verplicht, maar de nieuwe richtlijnen maken die verplichting ook inhoudelijk relevanter dan ooit.
Daarnaast verdient het AED-beleid een eerlijke realitycheck. De richtlijnen zijn duidelijk: AED’s moeten zichtbaar zijn, vrij toegankelijk, permanent beschikbaar en geregistreerd bij de hulpdiensten. Ze horen niet achter een gesloten deur of badgecontrole. Een eenvoudige maar ongemakkelijke vraag voor elke organisatie luidt dan ook: als het hier vandaag gebeurt, weet iemand écht waar de AED hangt?
Tot slot hoort ook nazorg structureel thuis in het noodbeleid. Een korte opvang, een gesprek of een gerichte doorverwijzing na een reanimatie zijn geen luxe, maar onderdeel van goed psychosociaal risicobeheer.
Is alles wat we vroeger leerden nu fout?
Nee. Wat vroeger werd aangeleerd, is niet fout, maar wel ingehaald door betere kennis. Reanimatie-evidence evolueert, en die evolutie vertaalt zich rechtstreeks in overlevingskansen. Wie blijft werken met richtlijnen van tien of vijftien jaar geleden, rijdt in zekere zin met een kaart van vóór de GPS. Je geraakt misschien nog op je bestemming, maar niet langs de snelste of veiligste weg.
Drie korte reflectievragen voor jouw organisatie
Wanneer werd onze laatste reanimatieopleiding inhoudelijk geüpdatet? Is onze AED vandaag sneller bereikbaar dan onze brandblusser? Hebben we nagedacht over mentale nazorg na een reanimatie?
Wie hier vlot drie keer “ja” op kan antwoorden, zit goed. Wie twijfelt, weet wat te doen.