
Met het ontwerp van het nieuwe koninklijk besluit over re-integratie en langdurige afwezigheid wil de overheid werk maken van een performanter en meer verplichtend re-integratiebeleid. De Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk (HRPBW) gaf hierover op 26 juni 2025 een genuanceerd maar unaniem advies (nr. 274), verschenen op de website van de FOD Werkgelegenheid op 4 juli 2025. Er komt heel wat op bedrijven, preventiediensten en werknemers af; met kansen, maar ook risico’s. In dit artikel gids ik je door de belangrijkste punten.
Wat verandert er concreet?
Het ontwerpbesluit (OKB) voert tal van aanpassingen door aan de Codex Welzijn op het Werk. Ter opfrissing, nog eens een greep uit de kernmaatregelen:
-
Communicatie tussen artsen via TRIO: arbeidsarts, adviserend arts en behandelend arts kunnen via het beveiligde TRIO-platform informatie uitwisselen.
-
Informele re-integratie nu ook op vraag van werkgever: dit gebeurt via het bezoek voorafgaand aan werkhervatting.
-
Nieuw preventief traject: werknemers kunnen werk aanpassing vragen om ziekte te voorkomen.
-
Na 4 weken afwezigheid: de arbeidsarts krijgt de mogelijkheid tot een gesprek met de werknemer.
-
Werkgeversverplichting: het contact met langdurig afwezige werknemers moet worden vastgelegd in het arbeidsreglement.
-
Verplichte inschatting arbeidspotentieel na 8 weken en start re-integratietraject binnen 6 maanden indien potentieel aanwezig.
-
Verwijzing naar andere werkgevers mogelijk indien re-integratie bij de eigen werkgever niet lukt.
-
Procedure medische overmacht wordt versneld: start mogelijk na 6 maanden afwezigheid in plaats van 9 maanden.
Wat vindt de Hoge Raad?
De Hoge Raad steunt de intentie, maar waarschuwt ook voor blinde vlekken, knelpunten en bijwerkingen. Enkele opvallende standpunten:
1. Focus op tertiaire preventie is te eenzijdig
De Raad betreurt dat de klemtoon ligt op wat misloopt (na uitval), terwijl primaire en secundaire preventie (zoals werkdrukbeheer of jobinhoudelijke risico’s) het meeste opleveren op lange termijn.
2. Vertrouwensrol van de arbeidsarts onder druk
Bijkomende verplichtingen (zoals meldingen bij niet opdagen of info-uitwisseling via TRIO) mogen niet leiden tot een beeld van de arbeidsarts als controlefiguur. Vertrouwen is het fundament van elke succesvolle re-integratie.
3. Knelpunt: meer werk, minder tijd
De extra taken (inschatting arbeidspotentieel, administratieve opvolging, extra contacten) komen boven op een al overbelaste eerstelijn. De schaarste aan arbeidsartsen maakt dit ronduit problematisch.
4. Onhelderheid rond toestemming en gegevensdeling
Mag je als arbeidsarts info delen via TRIO zonder expliciete toestemming? Wat als de werknemer weigert? De Raad vraagt verduidelijking en benadrukt het recht van de werknemer om medisch contact te weigeren zonder gesanctioneerd te worden.
5. Sancties? Neen bedankt.
Zowel de Hoge Raad als de Nationale Arbeidsraad zijn duidelijk: sancties bij niet-deelname aan re-integratie ondermijnen samenwerking en vertrouwen. Een positieve benadering is effectiever.
6. TRIO: geen panacee
De digitale TRIO-platformen zijn nog niet gebruiksvriendelijk genoeg, niet volledig toegankelijk voor alle artsen en onvoldoende ingebed in de IT-systemen van externe diensten. De Raad pleit dan ook voor TRIO als mogelijkheid, niet als verplichting.
En wat met kleine bedrijven?
De Hoge Raad wijst op de disproportionele impact voor kmo’s: hoe kleiner het bedrijf, hoe minder mogelijkheden voor aangepast of ander werk. Toch wordt van elke werkgever ongeacht grootte dezelfde inspanning gevraagd.
Wat betekent dit voor jou als HR of interne preventieadviseur?
-
Bekijk je interne re-integratiebeleid opnieuw: Is er een heldere procedure? Is die gedragen? Is het arbeidsreglement aangepast?
-
Check je communicatiekanalen: Weten leidinggevenden hoe ze contact houden met afwezige collega’s? Is dat menselijk én wettelijk in orde?
-
Breng je interne overleg op gang: Het comité PBW moet betrokken zijn bij aanpassingen.
-
Investeer in vertrouwen: Informele trajecten werken, zolang iedereen weet waar ze staan.
Slotbedenking
Re-integratie 3.0 is een noodzakelijke stap, maar geen tovermiddel. Zonder voldoende preventieve investeringen, duidelijke afspraken en realistische verwachtingen, dreigt het een papieren exercitie te worden. De uitdaging is niet alleen juridisch of medisch, maar ook cultureel: hoe maken we van werkhervatting een gedeelde verantwoordelijkheid?