
Bedrijven die gebruikmaken van synthetische polymeer-micropartikels (SPM) in toepassingen die niet onder het Europese verbod vallen, moeten vanaf 2026 jaarlijks hun geschatte emissies rapporteren aan ECHA. Dat lijkt administratief, maar het wordt een belangrijk onderdeel van milieubeheer én compliance. En ja, preventieadviseurs krijgen hier mee te maken, of ze nu willen of niet.
Waarom deze rapportering?
De EU-restrictie op microplastics (in werking sinds oktober 2023) verbiedt het intentionele gebruik van microplastics in o.a. cosmetica, detergenten en bepaalde landbouwtoepassingen. Maar voor een reeks sectoren geldt een derogatie: gebruik is nog toegestaan, maar enkel mits jaarlijkse rapportering van emissies.
Het doel is tweeledig:
-
monitoren of risicobeheersmaatregelen effectief zijn;
-
beleid verfijnen op basis van reële emissiedata.
Volgens de officiële richtlijnen moet deze data ECHA en de lidstaten helpen om “de effectiviteit van instructies voor gebruik en verwijdering te monitoren” en om de “evidence base” voor toekomstige risicobeheermaatregelen te versterken.
Wie moet rapporteren?
De rapporteringsplicht geldt voor:
1. Producenten van SPM en industriële downstream users: Wanneer SPM wordt gebruikt op een industrieel terrein (pellets, flakes, powders of andere vormen). Startdatum: 31 mei 2026 voor pellets/flakes/powders voor kunststofproductie; 31 mei 2027 voor alle andere industriële toepassingen.
2. Leveranciers die producten met SPM voor het eerst op de markt brengen: Voor professionele gebruikers én consumenten. Enkel voor toepassingen die onder een wettelijke uitzonderingscategorie vallen (geneesmiddelen, voedingsadditieven, IVD’s, of producten waarbij de risico’s minimaal zijn). Startdatum: 31 mei 2027.
Belangrijk: distributeurs hebben geen rapporteringsplicht, behalve wanneer ze importeren, reformuleren, herverpakken of etiketteren.
Controlevraag voor preventieadviseurs: Kent ons bedrijf zijn rol in de keten correct?
Wat moet worden gerapporteerd?
Volgens het 22-pagina tellende richtlijnendocument zijn dit de vaste onderdelen van elke rapportage:
-
Het type gebruik: Er zijn zes vaste categorieën (bijv. industriële productie, gebruik in geneesmiddelen, IVD’s, etc.).
-
De toepasselijke derogatie(s): Bijv. 4b: gebruik in (veterinaire) geneesmiddelen; 5a: technisch ingeperkte SPM; 5c: SPM permanent in een matrix ingebed.
-
Generieke polymerenidentiteit: Eén of meerdere van de HS-codes uit de officiële lijst (bijv. 3901 voor polyethyleen, 3904 voor PVC, 3910 voor siliconen). Tip: controleer SDS, etikettering of productfiche.
-
Technische functie: Wat doet het polymeer? Bindmiddel? Dragerdeeltje? Functionele additief? (Geen functie bij fabricage van SPM.)
-
Emissie-inschatting voor het volledige kalenderjaar: Inclusief operationele verliezen; transportverliezen; incidentele spills; professionele/consumenten-eindgebruiksemissies (indien leverancier). Er zijn twee rapporteringsopties (optie A: totale massa van deeltjes; optie B: massa SPM zelf). Let op: Zelfs wanneer emissies zeer laag of quasi nul zijn, moeten ze worden gerapporteerd.
-
Locaties (industriële sites): Enkel voor industriële productie en gebruik.

Rapportagevereisten voor microplastics.
Hoe gebeurt de rapportering praktisch?
Het volledige proces verloopt via IUCLID (voor dossieropmaak) en REACH-IT (voor indiening). ECHA voorziet een vooraf ingevuld IUCLID-bestand, handleiding en videotutorials.
Belangrijk uit de richtlijnen:
-
één dossier per juridische eenheid;
-
updates zijn pas mogelijk vanaf Q2 2026;
-
alle gegevens worden geaggregeerd gepubliceerd (geen bedrijfsgevoelige info zichtbaar);
-
lidstaten kunnen aanvullende informatie opvragen.
Wat betekent dit concreet voor preventieadviseurs?
-
Breng de ketenrol van het bedrijf in kaart: Ben je fabrikant, downstream user, leverancier of een combinatie? Veel bedrijven onderschatten dit, zeker wanneer ze zowel produceren als producten op de markt brengen.
-
Check of er SPM aanwezig is: Bijvoorbeeld in coatings, verf, industriële slijpmiddelen; polymeren in onderhoudsproducten; IVD-kits; farmaceutische toepassingen. Gebruik productfiches en SDS. Vraag expliciet info bij leveranciers.
-
Organiseer interne datastromen: Je hebt volumes, polymerentypes, emissieschattingen (ook transport!), gebruiksprocessen en risicobeheersmaatregelen nodig. Preventieadviseurs zijn vaak de enigen die zowel milieu, procesveiligheid als productveiligheid kunnen overkoepelen.
-
Bouw een intern proces op vóór 2026: Laat dit niet aan een stagiair over in april 2026 😉. Het vraagt structurele dataverzameling en samenwerking tussen milieu, kwaliteit, R&D, aankoop en logistiek.
-
Overweeg een nulmeting in 2025: Rapportering voor 2025 moet al ingediend worden in mei 2026. Begin dus niet in december (euh, oei).

Strategieën voor beheer van microplastics.
Reflectieve vragen (voor beleid en praktijk)
-
Welke polymeren circuleren in je processen en weet je zeker of ze voldoen aan de SPM-definitie?
-
Zijn je huidige procedures voor spillmanagement en pellet loss prevention robuust genoeg?
-
Heb je zicht op transportverliezen, en wie draagt daarvoor contractueel de verantwoordelijkheid?
-
Kun je je processen zo aanpassen dat we richting “SPM-vrije” alternatieven evolueren?
Praktische aanbevelingen
-
Stel een interne “microplastics-verantwoordelijke” aan. Combineer kennis van milieu, productbeheer en REACH-compliance.
-
Integreer SPM in de jaarlijkse risicoanalyse. Microplastics worden steeds meer een milieuthema, net als PFAS.
-
Standaardiseer communicatie met leveranciers. Vraag polymerenidentiteit, concentraties en technische functie systematisch op.
-
Registreer incidenten en kleine verliezen onmiddellijk. Bij emissierapportering telt elke kilogram.
-
Bereid IUCLID-capaciteit voor. Wie in een bedrijf kan met IUCLID werken? Vaak is het antwoord: “niemand (nog).”
Conclusie
De nieuwe EU-verplichtingen rond microplastics gaan veel breder dan milieucompliance. Voor preventieadviseurs worden ze een hefboom om processen, spillmanagement, leveranciersketen en productveiligheid concreet te versterken.
Microplastics zijn klein, maar de administratie errond wordt groot. Maar met tijdige voorbereiding blijft het beheersbaar én kun je aantonen dat jouw organisatie haar verantwoordelijkheid neemt.